- Arrest van 3 januari 2012

03/01/2012 - P.10.1662.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Wanneer schade is veroorzaakt door de samenlopende fouten van twee daders, kan de rechter, op de vordering tot vrijwaring van een dader tegen de mededader, tenzij hij vaststelt dat de mededader contractueel verplicht was de dader te vrijwaren, niet beslissen dat, in de onderlinge verhouding van dader en mededader, laatstgenoemde gehouden is tot volledige vrijwaring van de dader, aangezien hij in dat geval het bestaan van een oorzakelijk verband tussen de fout van de dader en de schade van het slachtoffer ontkent (1). (1) Zie Cass. 23 juni 2005, AR C.03.0551.F – C.03.0556.F, AC 2005, nr. 369.


Arrest - Integrale tekst

Nr. P.10.1662.N

SINGLES HAIR bvba, met zetel te 9160 Lokeren, Luikstraat 68,

burgerlijke partij,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de eiseres woonplaats kiest.

tegen

V. L. K. D. M.,

beklaagde,

verweerster

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 15 september 2010.

De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Alain Bloch heeft verslag uitgebracht.

Eerste advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Ontvankelijkheid van het cassatieberoep

1. De eiseres heeft geen hoedanigheid om op te komen tegen de beslissing op strafgebied.

Het cassatieberoep is in zoverre niet ontvankelijk.

Middel

2. Het middel voert schending aan van de artikelen 1, 3 en 4 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering en de artikelen 28bis en 28ter Wetboek van Strafvordering: de appelrechters verklaren de burgerlijke rechtsvordering van de eiseres niet ontvankelijk enkel en alleen omdat deze steunt op de strafvordering die zelf niet ontvankelijk is; deze laatste onontvankelijkheid is het gevolg van het feit dat de zaakvoerster van de eiseres, hoewel daartoe niet bevoegd, onderzoeksdaden stelde, namelijk de handtas van de verweerster doorzocht; deze omstandigheid kan leiden tot de niet-toelaatbaarheid van het aldus verkregen bewijs, maar niet tot de nietigheid van de gehele strafvordering; het arrest wijst geen enkele omstandigheid aan die leidt tot de onontvankelijkheid van de beslissing van het openbaar ministerie om te vervolgen; ook als het misdrijf op een onregelmatige wijze aan het licht kwam, leidt dit niet tot de onontvankelijkheid van de beslissing te vervolgen, die op zichzelf niet onwettig of deloyaal is; de appelrechters laten na te onderzoeken of de strafvordering niet op andere bewijselementen steunt en besluiten ten onrechte tot onontvankelijkheid van de burgerlijke rechtsvordering die ervan afhangt.

3. De enkele omstandigheid dat een niet daartoe bevoegde persoon onderzoekshandelingen heeft gesteld, kan niet leiden tot de niet-ontvankelijkheid van de strafvordering. Het recht de strafvordering uit te oefenen ontstaat immers door het plegen van het misdrijf, ongeacht de wijze waarop ze verder wordt uitgeoefend en onafhankelijk van de wijze waarop de bewijsgaring verloopt.

4. Het arrest dat beslist tot de niet-ontvankelijkheid van de strafvordering en van de daarop geënte burgerlijke rechtsvordering om de enkele redenen dat het de taak is van de politie om bij toepassing van artikel 28bis, § 1, Wetboek van Strafvordering onder de leiding van het parket misdrijven op te sporen en vast te stellen en dat L. V. geen enkele bevoegdheid had om zelf onderzoeksdaden te stellen en de handtas van de verweerster te doorzoeken, is niet naar recht verantwoord.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest waar het uitspraak doet over de burgerlijke rechtsvordering van de eiseres.

Verwerpt het cassatieberoep voor het overige.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest.

Veroordeelt de eiseres tot één vierde van de kosten.

Veroordeelt de verweerster tot de overige kosten.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen.

Bepaalt de kosten in het geheel op 115,71 euro waarvan 85,71 euro verschuldigd is.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, als voorzitter, en de raadsheren Koen Mestdagh, Filip Van Volsem, Alain Bloch en Peter Hoet, en op de openbare rechtszitting van 3 januari 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

Vrije woorden

  • Verschillende daders

  • Hoofdelijkheid

  • Vergoeding van het slachtoffer

  • Bijdrage in de schuld

  • Vordering tot vrijwaring van een dader tegen een mededader

  • Veroordeling tot volledige vrijwaring