- Arrest van 13 oktober 2011

13/10/2011 - C.10.0397.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het Hof slaat geen acht op de stukken die door de verweerder per post en buiten de termijn waarover hij beschikt om zijn antwoord in te dienen naar de griffie van het Hof werden toegestuurd en die ook niet beantwoorden aan de andere stukken bedoeld in artikel 1100 van het Gerechtelijk Wetboek.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.10.0397.N

N. A.,

eiser,

kosteloze procedure bij beslissing van het bureau voor rechtsbijstand onder nummer G.10.0052.N

vertegenwoordigd door mr. Paul Lefèbvre, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 480, bus 9, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

PROCUREUR DES KONINGS BIJ DE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE BRUGGE, die het ambt uitoefent van openbaar ministerie, in graad van beroep waargenomen door de procureur-generaal bij het hof van beroep te Gent, met kantoor te 9000 Gent, Koophandelsplein 23,

verweerder.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 5 november 2009.

Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft een schriftelijke conclusie neergelegd op 12 september 2011.

Raadsheer Alain Smetryns heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift een middel aan.

Geschonden wetsbepalingen

- de artikelen 70 (zoals laatst vervangen door de Wet van 9 mei 2007), 72 (gewijzigd door de Wet van 9 mei 2007) en 72bis (zoals ingevoegd door de Wet van 7 januari 1908) van het Burgerlijk Wetboek.

Aangevochten beslissing

Het aangevochten arrest wijst eisers verzoek om, met het oog op diens huwelijk, diens geboorteakte en akte van bekendheid op grond van artikel 72bis van het Burgerlijk Wetboek te mogen vervangen door een beëdigde verklaring en gegrond op (of) op basis van volgende motieven:

"Het vervangen van een geboorteakte of een akte van bekendheid door een beëdigde verklaring kan in principe slechts worden toegestaan in zoverre de beweerde identiteit van de betrokkene door stukken wordt bevestigd, ongeacht of het verzoek wordt gedaan met het oog op een aanvraag tot naturalisatie of in functie van een voorgenomen huwelijk. Er moet met andere woorden een begin van bewijs zijn van de ware identiteit van de verzoeker.

Ten deze moet niet enkel worden vastgesteld dat [de eiser] er niet in slaagt enig stuk voor te leggen, er blijkt ook ernstige twijfel te bestaan over de waarachtigheid van de verklaringen die hij omtrent zijn identiteit en afkomst heeft afgelegd.

Dit kan worden afgeleid uit de motivering van de beslissing van het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en Staatlozen van 28 juni 2004, waarbij [de eiser] de hoedanigheid van vluchteling werd geweigerd. Zo is het uiterst onwaarschijnlijk dat, zoals [de eiser] beweerde, hij op 29 september 1999 met het vliegtuig vanuit Dehli (India) naar Parijs (Frankrijk) zou zijn gereisd, zonder dat hij in het bezit was van enig document waaruit zijn identiteit blijkt. Bovendien deden bepaalde elementen in zijn verklaringen ernstige twijfels rijzen omtrent zijn vluchtrelaas en wist hij weinig of niets af van de situatie in Bhutan, niettegenstaande hij verklaarde de Bhutaanse nationaliteit te bezitten en het slachtoffer te zijn geweest van repressie vanwege de Bhutanese autoriteiten (...).

Tevergeefs werpt [de eiser] op dat zijn identiteit zou vaststaan ingevolge de beslissing tot regularisatie. De regularisatie van een vreemdeling regelt enkel zijn verblijfstoestand. Ze garandeert geenszins de exactheid van de identiteit waaronder de betrokkene is ingeschreven in het vreemdelingenregister."

Grieven

Door de aanstaande echtgenoten moeten bepaalde documenten aan de ambtenaar van de burgerlijke stand worden ter hand gesteld, onder meer de akte van geboorte.

Ingeval één der echtgenoten zich in de onmogelijkheid bevindt om dit laatste document te overhandigen voorziet de wetgeving in een aantal substitutiemogelijkheden.

De wetsbepalingen die zulks regelen zijn de volgende:

Luidens artikel 70 van het Burgerlijk Wetboek kan "in geval van een onmogelijkheid of zware moeilijkheden om zich de akte van geboorte te verschaffen, deze vervangen (worden) door een akte van bekendheid, afgegeven door de vrederechter van zijn geboorteplaats of door die van zijn woonplaats" en "in geval van geboorte in het buitenland (...) dient de echtgenoot die in de onmogelijkheid verkeert zich de akte van geboorte te verschaffen, (evenwel) een gelijkwaardig document over te leggen, afgegeven door de diplomatieke of consulaire overheden van het land van geboorte" en, "in geval van onmogelijkheid of zware moeilijkheden om zich voornoemd document te verschaffen" kan hij "de akte van geboorte vervangen door een akte van bekendheid afgegeven door de vrederechter van zijn woonplaats".

Het is de wijziging van artikel 70 door de Wet van 9 mei 2007 die voortaan ook aan de vreemdeling de mogelijkheid biedt beroep te doen op de bewijslevering via een akte van bekendheid.

