- Arrest van 19 januari 2012

19/01/2012 - F.10.0094.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Gelet op het wettelijk verbod de geneeskunde uit te oefenen zonder het wettelijk diploma te bezitten van doctor in de genees-, heel- en verloskunde, is het verhuren van het recht op uitbating van het cliënteel door een geneesheer-huisarts aan een door hem opgerichte B.V.B.A. fictief en gesimuleerd, en is het niet die vennootschap maar wel de geneesheer-huisarts, die, ook na de litigieuze overeenkomst, in werkelijkheid de geneesheer is die de geneeskunde beoefent, zodat de zogenaamd wegens het verhuren van het recht op uitbating van het cliënteel aan de geneesheer betaalde vergoeding, in werkelijkheid moet beschouwd worden als bezoldigingen van bedrijfsleiders in de zin van de artikelen 30, 2° en 32 W.I.B. (1992) (1). (1) Zie de conclusie van het O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. F.10.0094.N

1. E. B.,

2. J. O.,

eisers,

met als raadslieden mr. Jan Sandra en mr. Steven Vancolen, advocaten bij de balie te Kortrijk, met kantoor te 8500 Kortrijk, Veemarkt 47/7,

tegen

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de gewestelijke directeur van het controlecentrum Brugge, met kantoor te 8000 Brugge, G. Vincke Dujardinstraat 4,

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, waar de verweerder woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 9 maart 2010.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft op 4 juli 2011 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Waarnemend eerste voorzitter Edward Forrier heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

1. De appelrechters beantwoorden het in het middel bedoelde verweer met de in het middel weergegeven redenen.

Het middel mist feitelijke grondslag.

Tweede middel

2. Het middel voert niet aan dat het arrest heeft beslist dat de overeenkomst van 23 juli 2003 iets bevat dat er niet staat of dat het iets niet bevat dat er wel in staat. Het middel voert in werkelijkheid aan dat de appelrechters van de overeenkomst een uitlegging geven die verschilt van deze die de eisers voorstellen.

Dergelijke grief houdt geen miskenning van bewijskracht van akte in en is derhalve niet ontvankelijk.

Derde middel

3. Artikel 2, § 1, Wet Gezondheidszorgberoepen bepaalt dat niemand de geneeskunde mag uitoefenen die niet het wettelijk diploma bezit van doctor in de genees-, heel- en verloskunde.

4. Gelet op dat wettelijke verbod hebben de appelrechters naar recht kunnen oordelen dat het verhuren van het recht op uitbating van het cliëntèle van de eerste eiser, geneesheer-huisarts, aan de "Dokter Etienne Beernaert bvba" fictief is en gesimuleerd en dat niet die vennootschap, maar wel de eerste eiser ook na de litigieuze overeenkomst in werkelijkheid de arts is die de geneeskunde beoefent, zodat de zogenaamd wegens het verhuren van het recht op uitbating van het cliëntèle aan de eerste eiser betaalde vergoeding, in werkelijkheid moet worden beschouwd als bezoldigingen van bedrijfsleiders in de zin van de artikelen 30, 2°, en 32 WIB92.

5. In zoverre het middel opkomt tegen dit oordeel en voorhoudt dat het niet de eiser is, maar wel de vennootschap die de patiënten behandelt, komt het op tegen de beoordeling in feite van de appelrechters is het niet ontvankelijk.

6. De beslissing van de appelrechters steunt niet alleen op de in het middel bekritiseerde reden dat het cliëntèle van een arts niet kan worden verhuurd, omdat de patiënten vrij zijn zich tot een andere arts te wenden, maar tevens op de zelfstandige hiervoor tevergeefs bekritiseerde reden dat het verhuren van het recht op uitbating van het cliëntèle van de eiser fictief is en gesimuleerd.

Het middel komt aldus in zoverre op tegen een overtollige reden en is niet ontvankelijk.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eisers in de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eisers op 158,74 euro en voor de verweerder op 306,61 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit waarnemend eerste voorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Beatrijs Deconinck, Alain Smetryns, Geert Jocqué en Filip Van

Volsem, en in openbare rechtszitting van 19 januari 2012 uitgesproken door waarnemend eerste voorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

Vrije woorden

  • Simulatie

  • Geneesheer

  • Recht op uitbating van cliënteel

  • Verhuring aan een vennootschap

  • Ontvangen vergoedingen

  • Herkwalificatie