- Arrest van 30 september 2011

30/09/2011 - C.10.0611.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De rechter mag, om uit te maken of de onderhoudsuitkering na echtscheiding die hij toekent niet hoger ligt dan een derde van het inkomen van de uitkeringsplichtige echtgenoot, rekening houden met het inkomen dat die echtgenoot zich in normale omstandigheden kon verschaffen; hij kan aldus rekening houden met de winsten van de vennootschap waarvan de uitkeringsplichtige echtgenoot aandeelhouder of afgevaardigd bestuurder is als die op de reserve zijn geplaatst en hem niet in de vorm van een bezoldiging of dividend zijn uitgekeerd, mits die echtgenoot volgens de statuten en de wet het recht had te beslissen over de besteding van de winsten van de vennootschap of in geval van bedrog (1). (1) Zie concl. O.M., in Pas., 2011, nr. ...

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.10.0611.F

H. C.,

Mr. Jacqueline Oosterbosch, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

N. B.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van 30 maart 2010 van het hof van beroep te Luik.

Op 5 september 2011 heeft advocaat-generaal Jean Marie Genicot een conclusie neergelegd ter griffie.

Raadsheer Martine Regout heeft verslag uitgebracht en advocaat-generaal Jean Marie Genicot is in zijn conclusie gehoord.

II. CASSATIEMIDDEL

In het cassatieverzoekschrift waarvan een eensluidend verklaard afschrift aan dit arrest is gehecht voert de eiser een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Het middel

Tweede onderdeel

Krachtens artikel 301, § 3, van het Burgerlijk Wetboek houdt de rechtbank bij de vaststelling van het bedrag van de onderhoudsuitkering na echtscheiding rekening met de inkomsten en mogelijkheden van de echtgenoten. De onderhoudsuitkering mag niet hoger liggen dan een derde van het inkomen van de uitkeringsplichtige echtgenoot.

Teneinde zulks na te gaan kan de rechter rekening houden met het inkomen dat laatstgenoemde zich in normale omstandigheden kon verschaffen.

Hij kan aldus rekening houden met de winsten van de vennootschap waarvan de uitkeringsplichtige echtgenoot aandeelhouder of afgevaardigd bestuurder is als die inkomsten op de reserve zijn geplaatst en hem niet in de vorm van een bezoldiging of dividend zijn uitgekeerd mits die echtgenoot volgens de statuten en de wet het recht had te beslissen over de besteding van de winsten van de vennootschap of in geval van bedrog.

Het arrest stelt vast dat de eiser "bezoldigd afgevaardigd bestuurder is van een familiale vennootschap Semat", dat hij "ook actief is in de vennootschappen Cop en Portier", dat hij "20 pct. van de aandelen van de vennootschap Sinco bezit", dat "Sinco in het bezit is van 99 pct. van de aandelen van de vennootschap Semat, terwijl [de eiser] twee aandelen van die vennootschap bezit, en van 99 pct. van de aandelen van de nv Cop en Portier bezit, terwijl [de eiser] één aandeel van die vennootschap bezit", dat "zijn vennootschappen hem blijkens zijn belastingaangifte van 2007 een brutobezoldiging van 77.073 euro toekennen waarvan de door hem betaalde sociale bijdragen en de belastingen moeten worden afgetrokken wat een maandelijks netto-inkomen oplevert van 3.711,19 euro", dat "de inkomsten van 2008 ongeveer identiek zijn" en "dat hij van geen van de vennootschappen enig dividend ontvangt" daar de winsten "grotendeels bij de reserve worden gevoegd".

Het beslist dat de eiser "in zijn hoedanigheid van meerderheidsaandeelhouder van de vennootschap - in dit geval met zijn broers - samen met hen het bedrag van hun bezoldiging kan vaststellen en na de samenstelling van de wettelijke reserve [...] kan beslissen om de winsten van hun vennootschappen al dan niet uit te keren".

Op grond van die vermeldingen, waaruit niet blijkt dat de eiser als enige bevoegd was om te beslissen over de besteding van de winsten van de vennootschappen waarvan hij minderheidsaandeelhouder en afgevaardigd bestuurder was of dat de beslissing over die besteding door bedrog was aangetast, mocht het arrest, om te beslissen dat de eiser in staat was een bijdrage van 7.500 euro per maand te betalen, geen rekening houden met de in de reserve van die vennootschappen opgenomen winsten.

Het onderdeel is gegrond.

Er bestaat geen grond tot onderzoek van de overige onderdelen van het middel die niet tot ruimere cassatie kunnen leiden.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het uitspraak doet over de onderhoudsuitkering na echtscheiding en over de kosten.

Beveelt dat van het arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de uitspraak daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Bergen.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door raadsheer Didier Batselé, waarnemend voorzitter, de raadsheren Christine Matray, Sylviane Velu, Martine Regout en Alain Simon, en in openbare terechtzitting van 30 september 2011 uitgesproken door raadsheer Didier Batselé, waarnemend voorzitter, in aanwezigheid van advocaat-generaal Jean-Marie Genicot, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Alain Smetryns en overgeschreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Onderhoudsuitkering

  • Bedrag

  • Inkomsten van de uitkeringsplichtige echtgenoot

  • Vennootschapswinst

  • Beoordeling door de rechter