- Arrest van 1 februari 2012

01/02/2012 - P.11.1190.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het gevaar dat wordt bedoeld in de telastlegging, het niet-verlenen van bijstand aan een persoon in gevaar, brengt alleen de verplichting met zich mee hulp te bieden, op voorwaarde dat dit gevaar met name ogenblikkelijk, dus dreigend en reëel is, wat een situatie uitsluit waarin alleen mogelijk gevaar bestaat (1). 1) Zie I. de la Serna, “Les abstentions coupables”, in Les infractions coupables contre les personnes, 2010, p. 553.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.1190.F

Ch. O'U. S.,

mr. Sophie Daoust, advocaat bij de balie te Namen, en mr. Antoine Delforge, advocaat bij de balie te Brussel,

tegen

meester Muriel CLAVIE, advocaat bij de balie te Nijvel, voogd ad hoc van Aude Gérard.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, van 27 mei 2011.

De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Gustave Steffens heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

A. In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de beslissing op de strafvordering

Ambtshalve middel : schending van artikel 422bis Strafwetboek

De eiseres werd veroordeeld wegens het niet verlenen van bijstand aan een persoon in gevaar, omdat zij als arts verzuimd heeft persoonlijk een medisch onderzoek uit te voeren of maatregelen te treffen opdat een gynaecoloog dat onderzoek onverwijld zou verrichten bij een jonge patiënte van haar die aan abnormaal bloedverlies leed.

Het arrest wijst erop dat de bloedingen in kwestie, waarvan zij op de hoogte was, abnormaal waren gezien de voorbehoedsmiddelen die de eiseres aan die patiënte had voorgeschreven en waarvan zij de uitwerking kende.

Het arrest leidt daaruit af dat de eiseres de symptomen waarvan zij kennis kreeg diende te zien als een ernstig risico voor de gezondheid van het meisje "zo niet onmiddellijk, dan toch op korte of middellange termijn".

Volgens de appelrechters was de eiseres in haar hoedanigheid van arts bevoegd om zich rekenschap te geven van het gevaar dat het meisje liep bij een "mogelijk" negatief verloop van haar gezondheidstoestand.

Het gevaar dat in artikel 422bis Strafwetboek wordt bedoeld brengt echter alleen de verplichting met zich mee om hulp te bieden, op voorwaarde dat dit met name ogenblikkelijk, dus dreigend en reëel is. Dit sluit een situatie uit waarin er alleen mogelijkheid is van gevaar.

Het arrest breidt op onrechtmatige wijze de draagwijdte van de misdrijfomschrijving uit, door aan te nemen dat de verplichting om hulp te bieden niet alleen kan ontstaan als het slachtoffer blootstaat aan een reëel en ogenblikkelijk gevaar, maar ook als zij niet blootstaat aan een dergelijk gevaar.

De veroordeling is bijgevolg niet naar recht verantwoord.

Het middel van de eiseres dat niet tot cassatie zonder verwijzing kan leiden, behoeft geen nader onderzoek.

B. In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de beslissing op de burgerlijke rechtsvordering van de verweerster

De hierna, op het onbeperkt cassatieberoep van de eiseres, beklaagde, uit te spreken vernietiging van de beslissing op de tegen haar ingestelde strafvordering, brengt de nietigverklaring met zich mee van de hieruit voortvloeiende beslissing op de burgerlijke rechtsvordering van de verweerster.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest.

Veroordeelt de verweerster in de helft van de kosten en laat de andere helft ten laste van de Staat.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Luik.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Pierre Cornelis, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare rechtszitting van 1 februari 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Filip Van Volsem en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Niet-verlenen van bijstand aan een persoon in gevaar

  • Bestanddelen

  • Aanwezigheid van gevaar