- Arrest van 15 februari 2012

15/02/2012 - P.11.1832.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het beroep bij de correctionele rechtbank dat is ingesteld in het kader van de procedure van de administratieve sanctie, als bepaald in artikel D.164 van het Decreet van het Waalse Gewest van 27 mei 2004 betreffende Boek I van het Milieuwetboek, heeft niet tot gevolg dat het de strafvordering nieuw leven inblaast als die vervallen is door een beslissing van de procureur des Konings om niet te vervolgen of als hij geen beslissing heeft genomen binnen de voorgeschreven termijn (1). (1) Zie concl. O.M. in Pas., 2012, nr. ….

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.1832.F

I. E. G.,

Mr. Aurélie Jacques, advocaat bij de balie te Hoei,

tegen

WAALSE OPENBARE DIENST, Algemene operationele directie Wegen en

Gebouwen,

Mr. Paul Alain Foriers, advocaat bij het Hof van Cassatie,

II. PROCUREUR DES KONINGS TE HOEI,

tegen

1. E. G.,

2. WAALSE OPENBARE DIENST, Algemene operationele directie Wegen en

Gebouwen,

Mr. Paul Alain Foriers, advocaat bij het Hof van Cassatie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen het vonnis van 11 oktober 2011 van de correctionele rechtbank te Hoei, in eerste en laatste aanleg gewezen op verzoek van de eerste eiser, tot betwisting van een administratieve boete die door de Waalse openbare dienst is opgelegd.

De eerste eiser voert in een memorie twee middelen aan.

De tweede eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft op 2 februari 2012 een conclusie neergelegd op de griffie.

Op de rechtszitting van 15 februari 2012 heeft raadsheer Françoise Roggen verslag uitgebracht en heeft de voornoemde advocaat-generaal geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

A. Cassatieberoep van de beklaagde

Het Hof vermag geen acht te slaan op de memorie die de griffie per fax is toegezonden.

Ambtshalve middel : schending van artikel D.164 van het Decreet van het Waalse Gewest van 27 mei 2004 betreffende Boek I van het Milieuwetboek

Krachtens artikel D.164 van het decreet kan de overtreder, wanneer een administratieve boete wordt opgelegd, beroep instellen bij de correctionele rechtbank, waar de procedure geregeld wordt door de bepalingen van het Wetboek van Strafvordering; de beslissing van de rechtbank is niet vatbaar voor hoger beroep.

Het in dit artikel bepaalde beroep bij de correctionele rechtbank, dat is ingesteld in het kader van de administratieve sanctieregeling, heeft niet tot gevolg dat het de strafvordering nieuw leven inblaast als die vervallen is door de beslissing van de procureur des Konings om niet te vervolgen of als hij geen beslissing genomen heeft binnen de voorgeschreven termijn.

De relatieve werking van het rechtsmiddel verbiedt aan het rechtscollege dat kennisneemt van het hoger beroep tegen een administratieve boete om, op het beroep van de overtreder alleen, het bedrag ervan te verhogen.

De rechtbank die met volle rechtsmacht het toezicht uitoefent op de boete die door de administratieve overheid is opgelegd, kan die sanctie niet vervangen door een correctionele straf met de eventuele bijkomende veroordelingen die deze zou inhouden.

Uit de stukken van de rechtspleging blijkt dat de eiser een administratieve boete werd opgelegd van honderdvijftig euro wegens het achterlaten van afvalstoffen, niet-conform gebruik van de vuilnisbakken die op het gewestelijk domein zijn geplaatst en weigering om gevolg te geven aan de aanmaningen van de domeinpolitie.

De rechtbank veroordeelt de eiser tot een boete van tweehonderdvijftig euro, tot betaling van een geldsom als bijdrage aan het Bijzonder Fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en tot de forfaitaire vergoeding voor gerechtskosten.

Die beslissing schendt de in het middel bedoelde wetsbepaling.

Er is geen grond om de vernietiging uit te breiden tot de beslissing waarbij de correctionele rechtbank de feiten bewezen heeft verklaard, vermits de vernietiging uitgesproken wordt om een reden die vreemd is aan de motieven van de beslissing.

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is, behoudens de onwettigheid die hierna moet worden ongedaan gemaakt, overeenkomstig de wet gewezen.

B. Cassatieberoep van de procureur des Konings

De door de verweerder opgeworpen grond van niet-ontvankelijkheid, gesteund op de afwezigheid van de eiser

De administratieve boete die door de gewestelijke sanctionerende ambtenaar wordt opgelegd, is voor beroep vatbaar zoals bepaald in artikel D.164 van het Decreet van de Waalse Gewestraad van 27 mei 2004.

Krachtens het laatste lid van die bepaling wordt op de daar bepaalde procedures en beslissingen het Wetboek van Strafvordering toegepast.

Uit de artikelen 138, eerste lid, en 140 Gerechtelijk Wetboek, alsook uit artikel 284 Wetboek van Strafvordering volgt dat de samenstelling van de strafgerechten de aanwezigheid veronderstelt van het openbaar ministerie. De procureur des Konings die belast is met het toezicht op de regelmatigheid en de wettigheid van de rechtspleging, is immers bevoegd om daartoe alle passende rechtsmiddelen aan te wenden, ook in zaken waarin hij niet in de hoedanigheid van vervolgende partij optreedt.

Het cassatieberoep van de procureur des Konings tegen de beslissing van de rechtbank die over het beroep van de beklaagde uitspraak doet, is bijgevolg ontvankelijk.

Grondslag van het cassatieberoep

Ingevolge het cassatieberoep van de eerste eiser werd de vernietiging reeds uitgesproken op het ambtshalve aangevoerde middel.

Het middel van de eiser dat niet tot een ruimere vernietiging kan leiden, behoeft geen onderzoek.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden vonnis, behalve in zoverre het de feiten bewezen verklaart.

Verwerpt de cassatieberoepen voor het overige.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis.

Veroordeelt de eerste eiser in de helft van de kosten van zijn cassatieberoep en laat de andere helft ten laste van de Staat, alsook de kosten van het cassatieberoep van de tweede eiser.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar de correctionele rechtbank te Luik, die in laatste aanleg uitspraak zal doen.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, voorzitter, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis en Françoise Roggen, en in openbare rechtszitting van 15 februari 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien

Vandermeersch, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Alain Bloch en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Verval

  • Milieurecht

  • Waals Gewest

  • Achterlating van afvalstoffen

  • Misdrijf

  • Administratieve sanctie

  • Procedure van de administratieve sanctie

  • Beroep voor de correctionele rechtbank

  • Gevolg

  • Verval van de strafvordering