- Arrest van 6 januari 2012

06/01/2012 - C.10.0182.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

De verplichting om bijstand en advies te verlenen aan de opdrachtgever in de keuze van de aannemer met het oog op de verwezenlijking van het ontwerp in de beste voorwaarden naar prijs en kwaliteit houdt onder meer in dat hij de opdrachtgever informatie moet verstrekken over de regelgeving betreffende de toegang tot het beroep en de mogelijke gevolgen hiervan (1) (Reglement van beroepsplichten, vastgesteld door de Nationale Orde der Architecten, goedgekeurd en verbindend verklaard bij het KB van 18 april 1985). (1) Cass. 9 juni 1997, AR S.96.0114.F, AC, 1997, nr. 264).


Arrest - Integrale tekst

Nr. C.10.0182.F

1. J.-P. K.,

2. B. M.,

Mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

1. H. V. P.,

2. C. L.,

3. EUROMAF ASSURANCE DES INGÉNIEURS ET ARCHITECTES EUROPÉENS,

Mr François T'Kint, advocaat bij het Hof van Cassatie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Luik van 5 november 2009.

Raadsheer Didier Batselé heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Thierry Werquin heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eisers voeren drie middelen aan:

...

Tweede middel

Geschonden wettelijke bepalingen

- artikel 4 van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en van het beroep van architect;

- artikel 22 van het door de Nationale Raad van de Orde der Architecten vastgestelde reglement van beroepsplichten, goedgekeurd en verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 18 april 1985;

- artikel 6 van het Burgerlijk Wetboek.

Aangevochten beslissingen

Het arrest wijst de rechtsvordering die de eisers tegen de tweede verweerder in diens hoedanigheid van architect hebben ingesteld, slechts gedeeltelijk toe en beslist dat hij zijn plicht om advies te verstrekken bij de keuze van de aannemer wel degelijk is nagekomen, ook al had laatstgenoemde geen toegang tot het beroep van aannemer. Het beslist aldus op de volgende gronden:

"(De tweede verweerder) draagt geen bijzondere aansprakelijkheid voor het feit dat de aannemer geen toegang heeft tot het beroep van aannemer, daar de tussen hem en de opdrachtgevers gesloten architectenovereenkomst bepaalt dat het aan hen staat om, na keuze van de aannemer, ‘erop toe te zien dat (laatstgenoemde) (hun) het bewijs levert van zijn registratie, zijn eventuele erkenning en dat hij de nodige waarborgen biedt inzake beroepsbekwaamheid, solvabiliteit en burgerlijke beroepsverzekering. De niet-nakoming van die verplichtingen kan niet tot verzwaring leiden van de lasten die de architect op zich neemt wegens zijn toezicht op de uitvoering van de werken' (artikel 6 van het contract).

Die clausule is geoorloofd. Het doet dus niet ter zake dat de architect en de opdrachtgevers het niet met elkaar eens zijn over de aansprakelijkheid voor de keuze van de aanneming. De gevolgen van de keuze van een aannemer met weinig beroepservaring die niet over de vereiste vergunningen beschikt zijn voor rekening van de opdrachtgevers".

Grieven

Artikel 4 van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en van het beroep van architect bepaalt dat een beroep moet worden gedaan op de medewerking van een architect voor het opmaken van de plannen en de controle op de uitvoering van de werken, voor welke door de wetten, besluiten en reglementen een voorafgaande aanvraag om toelating tot bouwen is opgelegd.

De architect heeft bijgevolg de plicht om advies en bijstand te verlenen aan de opdrachtgever die krachtens de wet verplicht is om een beroep te doen op zijn medewerking voor het opmaken van de plannen en de controle op de uitvoering van de werken waarvoor een bouwvergunning vereist is.

Artikel 22 van het door de Nationale Orde der Architecten vastgestelde reglement van beroepsplichten, goedgekeurd en verbindend verklaard bij het koninklijk besluit van 18 april 1985 preciseert dienaangaande dat de architect, wat ook zijn statuut weze, de opdrachtgever bijstaat in de keuze van de aannemer met het oog op de verwezenlijking van het ontwerp in de beste voorwaarden naar prijs en kwaliteit en dat hij de aandacht van zijn cliënt vestigt op de waarborgen welke de aannemer biedt.

Die verplichting om bijstand en advies te verlenen aan de opdrachtgever houdt onder meer in dat de architect de opdrachtgever informatie moet verstrekken over de regelgeving betreffende de toegang tot het beroep en de mogelijke gevolgen hiervan.

