- Arrest van 23 december 2011

23/12/2011 - C.11.0154.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Hoewel de onsplitsbaarheid van het openbaar ministerie hierin bestaat dat er geen enkel onderscheid en geen enkele verdeling bestaat tussen de magistraten van het openbaar ministerie die bij wet gemachtigd zijn een handeling bij een welbepaald gerecht te verrichten, volgt uit de artikelen 143 en volgende van het Gerechtelijk Wetboek niettemin dat alleen de procureur-generaal bij het hof van beroep persoonlijk alle functies van het openbaar ministerie bij de hoven en rechtbanken van zijn rechtsgebied uitoefent, terwijl de magistraten die hem bijstaan, hetzij bij het hof van beroep, hetzij bij het arbeidshof, een handeling alleen maar regelmatig kunnen verrichten binnen de grenzen van hun wettelijke bevoegdheid, die in de regel bepaald wordt door de bevoegdheid van het gerecht waar zij hun ambt uitoefenen (1). (1) Zie concl. O.M. in Pas., 2011, A.R. C.11.0154.F, nr. … .

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.11.0154.F

PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE LUIK,

eiser tot cassatie in de zaak tussen

C. K.,

en

1. TOTAL BELGIUM nv,

2. J.-P. D.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van 24 februari 2011 van de arrondissementsrechtbank te Luik.

Voorzitter Christian Storck heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Jean-Marie Genicot heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Luidens artikel 642, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek, staat tegen de beslissingen van de arrondissementsrechtbank, zelfs bij verstek gegeven, alleen voorziening open voor de procureur-generaal bij het hof van beroep.

De voorziening werd ingesteld door afgifte, op de griffie van het Hof, van een verzoekschrift dat, in naam van de procureur-generaal bij het hof van beroep, is ondertekend door de heer F. K., advocaat-generaal bij het arbeidshof te Luik.

Artikel 144 Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat de procureur-generaal bij het hof van beroep wordt bijgestaan door een eerste advocaat-generaal, advocaten-generaal en substituut-procureurs-generaal, die onder zijn toezicht en leiding hun ambt uitoefenen; artikel 145 bepaalt dat er bij ieder arbeidshof een arbeidsauditoraat-generaal is, dat bestaat uit een eerste advocaat-generaal, een of meer advocaten-generaal en een of meer substituut-generaals die er, onder het toezicht en de leiding van de procureur-generaal, het ambt van openbaar ministerie uitoefenen.

Hoewel de onsplitsbaarheid van het openbaar ministerie hierin bestaat dat er geen enkel onderscheid en geen enkele verdeling bestaat tussen de magistraten van het openbaar ministerie die bij wet gemachtigd zijn een handeling bij een welbepaald gerecht te verrichten, volgt uit de artikelen 143 en volgende Gerechtelijk Wetboek niettemin dat alleen de procureur-generaal bij het hof van beroep persoonlijk alle functies van het openbaar ministerie bij de hoven en rechtbanken van zijn rechtsgebied uitoefent, terwijl de magistraten die hem bijstaan, hetzij bij het hof van beroep, hetzij bij het arbeidshof, een handeling alleen maar regelmatig kunnen verrichten binnen de grenzen van hun wettelijke bevoegdheid, die in de regel bepaald wordt door de bevoegdheid van het gerecht waar zij hun ambt uitoefenen.

Het instellen van de voorziening, bepaald in artikel 642, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek, tegen een beslissing van de arrondissementsrechtbank, valt niet onder de wettelijke bevoegdheid van het arbeidsauditoraat-generaal.

Het cassatieberoep dat ingesteld is bij een door een lid van dat auditoraat ondertekend verzoekschrift, is niet ontvankelijk.

Dictum

Het Hof

Verwerpt het cassatieberoep.

Laat de kosten ten laste van de Staat.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door voorzitter Christian Storck, de raadsheren Didier Batselé, Sylviane Velu, Martine Regout en Alain Simon, en in openbare terechtzitting van 23 december 2011 uitgesproken door voorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Jean Marie Genicot, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van waarnemend eerste voorzitter Edward Forrier en overgeschreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De waarnemend eerste voorzitter,

Vrije woorden

  • Onsplitsbaarheid

  • Draagwijdte