- Arrest van 1 maart 2012

01/03/2012 - C.10.0425.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Een procespartij kan in cassatie niet opkomen tegen een beslissing nopens de rechtspleging die in overeenstemming met haar conclusie werd gewezen (1). (1) Cass. 31 jan. 2008 (voltallige zitting), AR C.05.0372.N, AC, 2008 , nr. 74, met concl. van advocaat-generaal Dubrulle.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.10.0425.N

C. D. K.,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Jean-Marie Nelissen Grade, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

1. H.D.K.,

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Central Plaza, Loksumstraat 25, waar de verweerder woonplaats kiest,

2. C.C., in haar hoedanigheid van erfgenaam van D.D.K.,

3. L.D.K., in haar hoedanigheid van erfgenaam van D.D.K,

verweersters.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen de arresten van het hof van beroep te Brussel van 5 september 2005 en 22 februari 2010.

Raadsheer Beatrijs Deconinck heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel gericht tegen het tussenarrest van 5 september 2005

1. Het middel verwijt het bestreden arrest kennis te hebben genomen van het in eerste aanleg bevolen deskundigenonderzoek met miskenning van artikel 1068, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek en aldus aan te nemen dat deze bepaling niet van openbare orde is en geldig afstand van de toepassing kon worden gedaan.

2. Een procespartij kan in cassatie niet opkomen tegen een beslissing nopens de rechtspleging die in overeenstemming met haar conclusie werd gewezen.

3. Uit het bestreden arrest en de stukken blijkt dat: "de partijen afstand doen van de beperkte devolutieve werking van het ingestelde hogere beroep en opteren voor een volledige devolutieve werking (...) zodat de zaak in zijn geheel behandeld kan worden door het hof van beroep te Brussel. Vandaar dat beide partijen een gezamenlijk schrijven richten aan u".

4. Hieruit volgt dat het arrest van 5 september 2005 op eigen verzoek van de eiseres de zaak in zijn geheel heeft behandeld.

Het middel is niet ontvankelijk.

Tweede middel gericht tegen het eindarrest van 22 februari 2010

Ontvankelijkheid

5. De eerste verweerder werpt een grond van niet-ontvankelijkheid op: het middel laat na de artikelen 1017 e.v. Gerechtelijk Wetboek als geschonden aan te wijzen.

De grief resulteert uit de aangevoerde schending van de in het middel vermelde bepalingen van het Burgerlijk Wetboek.

De grond van niet-ontvankelijkheid moet worden verworpen.

Gegrondheid

6. Ingevolge de artikelen 1382 en 1383 Burgerlijk Wetboek heeft de benadeelde recht op het volledig herstel van zijn schade.

Krachtens de artikelen 1146 tot en met 1153 Burgerlijk Wetboek dient de vergoeding van de schade in geval van contractuele aansprakelijkheid het slachtoffer van de contractuele wanprestatie te herstellen in een toestand alsof er geen wanprestatie was opgetreden.

7. De noodzakelijke kosten van verdediging die niet de bijstand van een advocaat betreffen, maar de bijstand van een technisch raadsman komen op grond van deze bepalingen voor vergoeding in aanmerking ingeval van contractuele dan wel buitencontractuele aansprakelijkheid.

8. De appelrechters oordelen omtrent de terugbetaling van de kosten van een technisch raadsman van de eerste verweerder dat:

- gelet op het technisch karakter van huidige zaak het aannemelijk is dat partijen een beroep deden op een technisch raadsman;

- de eiseres, als de in het ongelijk gestelde partij, gehouden is deze kosten terug te betalen.

Door aldus te oordelen, zonder het bestaan van enige contractuele of buitencontractuele aansprakelijkheid in hoofde van de eiseres vast te stellen, verantwoorden de appelrechters hun beslissing niet naar recht.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest van 22 februari 2010 in zoverre dit de eiseres veroordeelt tot terugbetaling van de kosten voor bijstand van een technisch raadsman en oordeelt over de gerechtskosten.

Verwerpt het cassatieberoep voor het overige.

Veroordeelt de eiseres in de helft van de kosten.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigd arrest.

Houdt de overige kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen.

Bepaalt de kosten voor de eiseres op 633,48 euro en voor de verweerder op 145,72 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit raadsheer Eric Stassijns, als waarnemend voorzitter, en de raadsheren Beatrijs Deconinck, Alain Smetryns, Koen Mestdagh en Geert Jocqué, en in openbare rechtszitting van 1 maart 2012 uitgesproken door waarnemend voorzitter Eric Stassijns, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Johan Pafenols.

Vrije woorden