- Arrest van 20 januari 2012

20/01/2012 - C.09.0353.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De beslissing die oordeelt dat enkel de verwanten van het slachtoffer rechthebbenden zijn in de zin van artikel 29bis, §1, eerste lid, van de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen, in de versie van na de wet van 13 april 1995, schendt die bepaling (1). (1) Zie de concl. van het O.M. in Pas. 2012 nr. ... .Art. 29bis WAM 1989 na de wijziging ervan bij W. 13 april 1995.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.09.0353.F

NMBS-HOLDING, nv,

Mr. Michel Mahieu, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

ETHIAS, nv,

Mr. Jacqueline Oosterbosch, advocaat bij het Hof van Cassatie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg te Namen van 21 november 2008.

Voorzitter Christian Storck heeft verslag uitgebracht.

Procureur-generaal Jean-François Leclercq heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiseres voert twee middelen aan waarvan het eerste als volgt is gesteld.

Geschonden wettelijke bepalingen

- artikel 149 van de Grondwet;

- artikel 29bis van de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen, zoals het van toepassing was op het tijdstip van het ongeval, namelijk 4 juli 1995, ingevolge de wet van 30 maart 1994, vóór de wijziging ervan bij de wet van 19 januari 2001.

Aangevochten beslissingen

Het bestreden vonnis beslist dat "de [eiseres] zich niet persoonlijk en rechtstreeks kan beroepen op artikel 29bis".

Het verantwoordt die beslissing om al zijn redenen die geacht worden hieronder integraal te zijn weergegeven en met name om de redenen dat geen enkele wettelijke of verordenende bepaling de [eiseres] uitdrukkelijk het recht geeft zich te beroepen op artikel 29bis; zij is niet persoonlijk het slachtoffer geweest van een verkeersongeval en zij kan zich als rechthebbende van het slachtoffer niet beroepen op artikel 29bis, aangezien zij geen verwante van dat slachtoffer is en zelf geen schade heeft geleden ten gevolge van de letsels of van het overlijden van de verwant.

Grieven

Eerste onderdeel

Aangezien het ongeval gebeurd is op 4 juli 1995, luidde artikel 29bis, § 1, van de wet van 21 november 1989, zoals het van toepassing was na de inwerkingtreding van de wet van 30 maart 1994 tot de inwerkingtreding van de wet van 19 januari 2001, in de versie ervan die van toepassing was vanaf 1 juli 1995 tot 3 maart 2001, als volgt: "Bij een verkeersongeval waarbij een motorrijtuig betrokken is, wordt, met uitzondering van de stoffelijke schade, alle schade veroorzaakt aan elk slachtoffer of zijn rechthebbenden en voortvloeiend uit lichamelijke letsels of het overlijden, vergoed door de verzekeraar die de aansprakelijkheid dekt van de eigenaar, de bestuurder of de houder van het motorrijtuig overeenkomstig deze wet."

Uit de algemene bewoordingen van die bepaling volgt dat zij geen enkel onderscheid maakt tussen de economische of morele schade geleden door de verwanten van het slachtoffer en de economische schade geleden door de vennootschap die het door die wet beschermde slachtoffer tewerkstelt.

Aangezien er in het Belgisch recht geen bijzondere regeling bestaat voor de vergoeding van economische schade kan zij vergoed worden voor zover zij een noodzakelijk oorzakelijk verband vertoont met de oorspronkelijke schade die het slachtoffer van het verkeersongeval heeft geleden.

De hoedanigheid van verwant is niet vervat in de wettelijke begripsomschrijving die het bestreden vonnis geeft "van de rechthebbenden in de zin van artikel 29bis van de wet van 21 november 1989".

De beslissing die weigert een partij de hoedanigheid van rechthebbende toe te kennen op grond van de vaststelling dat die partij niet een welbepaald kenmerk vertoont dat die beslissing nader vernoemt maar dat niet vervat is in de wettelijke begripsomschrijving van rechthebbende in de zin van artikel 29bis, schendt die wetsbepaling.

Dit is het geval met het bestreden vonnis dat sommige rechtspersonen het voordeel van artikel 29bis ontzegt om redenen die geen verband houden met de toepassingsvoorwaarden van die bepaling, in dit geval, het ontbreken van een kenmerk dat niet in dat artikel is vermeld.

Bovendien omschrijft het bestreden vonnis "de rechthebbenden in de zin van artikel 29bis van de wet van 21 november 1989" als "al wie ten gevolge van de lichamelijke schade van een zwakke weggebruiker een indirecte schade lijdt".

Het bestreden vonnis overweegt vervolgens onder meer dat "de [eiseres] geen rechthebbende is van het slachtoffer, aangezien zij geen verwante van dat slachtoffer is".

Het bevat op zijn minst een tegenstrijdigheid die indruist tegen artikel 149 van de Grondwet en het schendt bijgevolg die bepaling.

(...)

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

Eerste onderdeel

(...)

Luidens artikel 29bis, § 1, eerste lid, van de wet van 21 november 1989, zoals het van toepassing is op het geschil, wordt bij een verkeersongeval waarbij een motorrijtuig betrokken is, met uitzondering van de stoffelijke schade, alle schade veroorzaakt aan elk slachtoffer of zijn rechthebbenden en voortvloeiend uit lichamelijke letsels of het overlijden, vergoed door de verzekeraar die de aansprakelijkheid dekt van de eigenaar, de bestuurder of de houder van het motorrijtuig overeenkomstig deze wet.

Het bestreden vonnis dat oordeelt dat enkel de verwanten van het slachtoffer rechthebbenden zijn in de zin van die wetsbepaling, schendt die bepaling.

In zoverre is het onderdeel gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden vonnis.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde vonnis.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de zaak naar de rechtbank van eerste aanleg te Dinant, rechtszitting houdende in hoger beroep.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door voorzitter Christian Storck, de raadsheer Didier Batselé, afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, en raadsheren Sylviane Velu en Michel Lemal, en in openbare rechtszitting van 20 januari 2012 uitgesproken door voorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van procureur-generaal Jean-François Leclercq, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van afdelingsvoorzitter Eric Dirix en overgeschreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De afdelingsvoorzitter,

Vrije woorden

  • Zwakke weggebruiker

  • Rechthebbende