- Arrest van 15 december 2011

15/12/2011 - F.10.0131.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De bepaling dat eenieder die een economische activiteit uitoefent, aan de ambtenaren die bevoegd zijn om de toepassing van de B.T.W. te controleren en in het bezit zijn van hun aanstellingsbewijs, op elk tijdstip en zonder voorafgaande verwittiging, vrije toegang moet verlenen tot de ruimten waar de activiteit wordt uitgeoefend, om hen toe te laten de in deze wetsbepaling opgesomde onderzoeken en vaststellingen te doen, vereist niet dat de controleambtenaren die de voormelde onderzoeken en vaststellingen doen, hun aanstellingsbewijs spontaan moeten tonen, noch dat zij hiervan melding moeten maken in een proces-verbaal (1). (1) Zie de conclusie van het O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. F.10.0131.N

IMMO BULTINCK nv, met zetel te 9000 Gent, Stapelplein 70, bus 100,

eiseres,

met als raadsman mr. Victor Dauginet, advocaat bij de balie te Antwerpen, met kantoor te 2000 Antwerpen, Napelsstraat 32-34,

tegen

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de rekenplichtige ambtenaar van het eerste btw-ontvangkantoor Gent I, met kantoor te 9050 Gent (Ledeberg), Gaston Crommenlaan 6 bus 107,

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, waar de verweerder woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 22 juni 2010.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft op 21 juni 2011 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Eerste voorzitter Ghislain Londers heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

1. De appelrechter stelt vast dat niet wordt betwist dat de verbalisanten over een aanstellingsbewijs beschikten zonder dat wordt aangevoerd dat zij aldus de bewijskracht van akten hebben miskend.

In zoverre het middel opkomt tegen de feitelijke beoordeling van de feitenrechter is het niet ontvankelijk.

2. Gelet op de tevergeefs bekritiseerde vaststelling van de appelrechter dat niet wordt betwist dat de controleambtenaren over een aanstellingsbewijs beschikten, kan het middel in zoverre het aanvoert dat het bestaan van het aanstellingsbewijs niet door vermoedens kan geleverd worden, niet tot cassatie leiden en is het in zoverre bij gebrek aan belang niet ontvankelijk.

3. Krachtens artikel 63, eerste lid, Btw-wetboek, moet eenieder die een economische activiteit uitoefent, aan de ambtenaren die bevoegd zijn om de toepassing van de btw te controleren en in het bezit zijn van hun aanstellingsbewijs, op elk tijdstip en zonder voorafgaande verwittiging, vrije toegang verlenen tot de ruimten waar de activiteit wordt uitgeoefend, om hen toe te laten de in deze wetsbepaling opgesomde onderzoeken en vaststellingen te doen.

Deze bepaling vereist niet dat de controleambtenaren die de voormelde onderzoeken en vaststellingen doen, hun aanstellingsbewijs spontaan moeten tonen, noch dat zij hiervan melding moeten maken in een proces-verbaal.

In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.

Tweede middel

4. Overeenkomstig artikel 62, eerste lid, Btw-wetboek is eenieder gehouden, op ieder verzoek van de ambtenaren van de administratie die de belasting over de toegevoegde waarde onder haar bevoegdheid heeft, mondeling of schriftelijk alle inlichtingen te verschaffen die hem gevraagd worden, teneinde de juiste heffing van de belasting in zijnen hoofde of in hoofde van derden na te gaan.

Wanneer de controleambtenaren in uitvoering van voormelde wetsbepaling verklaringen acteren in een proces-verbaal, nemen zij geen getuigenverhoor af in de zin van artikel 915 Gerechtelijk Wetboek.

In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.

Derde middel

5. Het middel wijst in globo verschillende wettelijke bepalingen als geschonden aan en voert vervolgens in vijf onderdelen verschillende grieven aan zonder aan te geven welke wettelijke bepalingen op elk van die grieven betrekking hebben.

De onderdelen zijn niet nauwkeurig en derhalve niet ontvankelijk.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres in de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiseres op 287,99 euro en voor de verweerder op 218,59 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit eerste voorzitter Ghislain Londers, als voorzitter, de afdelingsvoorzitters Edward Forrier en Eric Dirix, en de raadsheren Eric Stassijns en Filip Van Volsem, en in openbare rechtszitting van 15 december 2011 uitgesproken door eerste voorzitter Ghislain Londers, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

Vrije woorden

  • Controlemaatregelen

  • Bedrijfslokalen

  • Bezichtiging

  • Regelmatigheid

  • Ambtenaar

  • Aanstellingsbewijs

  • Voorlegging