- Arrest van 23 februari 2012

23/02/2012 - C.10.0333.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De maatregelen, met inbegrip van verzegeling, inbeslagname van materiaal en materieel, om het bevel tot staking, de bekrachtigingsbeslissing of, in voorkomend geval, de beschikking in kort geding onmiddellijk te kunnen toepassen, ontlenen hun rechtsgrond aan het stakingsbevel, zodat door de opheffing van het stakingsbevel ook de bijkomende maatregelen van rechtswege een einde nemen (1). (1) Zie de concl. van het O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.10.0333.N

1. P.C.,

2. S.C.,

eisers,

vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 149, bus 20, waar de eisers woonplaats kiezen,

tegen

VLAAMS GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, ten verzoeke van de Vlaamse minister van Financiën, Begroting en Ruimtelijke Ordening, met kantoor te 1210 Brussel, Koning Albert II-laan 19,

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de verweerder woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 1 maart 2010.

Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft op 30 december 2011 een conclusie neergelegd.

Raadsheer Beatrijs Deconinck heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Krachtens artikel 154, eerste lid, Stedenbouwdecreet 1999, kunnen de in artikel 148 bedoelde ambtenaren, agenten of officieren van gerechtelijke politie de onmiddellijke staking van het werk, van de handelingen of van het gebruik bevelen, indien zij vaststellen dat het werk, de handelingen of de wijzigingen een inbreuk vormen zoals bedoeld in artikel 146 of wanneer niet voldaan is aan de verplichting van artikel 114, § 2.

Krachtens artikel 155 van dit decreet zijn de in artikel 148 bedoelde ambtenaren en agenten of officieren van gerechtelijke politie gerechtigd tot het nemen van alle maatregelen, met inbegrip van verzegeling, inbeslagname van materiaal en materieel, om het bevel tot staking, de bekrachtigingsbeslissing of, in voorkomend geval, de beschikking in kort geding onmiddellijk te kunnen toepassen.

2. Uit deze bepalingen volgt dat de in artikel 155 genoemde maatregelen hun rechtsgrond ontlenen aan het in artikel 154 bedoelde stakingsbevel, zodat door de opheffing van het stakingsbevel ook de bijkomende maatregelen van rechtswege een einde nemen.

3. Het middel dat ervan uitgaat dat de zegellegging in het raam van het stakingsbevel eerst een einde neemt wanneer het bestuur een proces-verbaal van ontzegeling heeft opgesteld, berust op een verkeerde rechtsopvatting.

Het middel faalt naar recht.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eisers in de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eisers op 650,04 euro en voor de verweerder op 194,22 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Beatrijs Deconinck, Alain Smetryns, Geert Jocqué en Antoine Lievens, en in openbare rechtszitting van 23 februari 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric

Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

Vrije woorden

  • Bevel tot staking

  • Maatregelen

  • Rechtsgrond

  • Opheffing van het stakingsbevel