- Arrest van 31 januari 2012

31/01/2012 - P.11.1227.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Uit artikel 665, 8°, Gerechtelijk Wetboek, dat bepaalt dat rechtsbijstand kan worden verleend voor bijstand van een technisch adviseur bij gerechtelijke deskundigenonderzoeken, en artikel 692bis van hetzelfde wetboek, dat bepaalt dat de kosten en het ereloon van de technisch adviseurs die de partijen bijstaan bij door de rechter bevolen deskundigenonderzoeken, ter ontlasting van hem die bijstand geniet, voorgeschoten worden, volgt dat rechtsbijstand verleend voor de bijstand van een technisch adviseur, enkel mogelijk is wanneer een deskundigenonderzoek wordt bevolen; dit brengt met zich mee dat wanneer de rechter beslist geen deskundigenonderzoek te bevelen, geen rechtsbijstand voor de bijstand van een technisch adviseur kan worden toegestaan.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.1227.N

L. E. D.,

beklaagde,

eiseres,

met als raadsman mr. Natalie Aernoudts, advocaat bij de balie te Gent,

tegen

1. G. R.,

burgerlijke partij,

2. D. R.,

burgerlijke partij,

verweerders.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 30 mei 2011.

De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan.

Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

1. Het middel voert schending aan van artikel 6.1 EVRM en miskenning van het vermoeden van onschuld: het arrest verklaart de eiseres schuldig op grond van twee verklaringen van partijdige derden en antwoordt niet op afdoende wijze op eisers conclusie; hierdoor geeft het arrest blijk van partijdigheid en miskent het de regels in verband met de bewijslast en het vermoeden van onschuld.

2. De rechter beoordeelt onaantastbaar op grond van de hem regelmatig voorgelegde feitelijke gegevens, daarin begrepen vermoedens, of de ten laste gelegde feiten bewezen zijn. Het feit dat hij op die grond met opgave van redenen de beklaagde schuldig verklaart, houdt geen miskenning van het vermoeden van onschuld noch van de regels van de bewijslast in. Hierdoor geeft hij evenmin blijk van partijdigheid.

In zoverre het middel uitgaat van het tegendeel, faalt het naar recht.

3. Het arrest laat eiseres' schuld niet alleen steunen op de verklaring van twee getuigen, maar ook op de feitelijke gegevens die het vermeldt op het zesde en het zevende blad.

In zoverre berust het middel op een onvolledige lezing van het arrest en mist het feitelijke grondslag.

4. Het middel preciseert niet op welk verweer het arrest niet antwoordt.

In zoverre het middel een motiveringsgebrek aanvoert, is het onnauwkeurig, mitsdien niet ontvankelijk.

5. Voor het overige komt het middel op tegen de beoordeling van de feiten door de rechter of verplicht het tot een onderzoek van feiten waarvoor het Hof niet bevoegd is.

In zoverre is het middel evenmin ontvankelijk.

Tweede middel

6. Het middel voert schending aan van artikel 97 (lees 149) Grondwet en artikel 195 Wetboek van Strafvordering: het arrest is onvoldoende gemotiveerd en heeft de conclusie van de eiseres onvoldoende beantwoord.

7. De rechter is niet verplicht te antwoorden op elk argument dat ter ondersteuning van een verweer wordt aangewend, maar als dusdanig geen afzonderlijk middel uitmaakt.

8. De eiseres heeft in conclusie aangevoerd dat wijlen G. B. bij leven de wil heeft uitgedrukt de eiseres te belonen voor alle hulp die zij als enige gaf en dat de schriftdeskundige geen uitsluitsel had kunnen geven over het feit dat het testament van de hand van de eiseres zou zijn.

Aldus voerde de eiseres geen afzonderlijk middel aan, maar argumenteerde ze enkel ter ondersteuning van haar verweer dat zij het betwiste testament niet eigenhandig had geschreven.

Het arrest beantwoordt dit verweer met het oordeel dat het geheel der elementen die het op het zesde en het zevende blad vermeldt, voldoende zwaarwichtige en sluitende vermoedens opleveren die, buiten elke redelijke twijfel, bewijzen dat het wel degelijk de eiseres is die de vervalsing heeft gepleegd, minstens aan de uitvoering ervan rechtstreeks heeft medegewerkt.

In zoverre mist het middel feitelijke grondslag.

9. Voor het overige komt het middel op tegen de beoordeling van de feiten door het arrest of verplicht het tot een beoordeling van de feiten waarvoor het Hof niet bevoegd is.

