- Arrest van 19 januari 2012

19/01/2012 - F.10.0132.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Artikel 92, lid 2, van het B.T.W.-Wetboek, dat het recht van hoger beroep tegen de rechterlijke beslissing waarbij het verzet tegen het dwangbevel is afgewezen, onderwerpt aan de verplichting het bedrag van de verschuldigde sommen in consignatie te geven, strekt ertoe het instellen van dilatoire rechtsmiddelen die de rechten van de schatkist in gevaar zouden brengen, tegen te gaan en legt het bevoegde bestuur de verplichting op rekening te houden met de concrete gegevens van elke zaak, met inbegrip van de financiële toestand van de belastingplichtige die een voldoende draagkracht moet hebben om het bedrag te kunnen consigneren; indien het hoger beroep niet dilatoir is, kan de aangevoerde omstandigheid dat de rechten van de schatkist in gevaar zijn of kunnen zijn, het opgelegde verzoek tot consignatie niet verantwoorden (1). (1) Zie de conclusie van het O.M.


Arrest - Integrale tekst

Nr. F.10.0132.N

WADE INTERNATIONAL bvba, met zetel te 2018 Antwerpen, Pelikaanstraat 78/40,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Vilain XIIII-straat 17, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de eerstaanwezend inspecteur van het eerste btw-ontvangkantoor van Antwerpen, met kantoor te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4, bus 4,

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brusssel, Dalstraat 17, waar de verweerder woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest door het hof van beroep te Antwerpen van op 12 oktober 2010.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft op 26 september 2011 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Raadsheer Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste onderdeel

1. Krachtens het toepasselijke artikel 92 Btw-wetboek kan, wanneer het verzet tegen een dwangbevel is afgewezen, tegen de rechterlijke beslissing niet op geldige wijze enig rechtsmiddel worden aangewend, indien het bedrag van de verschuldigde sommen of een gedeelte daarvan vastgesteld door de ontvanger, niet in consignatie is gegeven binnen twee maanden na het verzoek dat de bevoegde ambtenaar bij aangetekende brief tot de belastingschuldige richt.

2. Die bepaling strekt ertoe het instellen van dilatoire rechtsmiddelen die de rechten van de schatkist in gevaar zouden brengen, tegen te gaan.

Zij legt aan het bevoegde bestuur de verplichting op rekening te houden met de concrete gegevens van elke zaak, met inbegrip van de financiële toestand van de belastingplichtige die een voldoende draagkracht moet hebben om het bedrag te kunnen consigneren.

3. Indien het hoger beroep niet dilatoir is, kan de aangevoerde omstandigheid dat de rechten van de schatkist in gevaar zijn of kunnen zijn, het opgelegde verzoek tot consignatie niet verantwoorden.

4. De appelrechters stellen niet vast dat het hoger beroep dilatoir is.

5. De appelrechters verantwoorden niet naar recht hun beslissing dat de ontvanger op zicht van de concrete gegevens in redelijkheid kon besluiten tot de noodzaak van de consignatie van een gedeelte van het verschuldigde bedrag.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding wordt gemaakt op de kant van het vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Gent.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit waarnemend eerste voorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Beatrijs Deconinck, Alain Smetryns, Geert Jocqué en Filip Van

Volsem, en in openbare rechtszitting van 19 januari 2012 uitgesproken door waarnemend eerste voorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

Vrije woorden

  • Verzet tegen dwangbevel

  • Afwijzing

  • Recht op hoger beroep

  • Beperkingen

  • Verplichting tot consignatie