- Arrest van 23 februari 2012

23/02/2012 - C.10.0237.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het stakingsbevel vormt geen juridisch beletsel voor de uitvoering van werken waarvoor na het stakingsbevel een stedenbouwkundige vergunning werd bekomen; de enkele omstandigheid dat na het stakingsbevel een stedenbouwkundige vergunning werd gekregen voor andere werken dan deze geviseerd in het stakingsbevel, volstaat niet om het wederrechtelijk karakter van de in artikel 154, eerste lid, van het Stedenbouwdecreet 1999 bedoelde werken, handelingen of gebruik weg te nemen en de toetsingsbevoegdheid aan de kortgedingrechter te ontnemen (1). (1) Zie de concl. van het O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.10.0237.N

VLAAMS GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, in de persoon van de minister-president, met kantoor te 1000 Brussel, Martelaarsplein 19, voor wie optreedt de Vlaamse minister, bevoegd voor Financiën, Begroting, Werk, Ruimtelijke Ordening en Sport, met kantoor te 1210 Brussel, Koning Albert II-laan 19,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

ARGENTIJNSE GRILL nv, met zetel te 2018 Antwerpen, De Keyserlei 47, die woonplaats heeft gekozen bij gerechtsdeurwaarder Bernadette Van Kerckhoven, met kantoor te 1000 Brussel, Tweekerkenstraat 22,

verweerster.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 18 november 2009.

Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft op 30 december 2011 een conclusie neergelegd.

Raadsheer Beatrijs Deconinck heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Krachtens artikel 154, eerste lid, Stedenbouwdecreet 1999 kunnen de in artikel 148 bedoelde ambtenaren, agenten of officieren van gerechtelijke politie de onmiddellijke staking van het werk, van de handelingen of van het gebruik bevelen indien zij vaststellen dat het werk, de handelingen of de wijzigingen een inbreuk vormen zoals bedoeld in artikel 146 of wanneer niet voldaan is aan de verplichting van artikel 114, § 2.

2. Krachtens artikel 154, laatste lid, van voormeld decreet, kan de betrokkene in kort geding de opheffing van de maatregel vorderen tegen het Vlaams Gewest. De vordering wordt gebracht voor de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg in het ambtsgebied waarvan het werk en de handelingen werden uitgevoerd.

Het komt aan deze rechter toe het bevel tot staking op zijn externe en interne wettigheid te toetsen, alsmede te onderzoeken of het strookt met de wet dan wel op machtsoverschrijding of machtsafwending berust.

3. Het stakingsbevel vormt geen juridisch beletsel voor de uitvoering van werken waarvoor na het stakingsbevel een stedenbouwkundige vergunning wordt verkregen.

4. De enkele omstandigheid dat na het stakingsbevel een stedenbouwkundige vergunning werd gekregen voor andere werken dan deze geviseerd in het stakingsbevel, volstaat niet om het wederrechtelijk karakter van de in voormeld artikel 154, eerste lid, bedoelde werken, handelingen of gebruik weg te nemen en voormelde toetsingsbevoegdheid aan de kortgedingrechter te ontnemen.

5. Het arrest dat de opheffing beveelt van het stakingsbevel van 1 februari 2008 om reden dat op 27 juni 2008 aan de verweerster een bouwvergunning werd afgeleverd, zonder vast te stellen of de werken die door het stakingsbevel waren getroffen, volledig overeenkwamen met de werken waarvoor de bouwvergunning was afgeleverd, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Beatrijs Deconinck, Alain Smetryns, Geert Jocqué en Antoine Lievens, en in openbare rechtszitting van 23 februari 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

Vrije woorden

  • Stakingsbevel

  • Gevolg

  • Nadien vergunde werken

  • Andere werken