- Arrest van 8 november 2011

08/11/2011 - P.10.0399.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Wanneer misdrijven met dezelfde maximumgevangenisstraffen worden bestraft, is de hoogste maximumgeldboete beslissend voor het bepalen van de zwaarste straf; zo een misdrijf strafbaar is gesteld met een geldboete die zoveel keer moet worden toegepast als er werknemers zijn ten aanzien van wie de overtreding werd begaan, wordt de maximumgeldboete voor dat misdrijf vastgesteld rekening houdend met het aantal in de telastlegging betrokken werknemers (1). (1) Cass. 5 juni 1979, AR 5287, AC, 1978-79, 1159; Cass. 3 okt. 1990, AR 8261, AC, 1990-91, 119.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.10.0399.N

PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE GENT,

eiser,

tegen

P. P. V. D.,

beklaagde,

verweerder.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 28 januari 2010.

De eiser voert in een verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

Raadsheer Koen Mestdagh heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Tweede middel

1. Het middel voert schending aan van artikel 65, tweede (lees: eerste) lid, Strafwetboek: het arrest dat oordeelt dat alle bewezen telastleggingen met eenzelfde misdadig opzet werden gepleegd zodat slechts een straf dient te worden opgelegd, legt de verweerder de straf op voor de telastlegging C, terwijl, rekening gehouden met het aantal werknemers ten overstaan van dewelke de inbreuk is gepleegd, het zwaarste feit dat van de telastlegging B betreft.

2. De verweerder is onder meer vervolgd voor:

- laattijdige elektronische melding aan de RSZ van de beëindiging van de tewerkstelling met betrekking tot vier werknemers (telastlegging B), dit zijn inbreuken op artikel 9 van het koninklijk besluit van 5 november 2002 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels (hierna: Dimona-aangiftebesluit);

- verhinderen van toezicht (telastlegging C), dit is een inbreuk op artikel 15, 2°, van de wet van 16 november 1972 betreffende de arbeidsinspectie (hierna: Arbeidsinspectiewet).

3. Overeenkomstig artikel 12bis, § 1, 1°, Dimona-aangiftebesluit wordt de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die zich niet schikt naar de bepalingen van dit besluit en de uitvoeringsbesluiten ervan, gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot een jaar en met een geldboete van 500 tot 2.500 euro, of met een van die straffen alleen, en wordt de geldboete zoveel maal toegepast als er werknemers zijn ten overstaan van dewelke een inbreuk is gepleegd, zonder dat het totaal bedrag van de geldboeten evenwel hoger mag zijn dan 125.000 euro.

Overeenkomstig artikel 15, 2°, Arbeidsinspectiewet wordt al wie het krachtens deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan geregelde toezicht verhindert, gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot een jaar en met een geldboete van 1.000 tot 5.000 euro, of met een van die straffen alleen.

4. Wanneer de strafrechter aan wie gelijktijdig verschillende misdrijven worden voorgelegd, oordeelt dat deze de opeenvolgende en voortgezette uitvoering zijn van eenzelfde misdadig opzet, mag hij overeenkomstig artikel 65, eerste lid, Strafwetboek daarvoor slechts een straf, namelijk de zwaarste, uitspreken.

Wanneer misdrijven met dezelfde maximumgevangenisstraffen worden bestraft, is de hoogste maximumgeldboete beslissend voor het bepalen van de zwaarste straf.

Zo een misdrijf strafbaar is gesteld met een geldboete die zoveel keer moet worden toegepast als er werknemers zijn ten aanzien van wie de overtreding werd begaan, wordt de maximumgeldboete voor dat misdrijf vastgesteld rekening houdend met het aantal in de telastlegging betrokken werknemers.

5. De aan de verweerder ten laste gelegde inbreuken op het Dimona¬aangiftebesluit (telastlegging B) en de Arbeidsinspectiewet (telastlegging C) worden bestraft met dezelfde minimum- en maximumgevangenisstraffen.

De maximumgeldboete voor de telastlegging B waarin hier vier werknemers zijn betrokken, bedraagt vier maal 2.500 euro, hetzij 10.000 euro.

De maximumgeldboete voor de telastlegging C bedraagt 5.000 euro.

Hieruit volgt dat de straf voor de feiten van de telastlegging B de zwaardere straf is.

6. Het arrest oordeelt dat alle bewezen telastleggingen met eenzelfde misdadig opzet werden gepleegd zodat slechts een straf dient te worden opgelegd, namelijk de zwaarste, en het zwaarste feit dit van de telastlegging C betreft. Het veroordeelt de verweerder voor alle feiten samen tot een geldboete van 1.000 euro, verhoogd met vijftien opdeciemen en alzo gebracht op 2.500 euro, en legt aldus een onwettige straf op.

Het middel is gegrond.

Overige grieven

7. De overige grieven die niet tot ruimere cassatie kunnen leiden, behoeven geen antwoord.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering

8. Voor het overige zijn de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht genomen en is de beslissing overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het uitspraak doet over de straf en de verweerder verplicht tot betaling van een bijdrage aan het bijzonder fonds voor de hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en occasionele redders.

Verwerpt het cassatieberoep voor het overige.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest.

Veroordeelt de verweerder in de helft van de kosten van het cassatieberoep. Laat de overige helft ten laste van de Staat.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Brussel.

Bepaalt de kosten op 147,38 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, als voorzitter, en de raadsheren Luc Van hoogenbemt, Koen Mestdagh, Filip Van Volsem en Alain Bloch en op de openbare rechtszitting van 8 november 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

Vrije woorden

  • Verschillende misdrijven

  • Meerdaadse samenloop

  • Eenheid van opzet

  • Sociaalrechtelijke inbreuken

  • Misdrijf bestraft met geldboete die zoveel keer moet worden toegepast als er werknemers zijn

  • Bepaling van de hoogste maximumgeldboete

  • Berekeningswijze