- Arrest van 11 oktober 2011

11/10/2011 - P.11.0389.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De rechter oordeelt onaantastbaar welk feit in de dagvaarding, die veeleer dan de daarin bepaalde misdrijfomschrijving de strafvordering wegens een bepaald feit bij de rechtbank aanhangig maakt, wordt bedoeld, en geeft er zijn juiste wettelijke omschrijving aan; bij een wijziging van de omschrijving gaat het Hof alleen na of deze gewijzigde omschrijving niet onmogelijk het feit kan omvatten dat in de dagvaarding was bedoeld (1). (1) Cass. 7 december 2004, AR P.04.1168.N, AC, 2004, nr. 596.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.0389.N

G R D,

beklaagde,

eiser,

met als raadsman mr. Toon Vancoillie, advocaat bij de balie te Veurne.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank te Veurne van 26 januari 2011.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Afdelingsvoorzitter Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

1. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet, de artikelen 145 en 147 Wetboek van Strafvordering en de artikelen 34, § 2, 1°, en 35 Wegverkeerswet: de eiser, ofschoon enkel gedagvaard voor het sturen in staat van alcoholintoxicatie, wordt na heromschrijving van de telastlegging veroordeeld voor dronken sturen; alcoholintoxicatie betreft evenwel een objectieve lichamelijke toestand die enkel uit een adem- of bloedanalyse kan blijken, terwijl dronkenschap daarentegen een "subjectieve" toestand betreft waarvan het bestaan en bewijs onafhankelijk is van het alcoholgehalte in het bloed; voormelde heromschrijving betreft bijgevolg een ander feit dat niet in de dagvaarding was begrepen en waarvoor de eiser niet kon worden veroordeeld.

2. In zoverre het middel zonder verdere precisering een schending van artikel 149 Grondwet aanvoert, is het bij gebrek aan nauwkeurigheid niet ontvankelijk.

3. Veeleer dan de daarin bepaalde misdrijfomschrijving, maakt de dagvaarding de strafvordering wegens een bepaald feit bij de rechtbank aanhangig.

De rechter oordeelt onaantastbaar welk feit in de dagvaarding wordt bedoeld, en geeft er zijn juiste wettelijke omschrijving aan.

Bij een wijziging van de omschrijving gaat het Hof alleen na of deze gewijzigde omschrijving niet onmogelijk het feit kan omvatten dat in de dagvaarding was bedoeld.

4. Bij alcoholintoxicatie sluit de toestand van overmatig drankverbruik, zoals objectief vast te stellen door een adem- of bloedanalyse, niet uit dat de bestuurder ook niet langer over de nodige lichaamsgeschiktheid en rijvaardigheid beschikt om een voertuig te besturen, en aldus in dronken toestand verkeert. Een dagvaarding wegens sturen in staat van alcoholintoxicatie sluit aldus niet noodzakelijk een heromschrijving van sturen in staat van dronkenschap uit.

5. De appelrechters die met bevestiging van het beroepen vonnis, oordelen dat de feiten van dronken sturen hetzelfde feit is als dit in de dagvaarding omschreven als sturen in staat van alcoholintoxicatie, verantwoorden hun beslissing naar recht.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Ambtshalve onderzoek

6. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Bepaalt de kosten op 54,15 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, als voorzitter, en de raadsheren Koen Mestdagh, Filip Van Volsem, Alain Bloch en Peter Hoet, en op de openbare rechtszitting van 11 oktober 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

Vrije woorden

  • Strafvordering

  • Dagvaarding

  • Feit dat aanhangig wordt gemaakt