- Arrest van 8 februari 2012

08/02/2012 - P.11.1924.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Artikel 328, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering is geschonden wanneer de voorzitter van het hof van assisen in de beraadslagingskamer van de jury werd geroepen en het proces-verbaal niet vaststelt dat hij vergezeld was van het openbaar ministerie (1). (1) Zie Cass. 8 okt. 1986, AR 5245, AC, 1986-1987, nr. 73.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.1924.F

I. PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE LUIK,

tegen

M. H.,

II. PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE LUIK,

tegen

R. H.,

III. PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE LUIK,

tegen

1. R. H.,

2. M. H.,

IV. PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE LUIK,

tegen

R. H.,

Mrs. René en François Swennen, advocaten bij de balie te Luik.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen de arresten met de nummers 2730, 2731 en 2732 van het hof van assisen van de provincie Luik van 22 september 2011, en tegen de beschikking nummer 2733 die op dezelfde dag gewezen is door de voorzitter van dat hof.

De eiser voert in de verklaringen van cassatieberoep die aan dit arrest zijn gehecht, twee middelen aan.

Afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Raymond Loop heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Het door R. H. tegen het cassatieberoep aangevoerde middel van niet-ontvankelijkheid volgens hetwelk het openbaar ministerie, krachtens artikel 409 Wetboek van Strafvordering, de vernietiging van de beschikking van vrijspraak slechts kan vorderen in het belang van de wet en zonder nadeel voor de vrijgesproken partij

Artikel 410, tweede lid, Wetboek van Strafvordering, gewijzigd bij wet van 21 december 2009, kent het openbaar ministerie het recht toe om de vernietiging te vorderen van de arresten van vrijspraak, net zoals de veroordeelde kan opkomen tegen het arrest dat een andere straf oplegt dan die welke de wet op zodanige misdaad stelt.

Het door deze bepaling ingestelde rechtsmiddel is niet uitgesloten ingeval het hof van assisen de vrijspraak gelast door zich aan te sluiten bij het standpunt van de minderheid van de jury.

Het middel van niet-ontvankelijkheid kan niet worden aangenomen.

Eerste middel

Krachtens artikel 328, tweede lid, Wetboek van Strafvordering, kan de voorzitter, wanneer hij in de beraadslagingskamer van de jury wordt geroepen, er niet binnentreden tenzij hij vergezeld wordt door zijn assessoren, de beschuldigde en zijn verdediger, de burgerlijke partij en haar raadsman, het openbaar ministerie en de griffier. Die moet van het incident melding maken in het proces-verbaal en vaststellen dat de voorzitter vergezeld was van de in de wet vermelde personen.

Het voorschrift in het voormelde tweede lid is een substantieel vormvereiste dat tot doel heeft het tegensprekelijk karakter van het debat te waarborgen in geval van een tussengeschil dat de beslissing van de jury kan beïnvloeden.

Het proces-verbaal vermeldt dat de voorzitter tijdens de beraadslaging van de gezworenen, van het hoofd van de jury een verzoek om uitleg heeft gekregen, dat hij zich dan naar de beraadslagingskamer van de jury heeft begeven, vergezeld door zijn assessoren, de beschuldigden en hun advocaten, de raadslieden van de burgerlijke partijen en van de griffier, dat hij daar de nodige uitleg heeft gegeven, dat de partijen geen enkel bezwaar hebben geuit en dat het hof zich vervolgens met zijn gezelschap heeft teruggetrokken.

Uit die vermeldingen of uit het proces-verbaal blijkt niet dat het openbaar ministerie samen met de andere partijen aanwezig was op de mededeling die aan de gezworenen in hun kamer werd gedaan.

Het middel dat de schending aanvoert van het voormelde artikel 328, tweede lid, is gegrond.

Het tweede middel dat niet tot cassatie kan leiden in andere dan de hieronder vermelde bewoordingen, behoeft geen antwoord.

Dictum

Het Hof,

Verklaart de debatten en de verklaring van de jury nietig.

Vernietigt de arresten en de bestreden beschikking die op 22 september 2011 met de nummers 2730, 2731, 2732 en 2733 van het zittingsblad, zijn gewezen door het hof van assisen van de provincie Luik en door zijn voorzitter.

Beveelt dat dit arrest zal worden overgeschreven in de registers van het hof van assisen van de provincie Luik en dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van de vernietigde beslissingen.

Veroordeelt beide verweerders in de helft van de kosten van de cassatieberoepen.

Verwijst de zaak naar het hof van assisen van de provincie Namen.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis, Françoise Roggen, en in openbare rechtszitting van 8 februari 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Raymond Loop, met bijstand van griffier Tatiana Fenaux.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van afdelingsvoorzitter Etienne Goethals en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique

Kosynsky.

Vrije woorden

  • Voorzitter wordt in de beraadslagingskamer van de jury geroepen

  • Proces-verbaal stelt niet vast dat hij vergezeld was van het openbaar ministerie

  • Wettigheid