- Arrest van 12 januari 2012

12/01/2012 - C.10.0662.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
In burgerlijke zaken kan een partij hoger beroep instellen indien de beroepen beslissing haar belang schaadt; een dergelijk belang is voorhanden wanneer het hoger beroep gericht is tegen de afwijzing van een vordering van de appellant door de eerste rechter.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.10.0662.N

MH SHIPPING COMPANY, vennootschap naar Engels recht, met zetel te EC2P 2AA Londen (Verenigd Koninkrijk), Bishopgate 41,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets en mr. Paul Alain Foriers, advocaten bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 149, bus 20, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

1. BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de staatssecretaris voor Mobiliteit, met kantoor te 1000 Brussel, Koningsstraat 180,

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Vilain XIIII-straat 17, waar de verweerder woonplaats kiest,

2. VLAAMS GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, in de persoon van de minister-president, met kantoor te 1000 Brussel, Martelaarsplein 19, voor wie optreedt de Vlaamse minister van Mobiliteit en Openbare Werken, met kantoor te 1000 Brussel, Koning Albert II-laan 20, bus 1,

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de verweerder woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 15 september 2008.

Raadsheer Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Ontvankelijkheid van het cassatieberoep

1. De tweede verweerder werpt op dat het cassatieberoep niet ontvankelijk is, omdat de eiseres geen partij was voor het hof van beroep.

2. Uit het bestreden arrest blijkt dat de eiseres als appellante is opgetreden in het geding voor het hof van beroep.

Het middel van niet-ontvankelijkheid moet worden verworpen.

Eerste middel

Ontvankelijkheid van het eerste onderdeel

3. De eerste verweerder werpt op dat het onderdeel niet ontvankelijk is bij gebrek aan belang en wegens vermenging van feit en recht.

De tweede verweerder werpt op dat het onderdeel niet ontvankelijk is, omdat de eiseres niet in de procedure aanwezig was en de niet-toelaatbaarheid van het hoger beroep eveneens het gevolg is van de onbekwaamheid van de eiseres om voor een Belgische rechtbank een procedure in te leiden.

4. De eiseres voert aan dat de appelrechters ten onrechte haar hoger beroep niet toelaatbaar hebben verklaard. Dat de appelrechters eveneens het hoger beroep van MH Shipping Limited ontoelaatbaar hebben verklaard, doet geen afbreuk aan het belang van de eiseres om op te komen tegen dit oordeel van de appelrechters.

5. De appelrechters stellen vast dat MH Shipping Limited of de partnership MH Shipping Company, in de veronderstelling dat deze laatste stond voor MH Shipping Limited ingevolge een foutieve vermelding, partij was in het geding. Het onderdeel dat enkel opkomt tegen de niet-toelaatbaarverklaring van het hoger beroep van MH Shipping Company vermengt niet feit en recht.

6. Anders dan waarvan de tweede verweerder uitgaat, verklaren de appelrechters het hoger beroep van de eiseres niet ontoelaatbaar omdat zij niet beschikt over de vereiste bekwaamheid om in rechte op te treden voor de Belgische rechtbanken, maar oordelen zij dat de vorderingen van de eiseres op deze grond niet toelaatbaar moeten verklaard worden voor zover haar hoger beroep toelaatbaar mocht zijn.

De gronden van niet-ontvankelijkheid moeten verworpen worden.

Eerste onderdeel

7. In burgerlijke zaken kan een partij hoger beroep instellen indien de beroepen beslissing haar belang schaadt.

Een dergelijk belang is voorhanden wanneer het hoger beroep gericht is tegen de afwijzing van een vordering van de appellant door de eerste rechter.

8. De appelrechters stellen vast dat:

- de eiseres partij was in het geding voor de eerste rechter;

- de vordering in vrijwaring en de rechtstreekse vordering van de eiseres tegen de tweede verweerder werd afgewezen;

- de afwijzing van deze vordering in vrijwaring en de rechtstreekse vordering tegen de verweerders geen veroordeling betreft.

Zij oordelen dat de eiseres geen belang heeft bij haar hoger beroep.

9. Door op die gronden het hoger beroep van de eiseres niet toelaatbaar te verklaren, miskennen de appelrechters het belang van de eiseres om hoger beroep in te stellen en verantwoorden zij hun beslissing niet naar recht.

Het onderdeel is gegrond.

Tweede middel

Ontvankelijkheid van het eerste onderdeel

10. De eerste verweerder werpt op dat het onderdeel niet ontvankelijk is bij gebrek aan belang, omdat het eerste middel niet de cassatie kan meebrengen van de beslissing dat het hoger beroep van de eiseres ontoelaatbaar is.

11. Uit het antwoord op het eerste middel blijkt dat appelrechters ten onrechte het hoger beroep van de eiseres niet toelaatbaar hebben verklaard wegens gebrek aan belang.

De grond van niet-ontvankelijkheid moet worden verworpen.

Eerste onderdeel

12. Het is tegenstrijdig te oordelen dat de eiseres wel en niet bekwaam is om in rechte op te treden.

Het onderdeel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van het arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de uitspraak daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit waarnemend eerste voorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Eric Stassijns, Beatrijs Deconinck, Alain Smetryns en Geert Jocqué, en in openbare rechtszitting van 12 januari 2012 uitgesproken door waarnemend eerste voorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guy

Dubrulle, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

Vrije woorden

  • Belang