Artikel 72bis van het Burgerlijk Wetboek, ingelast bij de Wet van 7 januari 1908, houdt alsnog een versoepeling in.

Zo bepaalt dit artikel dat "indien één van de aanstaande echtgenoten in de onmogelijkheid verkeert zich zodanige akte van bekendheid te verschaffen, (...) die akte, met verlof van de rechtbank, op verzoekschrift verleend, het Openbaar Ministerie gehoord, (kan)vervangen worden door een beëdigde verklaring van de aanstaande echtgenoot zelf" die "in de akte van huwelijk wordt vermeld".

Omdat eiser verklaarde zich in de onmogelijkheid te bevinden om een akte van geboorte neer te leggen, kwam hij in aanmerking om een akte van bekendheid te laten opstellen door de vrederechter conform artikel 70 van het Burgerlijk Wetboek.

De akte van bekendheid is een bijzonder bewijsmiddel dat slechts uitzonderlijk door de wet wordt aanvaard in afwijking van de artikelen 1315 tot 1369 van het Burgerlijk Wetboek.

In het raam van de controle krachtens artikel 72 van het Burgerlijk Wetboek (akte van bekendheid), verleent of weigert "de rechtbank, de procureur des konings gehoord, haar homologatie (...) naargelang zij oordeelt dat de verklaringen van de getuigen en de redenen die het overleggen van de akte van geboorte beletten, al dan niet voldoende zijn".

In het raam van de akte van bekendheid zijn er dus twee door de wet limitatief opgesomde gronden van rechterlijke controle: enerzijds, de getrouwheid van de verklaringen van de getuigen en, anderzijds, de redenen die worden aangegeven om de onmogelijkheid aan te tonen een akte van geboorte voor te leggen.

Eiser voerde tevens aan zich in de onmogelijkheid te bevinden om een akte van bekendheid te laten opstellen hetgeen de mogelijkheid opende om een beëdigde verklaring op te stellen.

Artikel 72bis van het Burgerlijk Wetboek spreekt van "verlof"/"autorisation" van de rechtbank om een beëdigde verklaring op te stellen.

In tegenstelling tot artikel 72 dat de criteria voor "homologatie" van de akte van bekendheid regelt, bepaalt artikel 72bis van het Burgerlijk Wetboek niets met betrekking tot de controle over de beëdigde verklaring zodat, ingeval van onmogelijkheid om een akte van bekendheid op te stellen, de rechter de toegang tot de beëdigde verklaring niet vermag te onderwerpen aan enigerlei voorwaarde, minstens niet vermag te onderwerpen aan andere voorwaarden dan de wettelijke voorwaarden vereist om toegelaten te worden tot de akte van bekendheid.

Eerste onderdeel

Het aangevochten arrest beslist op principiële wijze dat het "vervangen van een geboorteakte of een akte van bekendheid door een beëdigde verklaring (...) in principe slechts (kan) worden toegestaan in zoverre de beweerde identiteit van de betrokkene door stukken wordt bevestigd, ongeacht het verzoek wordt gedaan met het oog op een aanvraag tot naturalisatie of in functie van het voorgenomen huwelijk" en vereist bijgevolg "een begin van bewijs (...) van de ware identiteit van de [eiser]" (aangevochten arrest, p 3, randnr. 3, eerste alinea).

Door, vooraleer de beëdigde verklaring door eiser ten bewijze van diens geboorteakte in aanmerking te kunnen nemen, een begin van bewijs te vereisen dat zijn identiteit bevestigt, voegt het aangevochten arrest aldus een voorwaarde toe aan artikel 72bis van het Burgerlijk Wetboek dat zulks niet vereist zodat het, mitsdien, dit artikel schendt.

Tweede onderdeel

Het aangevochten arrest stelt dat eiser "er niet (enkel) in slaagt enig stuk voor te leggen" maar dat er "ook ernstige twijfel (blijkt) te bestaan over de waarachtigheid van de verklaringen die hij omtrent zijn identiteit en afkomst heeft afgelegd" (aangevochten arrest, p. 3, nr. 3, tweede alinea).

Om zulks te beslissen, steunt het aangevochten arrest op de motivering van de beslissing van het Commissariaat-generaal voor Vluchtelingen en Staatlozen van 28 juni 2004, waarbij wordt gesteld dat het "uiterst onwaarschijnlijk (is) dat, zoals [de eiser] beweerde, hij op 29 september 1999 met het vliegtuig vanuit Delhi (India) naar Parijs (Frankrijk) zou zijn gereisd, zonder dat hij in het bezit was van enig document waaruit zijn identiteit blijkt" en wijst het bovendien op "bepaalde elementen in zijn verklaringen" die "ernstige twijfels (doen) rijzen omtrent zijn vluchtrelaas" alsmede op het feit dat de eiser "weinig of niets af(wist) van de situatie in Bhutan, niettegenstaande hij verklaarde de Bhutaanse nationaliteit te bezitten en het slachtoffer te zijn geweest van repressie vanwege de Buthanese autoriteiten" (aangevochten arrest, p. 3-4, nr. 3 derde alinea).

