- Arrest van 16 februari 2012

16/02/2012 - C.11.0157.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De beslissingen van de beslagrechter nopens de uitvoerbaarheid van een rechterlijke beslissing die wordt ten uitvoer gelegd, brengen geen nadeel toe aan de zaak zelf; zij laten de bevoegdheid van de rechter die kennisneemt van een vordering tot uitlegging of verbetering van deze beslissing onverlet (1). (1) Zie de concl. van het O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.11.0157.N

1. Guido AERTS, wonende te 9000 Gent, Voskenslaan 420,

2. Paul VAN MALLEGHEM, wonende te 9000 Gent, Coupure 7,

als curatoren van het faillissement van Gebroeders Crul pvba,

eisers,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de eisers woonplaats kiezen,

tegen

J.C.,

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de verweerder woonplaats kiest,

en in aanwezigheid van

1. AXA BELGIUM nv, met zetel te 1170 Watermaal-Bosvoorde, Vorstlaan 25,

2. P&V VERZEKERINGEN cvba, met zetel te 1210 Sint-Joost-ten-Node, Koningsstraat 151-153,

3. AXA VERSICHERUNG AKTIENGESELLSCHAFT, vennootschap naar Duits recht, met kantoor te 1170 Watermaal-Bosvoorde, Vorstlaan 25,

4. MERCATOR VERZEKERINGEN nv, met zetel te 2600 Berchem, Posthofbrug 16,

5. ALLIANZ BELGIUM nv, met zetel te 1000 Brussel, Lakensestraat 35,

6. AIM BELGIË nv, met zetel te 2640 Mortsel, Liersesteenweg 21,

in bindendverklaring van het arrest opgeroepen partijen.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 4 november 2010.

Advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem heeft op 22 november 2011 een conclusie neergelegd.

Afdelingsvoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

Eerste onderdeel

1. De beslissingen van de beslagrechter nopens de uitvoerbaarheid van een rechterlijke beslissing die wordt ten uitvoer gelegd, brengen geen nadeel toe aan de zaak zelf. Zij laten de bevoegdheid van de rechter die kennisneemt van een vordering tot uitlegging of verbetering van deze beslissing onverlet.

Het onderdeel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting faalt naar recht.

Tweede onderdeel

2. Gelet op het antwoord op het eerste onderdeel, vertoont het onderdeel geen belang.

Het onderdeel is niet ontvankelijk.

Tweede middel

Over de drie onderdelen

3. Krachtens artikel 793 Gerechtelijk Wetboek kan de rechter die een onduidelijke beslissing heeft gewezen, deze uitleggen, zonder evenwel de daarin bevestigde rechten uit te breiden, te beperken of te wijzigen.

4. De gerechtelijke rente kan zowel moratoire als compensatoire rente zijn.

5. De appelrechters stellen vast dat:

- de vordering van de verweerder werd ingeleid bij dagvaarding van 9 januari 1987 en strekte tot vergoeding van de schade geleden ingevolge een onrechtmatige daad;

- de schade volgens het uit te leggen arrest ontstond tijdens de periode van leegstand van het pand vóór de verkoop ervan op 28 april 1987;

- het uit te leggen arrest de begroting van de schade baseerde "op het rapport van ir. Dewulf die de schade heeft omgerekend naar 1987-1988".

Zij oordelen op grond van die vaststellingen dat de veroordeling van de eisers in het arrest van 21 februari 2002 tot de betaling van een bedrag in hoofdsom als schadevergoeding "vermeerderd met gerechtelijke rente" aldus dient te worden uitgelegd dat de eisers veroordeeld werden tot het betalen van dit bedrag vermeerderd met de "gerechtelijke vergoedende rente aan de wettelijke rentevoet vanaf 9 januari 1987 tot datum van arrest, zijnde 21 februari 2002 en vanaf dan de gerechtelijke verwijlrente tot de datum van uiteindelijke betaling.

6. Door aldus te oordelen geven de appelrechters van het arrest van 21 februari 2002 geen uitlegging waardoor de daarin gevestigde rechten worden uitgebreid, beperkt of gewijzigd en schenden zij noch de artikelen 19, 20, 21, 28, 1073 en 1494 Gerechtelijk Wetboek, noch de artikelen 1153 en 1382 Burgerlijk Wetboek.

De onderdelen kunnen niet worden aangenomen.

Derde middel

7. Krachtens artikel 801 Gerechtelijk Wetboek, komen wanneer de vordering tot uitlegging of verbetering wordt toegewezen, de kosten ten laste van de Staat.

Door de eisers te veroordelen tot de kosten van het geding, verantwoorden de appelrechters hun beslissing over de kosten, niet naar recht.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het uitspraak doet over de kosten.

Verwerpt het cassatieberoep voor het overige.

Verklaart het arrest bindend aan de tot bindendverklaring opgeroepen partijen.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest.

Veroordeelt de eisers tot twee derden van de kosten.

Houdt de overige kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, raadsheer Eric Stassijns, afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, en de raadsheren Alain Smetryns en Antoine Lievens, en op de openbare rechtszitting van 16 februari 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

Vrije woorden

  • Tenuitvoerlegging rechterlijke beslissing

  • Beslissing beslagrechter nopens de uitvoerbaarheid

  • Vordering tot uitlegging of verbetering

  • Bevoegdheid van de rechter