- Arrest van 11 januari 2012

11/01/2012 - P.11.0846.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De vertrouwelijkheid van een stuk dat het bestaan van een misdaad of wanbedrijf kan aantonen, verhindert op zich niet dat het door een onderzoeksrechter in beslag genomen wordt, mits de wettelijke en substantiële rechtsvormen die de geldigheid van een dergelijke akte regelen, in acht genomen worden (1). (1) Zie Henri D. BOSLY, Damien VANDERMEERSCH en Marie-Aude BEERNAERT, Droit de la procédure pénale, 6de uitg., Die Keure, 2010, p. 425 tot 427.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.0846.F

ETHIAS nv,

Mr. Michel Mahieu, advocaat bij het Hof van Cassatie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 14 april 2011.

De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Gustave Steffens heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Raymond Loop heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

Eerste onderdeel

De eiseres voert aan dat de onderzoeksmagistraat de stukken waarvan zij de inbeslagneming betwist, niet aan de kamer van inbeschuldigingstelling heeft overgedragen, zodat het onderzoeksgerecht niet heeft kunnen oordelen of ze al dan niet vertrouwelijk waren.

Enerzijds zou het onderzoek van het middel het Hof verplichten tot een onderzoek van feiten, waarvoor het niet bevoegd is.

Anderzijds sluit het arrest niet uit dat de medische gegevens die door de onderzoeksrechter zijn vergaard van vertrouwelijke aard zijn, maar oordeelt het dat de akte van inbeslagneming in geen enkel opzicht onregelmatig is.

Aangezien het middel feit en recht vermengt en tegelijkertijd geen belang vertoont, is het niet ontvankelijk.

Tweede onderdeel

In strijd met wat het middel aanvoert, verhindert de vertrouwelijkheid van een stuk dat het bestaan van een misdaad of wanbedrijf kan aantonen, op zich niet dat het door een onderzoeksrechter in beslag genomen wordt mits de wettelijke en substantiële rechtsvormen die de geldigheid van een dergelijke akte regelen, in acht genomen worden.

Het middel faalt wat dat betreft naar recht.

Voor de appelrechters werd ook, en voor het Hof wordt nog steeds, aangevoerd dat het beslag niet in verhouding stond tot het nagestreefde doel, met name omdat de litigieuze stukken geen verband houden met het rechtmatig verloop van het gerechtelijk onderzoek, maar stukken zijn met als doel de verdediging van de in het geding betrokken personen.

Het arrest wijst erop dat de door de eiseres opgeworpen exceptie gegrond is in zoverre zij betrekking heeft op de briefwisseling met de advocaten maar dat de berichten aan de verzekeraar of de adviserend geneesheer geneeskundige overwegingen bevatten en in dat opzicht, in het kader van een gerechtelijk onderzoek naar een eventuele medische strafrechtelijke verantwoordelijkheid, stukken zijn die een antwoord kunnen geven op de legitieme vragen van de klagers.

De appelrechters schenden aldus de artikelen 6 en 8 EVRM niet.

Het middel kan wat dat betreft niet worden aangenomen.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing over de strafvordering

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis en Gustave Steffens, en in openbare terechtzitting van 11 januari 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Raymond Loop, met bijstand van griffier Tatiana Fenaux.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Filip Van Volsem en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Vertrouwelijke stukken

  • Inbeslagneming door de onderzoeksrechter