Deze door het aangevochten arrest in acht genomen elementen om de eiser toegang tot de akte van bekendheid en beëdigde verklaring te weigeren, zijn vreemd aan de door artikel 72 van het Burgerlijk Wetboek vooropgestelde gronden om de akte van bekendheid te homologeren of niet: het betreffen geen verklaringen door de getuigen afgelegd in het raam van de akte van bekendheid noch redenen die het overleggen van de geboorteakte van de eiser beletten.

Door niet te onderzoeken of de wettelijke gronden om de homologatie van de akte van bekendheid en het verlof tot het afleggen van een beëdigde verklaring te verlenen of te weigeren voorhanden zijn, met name het voldoende karakter van de verklaringen van de getuigen en van de redenen die verhinderen dat eisers geboorteakte en een akte van bekendheid des aangaande worden voorgelegd, doch uitsluitend andere gronden die daaraan vreemd zijn en die enkel verband houden met de waarachtigheid van eisers afkomst, schendt het aangevochten arrest, mitsdien, de artikelen 70, 72 en 72bis van het Burgerlijk Wetboek.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Ontvankelijkheid van de stukken van de verweerder

1. Het Hof slaat geen acht op de stukken die door de verweerder per post en buiten de termijn waarover hij beschikt om zijn antwoord in te dienen naar de griffie van het Hof werden toegestuurd en die ook niet beantwoorden aan de andere stukken bedoeld in artikel 1100 van het Gerechtelijk Wetboek.

Tweede onderdeel

2. Krachtens artikel 70 Burgerlijk Wetboek, kan de echtgenoot onverminderd artikel 61, in geval van onmogelijkheid of zware moeilijkheden om zich de akte van geboorte te verschaffen, deze vervangen door een akte van bekendheid, afgegeven door de vrederechter van zijn geboorteplaats of door die van zijn woonplaats. In geval van geboorte in het buitenland evenwel dient de echtgenoot die in de onmogelijkheid verkeert zich de akte van geboorte te verschaffen, een gelijkwaardig document over te leggen, afgegeven door de diplomatieke of consulaire overheden van het land van geboorte. In geval van onmogelijkheid of zware moeilijkheden om zich voornoemd document te verschaffen, kan hij de akte van geboorte vervangen door een akte van bekendheid afgegeven door de vrederechter van zijn woonplaats.

Krachtens artikel 72bis Burgerlijk Wetboek, kan, indien een van de aanstaande echtgenoten in de onmogelijkheid verkeert zich zodanige akte van bekendheid te verschaffen, die akte, met verlof van de rechtbank, op verzoekschrift verleend, het openbaar ministerie gehoord, vervangen worden door een beëdigde verklaring van de aanstaande echtgenoot zelf. Deze verklaring wordt in de akte van huwelijk vermeld.

3. De omstandigheid dat krachtens deze bepalingen de door het artikel 70 bepaalde akte van bekendheid slechts kan worden vervangen door een beëdigde verklaring van de aanstaande echtgenoot wanneer die echtgenoot in de onmogelijkheid verkeert zich een dergelijke akte te verschaffen, houdt niet in dat de rechter, van zodra die voorwaarde is vervuld, gehouden is aan de aanstaande echtgenoot verlof te verlenen om de akte van bekendheid door een beëdigde verklaring te vervangen.

Uit de wetsgeschiedenis volgt dat de rechter een beoordelingsmarge behoudt en naargelang de omstandigheden niet gehouden is op het verzoek van de aanstaande echtgenoot in te gaan.

Dit kan het geval zijn wanneer de verklaringen van de aanstaande echtgenoot omtrent zijn identiteit en afkomst ongeloofwaardig zijn en het verzoek derhalve niet rechtmatig lijkt.

4. De appelrechters vermochten aldus, zonder schending van de als geschonden aangevoerde wetsbepalingen, te weigeren aan de eiser verlof te verlenen om de akte van bekendheid te vervangen door een beëdigde verklaring op grond dat er "ernstige twijfel (blijkt) te bestaan over de waarachtigheid van de verklaringen die (eiser) omtrent zijn identiteit en afkomst heeft afgelegd."

Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

Eerste onderdeel

5. De in het tweede onderdeel vergeefs bekritiseerde zelfstandige reden schraagt de beslissing van de appelrechters aan de eiser geen verlof te verlenen om de akte van bekendheid te vervangen door een beëdigde verklaring.

6. Het onderdeel dat niet tot cassatie kan leiden, is, bij gebrek aan belang, niet ontvankelijk.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiser op 420,76 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit eerste voorzitter Ghislain Londers, als voorzitter, de afdelingsvoor-zitters Edward Forrier en Eric Dirix, en de raadsheren Alain Smetryns en Geert Jocqué, en in openbare rechtszitting van 13 oktober 2011 uitgesproken door eerste voorzitter Ghislain Londers, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guy Dubrulle, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

Vrije woorden

  • Ontvankelijkheid