- Arrest van 9 november 2011

09/11/2011 - P.11.1768.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Of het openbaar belang gebaat is bij de voortzetting van de hechtenis kan alleen beoordeeld worden na een geactualiseerd, nauwkeurig en gepersonaliseerd onderzoek van de gegevens van de zaak, aangezien de vrijheidsberoving de uitzondering is en de redenen die haar verantwoorden mettertijd hun relevantie kunnen verliezen; het arrest dat met grote stelligheid de vrees uitdrukt dat de eiser, zo hij wordt vrijgelaten, opnieuw tot de daad zal overgaan en zich aan het gerecht zal onttrekken, alleen op grond van een verwijzing naar de in aanmerking genomen telastleggingen, dus zonder concreet het verband te leggen tussen de aangevoerde risico's en de feitelijke gegevens van de zaak alsook de gegevens die eigen zijn aan de persoonlijkheid, welke door het gerechtelijk onderzoek aan het licht zijn gebracht, is niet ten genoege van recht met redenen omkleed (1). (1) Cass. 22 dec. 2010, AR P.10.1918.F, AC, 2010, nr. 765.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.1768.F

R. H.,

Mr. Xavier Carrette, advocaat bij de balie te Brussel.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, van 27 oktober 2011.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Pierre Cornelis heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

De eiser verwijt het bestreden arrest dat het, door een beschikking tot voorwaardelijke invrijheidstelling van de correctionele rechtbank te wijzigen, de voorlopige hechtenis handhaaft op grond van een stereotiepe motivering die geen rekening houdt met zijn feitelijke toestand en de stand van de zaak op het ogenblik van de beslissing.

Krachtens de artikelen 16, § 5, eerste en tweede lid, 27, § 3, laatste lid, en 30, § 1 en 4, Voorlopige Hechteniswet, moet de rechter die het verzoek tot invrijheidstelling afwijst, nagaan of er tegen de beklaagde ernstige aanwijzingen van schuld blijven bestaan. Hij moet melding maken van de feitelijke omstandigheden van de zaak en van die eigen aan de persoonlijkheid die, op het ogenblik van zijn beslissing, de hechtenis nog steeds absoluut noodzakelijk maken.

Of het openbaar belang gebaat is bij de voortzetting van de hechtenis kan dus alleen beoordeeld worden na een geactualiseerd, nauwkeurig en gepersonaliseerd onderzoek van de gegevens van de zaak, aangezien de vrijheidsberoving de uitzondering is en de redenen die haar verantwoorden mettertijd hun relevantie kunnen verliezen.

Het arrest drukt de vrees uit dat de eiser, zo hij wordt vrijgelaten, opnieuw tot de daad zal overgaan en zich aan het gerecht zal onttrekken. Dat wordt met grote stelligheid geponeerd maar alleen op grond van een verwijzing naar de in aanmerking genomen telastleggingen, dus zonder concreet het verband te leggen tussen de aangevoerde risico's en de feitelijke gegevens van de zaak alsook de gegevens die eigen zijn aan de persoonlijkheid, welke door het gerechtelijk onderzoek aan het licht zijn gebracht.

Het arrest bevat dus niet de redenen die, in deze fase van de rechtspleging, noodzakelijk zijn voor de verlenging van de hechtenis van de eiser.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest.

Laat de kosten ten laste van de Staat.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, anders samengesteld.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis en Gustave Steffens, en in openbare terechtzitting van 9 november 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Peter Hoet en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Verzoek tot invrijheidstelling

  • Handhaving van de hechtenis

  • Voorwaarden

  • Geacualiseerd, nauwkeurig en gepersonaliseerd onderzoek