- Arrest van 20 oktober 2011

20/10/2011 - F.10.0095.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Uit art. 2, 4°, Wet Openbaarheid Bestuur volgt dat het bestuur dat een beslissing of een administratieve handeling met individuele strekking ter kennis brengt van een bestuurde, de georganiseerde beroepsmogelijkheden moet vermelden alsmede de instantie die materieel bevoegd is kennis te nemen van het beroep; deze bepaling vereist niet dat het bestuur de territoriaal bevoegde rechtbank en het adres ervan vermeldt.

Arrest - Integrale tekst

Nr. F.10.0095.N

BENS nv, met zetel te 2260 Westerlo (Oevel), Nijverheidsstraat 24,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Vilain XIIII-straat 17, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de administratie der directe belastingen, gewestelijke directeur van de directie Antwerpen II, met kantoor te 2500 Lier, RAC, Kruisbogenhofstraat 24, bus 1,

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, waar de verweerder woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 16 maart 2010.

Afdelingsvoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Artikel 2, 4°, Wet Openbaarheid Bestuur bepaalt: "Met het oog op een duidelijke en objectieve voorlichting van het publiek over het optreden van de federale administratieve overheden: (...) vermeldt elk document waarmee een beslissing of een administratieve handeling met individuele strekking uitgaande van een federale administratieve overheid ter kennis wordt gebracht van een bestuurde, de eventuele beroepsmogelijkheden, de instanties bij wie het beroep moet worden ingesteld en de geldende vormen en termijnen; bij ontstentenis neemt de verjaringstermijn voor het indienen van het beroep geen aanvang."

2. Uit die bepaling volgt dat het bestuur de beroepsmogelijkheden moet vermelden alsmede de instantie die bevoegd is kennis te nemen van het beroep.

Deze bepaling vereist niet dat het bestuur de territoriaal bevoegde rechtbank en het adres ervan vermeldt. De vermelding van de georganiseerde beroepsmogelijkheden en de instantie die materieel bevoegd is om kennis te nemen van het beroep, volstaat.

Het middel dat van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt naar recht.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres in de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiseres op de som van 191,51 euro en voor de verweerder op de som van 82,42 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Beatrijs Deconinck, Alain Smetryns, Geert Jocqué en Filip Van Volsem, en in openbare rechtszitting van 20 oktober 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Dirix in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van griffier Kristel Kristel Vanden Bossche.

Vrije woorden

  • Openbaarheid van bestuur

  • Art. 2, 4°, Wet Openbaarheid Bestuur