In zoverre is het middel niet ontvankelijk.

Derde middel

10. Het middel voert schending aan van de artikelen 6 en 13 EVRM, alsmede miskenning van het recht van verdediging: het deskundigenonderzoek leeft de tegenspraak niet na en het arrest geeft geen gevolg aan het verzoek van de eiseres een nieuw college van deskundigen aan te stellen of, in ondergeschikte orde, haar rechtsbijstand te verlenen teneinde een technisch raadsman te raadplegen; aldus miskent het arrest het recht van verdediging, waarvan het recht op tegenspraak deel uitmaakt, en het recht op daadwerkelijke rechtshulp van de eiseres.

11. In zoverre het middel gericht is tegen het gebrek aan tegenspraak van het deskundigenonderzoek, is het niet gericht tegen het arrest en is het bijgevolg niet ontvankelijk.

12. Het recht op toegang tot de rechter en op daadwerkelijke rechtshulp vervat in de artikelen 6 en 13 EVRM houdt in dat eenieder het recht heeft zijn rechtsmiddelen aan de rechter voor te leggen. Dit recht houdt evenwel niet in dat de rechter een gunstig gevolg moet geven aan de aanspraken van de partijen.

13. Het recht op tegenspraak houdt in dat elke partij de mogelijkheid heeft tegenspraak te voeren over alle gegevens die aan de rechter zijn voorgelegd teneinde de bewijswaarde ervan te betwisten. Dit recht is nageleefd wanneer de beklaagde de mogelijkheid heeft de gegevens van een deskundigenverslag te betwisten.

14. De rechter oordeelt onaantastbaar over de raadzaamheid, de gepastheid en de noodzaak van een bijkomende onderzoeksmaatregel zoals een deskundigenonderzoek. De enkele omstandigheid dat hij de door de beklaagde gevraagde onderzoeksmaatregel niet beveelt omdat hij oordeelt dat deze niet van aard is bij te dragen tot de waarheidsvinding, levert geen miskenning op van het in het recht van verdediging vervatte recht op tegenspraak, noch van het recht op toegang tot de rechter en op daadwerkelijke rechtshulp.

15. Het arrest oordeelt op grond van de feitelijke gegevens die het op het zesde en zevende blad vermeldt, dat de eiseres schuldig is aan het misdrijf valsheid in geschrifte. Die redenen schragen de schuldigverklaring en het is slechts ten overvloede dat het arrest verwijst naar het deskundigenverslag. Het besluit hieruit dat er geen redenen zijn om het advies in te winnen van nog andere deskundigen terwijl zelfs een discussie over deskundigen niet van aard is om de appelrechters tot een andere overtuiging te brengen. Die beslissing is naar recht verantwoord.

In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.

16. Artikel 665, 8°, Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat rechtsbijstand kan worden verleend voor bijstand van een technisch adviseur bij gerechtelijke deskundigenonderzoeken. Artikel 692bis van hetzelfde wetboek bepaalt dat de kosten en het ereloon van de technisch adviseurs die de partijen bijstaan bij door de rechter bevolen deskundigenonderzoeken, ter ontlasting van hem die bijstand geniet, voorgeschoten worden.

Uit die bepalingen volgt dat rechtsbijstand verleend voor de bijstand van een technisch adviseur, enkel mogelijk is wanneer een deskundigenonderzoek wordt bevolen. Dit brengt met zich mee dat wanneer de rechter beslist geen deskundigenonderzoek te bevelen, geen rechtsbijstand voor de bijstand van een technisch adviseur kan worden toegestaan.

17. Het arrest oordeelt met opgave van redenen dat de aanstelling van andere deskundigen niet aangewezen is. Het verzoek van de eiseres om rechtsbijstand te krijgen voor de bijstand van een technisch adviseur had bijgevolg geen bestaanreden meer. Het arrest diende derhalve dat verzoek tot rechtsbijstand niet te beantwoorden en miskent geenszins het recht op tegenspraak en het recht van verdediging.

In zoverre kan het middel evenmin worden aangenomen.

Ambtshalve onderzoek

18. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres in de kosten.

Bepaalt de kosten op 82,20 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, als voorzitter, en de raadsheren Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, Filip Van Volsem en Antoine Lievens, en op de openbare rechtszitting van 31 januari 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

Vrije woorden

  • Strafzaken

  • Deskundigenonderzoek

  • Rechtsbijstand voor de bijstand van een technisch adviseur

  • Verzoek tot aanstelling van een deskundige

  • Weigering door de rechter