- Arrest van 1 december 2011

01/12/2011 - C.11.0010.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

De erfgenaam die een nalatenschap onder voorrecht van boedelbeschrijving aanvaardt en deze boedelbeschrijving slechts laat opmaken na de wettelijke termijn , kan maar veroordeeld worden als zuiver aanvaardende erfgenaam wanneer hij reeds een daad van erfgenaam heeft verricht of wanneer tegen hem een vonnis bestaat dat in kracht van gewijsde is gegaan en hem als zuiver erfgenaam veroordeelt (1). (1) M. Puelinckx-Coene en J. Verstraete, Overzicht van de rechtspraak, Erfenissen, 1978-1987, (907), 973, nr. 71, en 979, nr. 79.


Arrest - Integrale tekst

Nr. C.11.0010.N

1. P. D. S.,

2. B. D. S.,

3. S. C.,

4. A. C.,

eisers,

vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Driekoningenstraat 3, waar de eisers woonplaats kiezen,

tegen

I. D. V.,

verweerder,

en in aanwezigheid van

C. D. S.,

in bindendverklaring van het arrest opgeroepen partij.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van hof van beroep te Gent van 3 juni 2010.

Raadsheer Eric Stassijns heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste onderdeel

1. Artikel 794 Burgerlijk Wetboek bepaalt dat de verklaring waarbij een erfgenaam aanvaardt onder voorrecht van boedelbeschrijving slechts kracht heeft voor zover zij is voorafgegaan of gevolgd door een getrouwe en nauwkeurige inventaris van de goederen der nalatenschap, in de vorm door het Gerechtelijk Wetboek voorgeschreven en binnen de termijnen bepaald in de artikelen 795 en 798 van dit wetboek.

Artikel 795 Burgerlijk Wetboek bepaalt dat de erfgenaam voor het opmaken van de boedelbeschrijving drie maanden heeft, te rekenen van de dag waarop de erfenis is opengevallen. Bovendien heeft hij, om zich omtrent de aanvaarding of de verwerping te beraden, een termijn van veertig dagen, te rekenen van de dag dat de voor het opmaken van de boedelbeschrijving verleende drie maanden verstreken zijn, of van de dag van het sluiten van de boedelbeschrijving, indien deze voor het verstrijken van de drie maanden is beëindigd.

Artikel 800 Burgerlijk Wetboek bepaalt dat na verloop van de bij artikel 795 verleende, en zelfs van de door de rechter overeenkomstig artikel 798 toegestane termijnen, de erfgenaam niettemin het recht behoudt om de boedelbeschrijving alsnog te doen opmaken en te aanvaarden onder voorrecht, behalve wanneer hij reeds een daad van erfgenaam verricht heeft, of wanneer tegen hem een vonnis bestaat dat in kracht van gewijsde is gegaan en hem als zuiver erfgenaam veroordeelt.

Artikel 802 Burgerlijk Wetboek bepaalt dat ingevolge het voorrecht van boedelbeschrijving de vermenging van de boedels wordt verhinderd ten aanzien van de erfgenaam zowel als ten aanzien van de schuldenaars en de legatarissen. De erfgenaam behoudt tegen de nalatenschap de rechten die hij had tegen de overledene. Hij is tot de betaling van de schulden en lasten der nalatenschap slechts gehouden tot het bedrag van de waarde der goederen die hij verkrijgt. De schuldeisers van de nalatenschap en de legatarissen worden uit die goederen betaald bij voorkeur boven de persoonlijke schuldeisers van de erfgenaam.

2. Uit het geheel van deze bepalingen volgt dat de erfgenaam die een nalatenschap onder voorrecht van boedelbeschrijving aanvaardt en deze boedelbeschrijving slechts laat opmaken na de wettelijke termijn, maar kan veroordeeld worden als zuiver aanvaardende erfgenaam wanneer hij reeds een daad van erfgenaam heeft verricht of wanneer tegen hem een vonnis bestaat dat in kracht van gewijsde is gegaan en hem als zuiver erfgenaam veroordeelt.

3. De appelrechters stellen vast:

- de eisers en de tot bindendverklaring opgeroepen partij hebben de nalatenschap van G. d. S. aanvaard onder voorrecht van boedelbeschrijving op 18 januari en op 5 april 2002;

- de boedelbeschrijving werd opgemaakt door notaris V. op 7 januari 2003.

4. De appelrechters stellen niet vast dat de eisers een daad van erfgenaam hebben verricht of dat tegen hen een vonnis bestaat dat in kracht van gewijsde is gegaan, en hen als zuiver erfgenaam veroordeelt. Ze konden aldus de eisers niet op hun eigen vermogen veroordelen tot betaling van de schuld van de nalatenschap van G. D. S.

Het onderdeel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verklaart het arrest bindend aan de tot bindendverklaring opgeroepen partij.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, raadsheer Eric Stassijns, afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, en de raadsheren Alain Smetryns en Geert Jocqué, en in openbare rechtszitting van 1 december 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Kristel Vanden

Bossche.

Vrije woorden

  • Erfgenaam

  • Aanvaarding nalatenschap onder voorrecht van boedelbeschrijving

  • Boedelbeschrijving na de wettelijke termijn

  • Veroordeling als zuiver aanvaardende erfgenaam