- Arrest van 21 oktober 2011

21/10/2011 - C.11.0059.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Bij het onderzoek van een verzoek tot uitkering na echtscheiding kan het schuldig feit van de verweerder de zwaarwichtigheid van de fout van de eiser eventueel afzwakken of het oorzakelijk verband tussen die fout en de onmogelijkheid om de samenleving voort te zetten verbreken (1). (1) Zie concl. OM in Pas., 2011, nr. ... .


Arrest - Integrale tekst

Nr. C.11.0059.F

R. C.,

Mr. Isabelle Heenen, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

E. J.,

Mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van 2 september 2010 in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg te Luik.

Raadsheer Martine Regout heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Jean-Marie Genicot heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert een middel aan in haar cassatieverzoekschrift, waarvan een eensluidend verklaard afschrift aan dit arrest is gehecht.

III. BESLISSING VAN HET HOF

(...)

Eerste onderdeel

Krachtens artikel 301, § 2, tweede lid, Burgerlijk Wetboek, kan de rechtbank het verzoek tot uitkering na echtscheiding weigeren indien de verweerder bewijst dat de verzoeker een zware fout heeft begaan die de voortzetting van de samenleving onmogelijk heeft gemaakt.

Een feit waaraan de verweerder schuld heeft, kan de zwaarwichtigheid van de fout van de eiser eventueel afzwakken of het oorzakelijk verband verbreken tussen die fout en de onmogelijkheid om de samenleving voort te zetten.

Het bestreden vonnis dat het door de eiseres tegen de verweerder ingediende verzoek tot uitkering na echtscheiding ongegrond verklaart en het verzoek van de eiseres om de verantwoordelijkheid van de verweerder voor de ontwrichting van het huwelijk van de partijen en de onmogelijkheid om de samenleving voort te zetten door getuigen te bewijzen, verwerpt op grond dat, zelfs indien de als bewijs aangemerkte feiten waren aangetoond, deze volkomen nutteloos zouden zijn, "aangezien het bewijs van een mogelijke fout van de verweerder van geen enkel belang zou zijn voor het al dan niet toekennen van een uitkering na echtscheiding", schendt voormeld artikel 301, § 2, tweede lid.

Het onderdeel is gegrond.

(...)

Overige grieven

Er bestaat geen grond tot onderzoek van het tweede onderdeel van het middel, dat niet kan leiden tot ruimere cassatie.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden vonnis, behalve in zoverre dat vonnis het voorstel om de feiten 1, tweede deel, 3 en 4, door getuigen aan te tonen, verwerpt.

Verwerpt het cassatieberoep voor het overige.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis.

Veroordeelt de eiser in de helft van de kosten en houdt de overige kosten aan voor uitspraak daaromtrent door de feitenrechter.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar de rechtbank van eerste aanleg te Hoei, rechtszitting houdende in hoger beroep.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, de raadsheren Didier Batselé, Christine Matray, Sylviane Velu en Martine Regout, en in openbare terechtzitting van 21 oktober 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, in aanwezigheid van advocaat-generaal Jean Marie Genicot, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Alain Smetryns en overgeschreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Uitkering na echtscheiding

  • Voorwaarden

  • Foutieve gedragingen van de echtgenoten

  • Fout van de echtgenoot-eiser

  • Schuldig feit van de echtgenoot-verweerder