- Arrest van 2 februari 2012

02/02/2012 - C.11.0335.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Gebreken die de verhouding tussen de derde-betaler en de schuldenaar betreffen, leveren geen belang op voor de schuldeiser om de betaling door een derde te weigeren (1). (1) Cass. 28 sept. 1973, AC, 1974, nr. 101; zie ook Cass. 21 jan. 2008, AR C.07.0078.F, AC, 2008, nr. 39, en noot J. De Coninck onder dat arrest in RW 2008-09, (1258), 1258-1261.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.11.0335.N

C.S.,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. John Kirkpatrick, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Keizerslaan 3, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

F.M.,

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de verweerder woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 15 december 2010.

Afdelingsvoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Ontvankelijkheid

1. De verweerder werpt een grond van niet-ontvankelijkheid op: de beslissing steunt tevens op de zelfstandige reden dat de betaling nietig is. Het arrest stelt de nietigheid van de betaling niet vast, zodat de grond van niet-ontvankelijkheid moet worden verworpen.

2. De verweerder werpt een tweede grond van niet-ontvankelijkheid op: het middel komt op tegen een feitelijke beoordeling. Het middel komt niet op tegen een feitelijke beoordeling, maar roept een rechtsvraag op zodat ook deze grond van niet-ontvankelijkheid moet worden verworpen.

Middel

3. Krachtens artikel 1237 Burgerlijk Wetboek kan de schuldeiser de betaling door een derde weigeren indien hij een wettige reden heeft die kan gelegen zijn in het belang dat de verbintenis, gelet op zijn aard, door de schuldenaar zelf wordt voldaan of het belang dat de schuldeiser heeft bij de niet-betaling door een bepaalde derde. Dit belang moet eigen zijn aan de schuldeiser.

4. Gebreken die de verhouding tussen de derde-betaler en de schuldenaar betreffen, leveren geen belang op voor de schuldeiser om de betaling door de derde te weigeren.

5. De appelrechters die oordelen dat de schuldeiser, de verweerder, gerechtigd is om zich te verzetten tegen de betaling door zijn zoon van de schuld van de eiser, zijn schoonzoon, wegens het belang dat de verweerder heeft om zijn zoon te beschermen tegen het bedrog van de eiser, verantwoorden hun beslissing niet naar recht.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest, behoudens dit het hoger beroep ontvankelijk verklaart.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent over aan de feitenrechter.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, raadsheer Eric Stassijns, afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, en de raadsheren Beatrijs Deconinck en Geert Jocqué, en in openbare rechtszitting van 2 februari 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Johan Pafenols.

Vrije woorden

  • Betaling

  • Betaling door een derde

  • Weigering door de schuldeiser

  • Belang