- Arrest van 10 januari 2012

10/01/2012 - P.11.1507.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Een arrest is ten aanzien van een partij op tegenspraak gewezen, wanneer die partij tijdens alle stadia van de rechtspleging waarin bewijsmateriaal of beschuldigingen tegen haar worden aangevoerd, aanwezig of vertegenwoordigd is en daarover verweer kan voeren (1). (1) Zie Cass. 24 maart 2010, AR P.10.0284.F, AC, 2010, nr. 213.


Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.1507.N

V C B,

beklaagde, gedetineerd,

eiser.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 30 juni 2011.

De eiser voert geen middel aan.

Raadsheer Alain Bloch heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Ambtshalve middel

Geschonden wettelijke bepaling

- de artikelen 187, 188 en 208 Wetboek van Strafvordering

1. Een arrest is ten aanzien van een partij op tegenspraak gewezen, wanneer die partij tijdens alle stadia van de rechtspleging waarin bewijsmateriaal of beschuldigingen tegen haar worden aangevoerd, aanwezig of vertegenwoordigd is en daarover verweer kan voeren.

2. Om te bepalen of een beslissing op tegenspraak is gewezen, dient geen rekening te worden gehouden met de omschrijving die de rechter geeft aan de voor hem gevoerde rechtspleging, maar met de stukken waaruit blijkt dat partijen al dan niet het debat hebben bijgewoond en hun vorderingen, verweermiddelen en excepties hebben kunnen aanvoeren.

3. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat:

- op de rechtszitting van 7 februari 2001 de eiser aanwezig was, een aantal burgerlijke partijen werden gehoord, het openbaar ministerie heeft gevorderd en de eiser werd gehoord in zijn middelen van verdediging ontwikkeld door zijn raadsman, waarop de zaak in voorzetting werd gesteld naar de rechtszitting van 14 februari 2001;

- op die rechtszitting in afwezigheid van de eiser en zijn raadsman de behandeling van de zaak in voortzetting werd gesteld naar de rechtszitting van 14 maart 2001, zonder dat werd gevorderd of partijen werden gehoord;

- op die rechtszitting in afwezigheid van de eiser en zijn raadsman een burgerlijke partij werd gehoord, het openbaar ministerie verklaarde geen vordering meer te hebben en de zaak in beraad werd genomen;

- bij tussenarrest van 4 april 2001 het debat werd heropend "enkel teneinde het Openbaar Ministerie toe te laten een eensluidend afschrift te voegen van het vonnis van de correctionele rechtbank te Brussel dd. 13 april 1995 voorzien van het bewijs dat deze beslissing kracht van gewijsde heeft bekomen, ter staving van de in de inleidende akte voorziene wettelijke herhaling lastens [de eiser]" en de zaak in voortzetting werd gesteld naar de rechtszitting van 2 mei 2001;

- op die rechtszitting in afwezigheid van de eiser en zijn raadsman het openbaar ministerie werd gehoord, dat meedeelde dat het gevraagde stuk bij het dossier van de rechtspleging werd gevoegd, evenals de aanwezige burgerlijke partijen die meedeelden niets meer te zeggen te hebben, waarop de zaak in beraad werd genomen;

- de eiser bij arrest van 30 mei 2001 in staat van wettelijke herhaling werd veroordeeld tot onder meer tien jaar hoofdgevangenisstraf, waarbij het arrest vermeldt dat het ten aanzien van de eiser op tegenspraak is gewezen.

4. Het arrest dat eisers verzet van 31 mei 2011 tegen het arrest van 30 mei 2001 niet-ontvankelijk verklaart op de grond dat alleen bij verstek gevelde beslissingen vatbaar zijn voor verzet en dat aldus bij de beoordeling van het al dan niet tegensprekelijk karakter van het arrest van 30 mei 2001 geen acht slaat op de omstandigheid dat na voeging van een voor de eiser gebeurlijk belastend stuk, de rechtspleging werd verder gezet zonder dat hij op de daarop volgende rechtszitting aanwezig of vertegenwoordigd was en omtrent dit stuk verweer kon voeren, is niet naar recht verantwoord.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest.

Laat de kosten ten laste van de Staat.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Gent.

Bepaalt de kosten op 167,11 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, als voorzitter, en de raadsheren Paul Maffei, Filip Van Volsem, Alain Bloch en Peter Hoet, en op de openbare rechtszitting van 10 januari 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

Vrije woorden

  • Arrest gewezen op tegenspraak