Te dezen stelt het arrest vast dat artikel 6 van de door de tweede verweerder met de eisers gesloten architectenovereenkomst een clausule bevat volgens welke het aan de eisers staat erop toe te zien dat de door hen gekozen aannemer hun de nodige waarborgen biedt inzake beroepsbekwaamheid, solvabiliteit en burgerlijke beroepsverzekering. Dat beding heeft tot gevolg dat de architect niet aansprakelijk is voor zijn advies inzake de keuze van de aannemer.

De bepalingen van de wet van 20 februari 1939 raken de openbare orde. Artikel 22 van het reglement van de beroepsplichten van de architect dat de plicht van de architect om aan de opdrachtgever bijstand te verlenen bij de keuze van de aannemer nader omschrijft is eveneens van openbare orde of althans van dwingend recht. Krachtens artikel 6 van het Burgerlijk Wetboek mogen de partijen niet bij bijzondere overeenkomsten afwijken van de wetten die de openbare orde en de goede zeden raken.

Bijgevolg heeft het arrest niet wettig kunnen beslissen dat voormeld beding geoorloofd is, dat de tweede verweerder geen bijzondere aansprakelijkheid draagt voor het feit dat de aannemer geen toegang heeft tot het beroep van aannemer en dat de gevolgen van de keuze van een aannemer die niet over de vereiste vergunningen beschikt, voor rekening waren van de eisers.

...

III. BESLISSING VAN HET HOF

...

Tweede middel

Artikel 4 van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en van het beroep van architect bepaalt dat een beroep moet worden gedaan op de medewerking van een architect voor het opmaken van de plannen en de controle op de uitvoering der werken voor welke door de wetten, besluiten en reglementen een voorafgaande aanvraag om toelating tot bouwen is opgelegd.

Bijgevolg heeft de architect de plicht om advies en bijstand te verlenen aan de opdrachtgever die krachtens de wet verplicht is een beroep te doen op diens medewerking voor het opmaken van de plannen en voor de controle op de uitvoering van de werken waarvoor een bouwvergunning vereist is.

Artikel 22 van het door de nationale Orde der architecten vastgestelde reglement van beroepsplichten, goedgekeurd en verbindend verklaard bij het koninklijk besluit van 18 april 1985 preciseert dat de architect, wat ook zijn statuut weze, de opdrachtgever bijstaat in de keuze van de aannemer met het oog op de verwezenlijking van het ontwerp in de beste voorwaarden naar prijs en kwaliteit en dat hij de aandacht van zijn cliënt vestigt op de waarborgen welke de aannemer biedt.

Bijgevolg houdt de plicht om bijstand en advies te geven aan de opdrachtgever voor de architect onder meer in dat hij de opdrachtgever informatie moet verstrekken over de regelgeving betreffende de toegang tot het beroep en de mogelijke gevolgen hiervan.

Daar die bepalingen de openbare orde raken, verbiedt artikel 6 Burgerlijk Wetboek hiervan af te wijken in bijzondere overeenkomsten.

In verband met de keuze van de aannemer beslist het arrest dat de tweede verweerder zijn plicht om advies te verstrekken aan de eisers wel degelijk is nagekomen, daar het architectencontract bepaalt dat de opdrachtgevers de aannemer kiezen en dat het aan hen staat zich ervan te vergewissen of hij voldoet aan de vereisten inzake registratie, eventuele erkenning, solvabiliteit en burgerlijke beroepsverzekering.

Het arrest schendt aldus de in het middel aangegeven bepalingen van de wet en het reglement.

Het middel is gegrond.

...

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het de vordering van de eisers tegen de tweede verweerder en de verweerster afwijst, verklaart dat de door de tweede verweerder tegen de verweerster ingestelde vordering tot vrijwaring, zijn verhaal op de eerste verweerder en de regresvordering van de derde verweerster tegen de tweede verweerder geen bestaansreden hebben en in zoverre het uitspraak doet over de verdeling van de kosten tussen de eisers, de tweede verweerder en de verweerster.

Verwerpt het cassatieberoep voor het overige.

Beveelt dat van het arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest.

Veroordeelt de eisers in de kosten van de eerste verweerder, houdt de uitspraak over de overige kosten aan en laat de beslissing hieromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Bergen.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door voorzitter Christian Storck, de raadsheren Didier Batselé, Sylviane Velu, Alain Simon en Michel Lemal, en in openbare terechtzitting van 6 januari 2012 uitgesproken door voorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Thierry Werquin, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Eric Stassijns en overgeschreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Architectenovereenkomst

  • Keuze van de aannemer

  • Verplichtingen van de architect