- Arrest van 14 maart 2012

14/03/2012 - P.11.1338.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De uitvoering van een door de onderzoeksrechter bevolen onderzoekshandeling kan irrelevant blijken, met name omdat de beoogde informatie verkregen werd via een andere bron of omdat die informatie niet langer noodzakelijk is; de onderzoeksrechter die een door hemzelf bevolen onderzoekshandeling niet uitvoert, behoudt het recht zijn onderzoek als voltooid te beschouwen en het staat aan de raadkamer om, zo zij het daarmee eens is, de rechtspleging te regelen en, zo dit niet het geval is, de zaak niet in staat te verklaren.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.1338.F

J. M.,

Mr. Adrien Masset, advocaat bij de balie te Verviers, en mr. Clotilde Dejemeppe, advocaat bij de balie te Brussel,

tegen

MOSACIER, nv,

Mr. Luc Bihain, advocaat bij de balie te Luik.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Luik, kamer van inbeschuldigingstelling, van 20 juni 2011.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

Raadsheer Gustave Steffens heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

Het arrest oordeelt dat de onderzoekshandelingen waarom verzocht is en die met name ertoe strekken te doen preciseren of de anonieme inlichtingen afkomstig waren van een informant of van een tipgever, werden uitgevoerd in zoverre de toepasselijke wetsbepalingen dit toestonden.

Volgens de appelrechters hebben de speurders die met die onderzoekshandelingen waren belast zich gebaseerd op de aanwijzingen van de procureur des Konings volgens wie de eerste inlichting afkomstig was van een informant wiens anonimiteit bewaard moet blijven, zonder dat daarvoor een bijzondere reglementering geldt, terwijl de tweede inlichting afkomstig was van een tipgever.

De kamer van inbeschuldigingstelling antwoordt aldus op de conclusie van de eiser, waarin wordt aangevoerd dat het onderzoek onvolledig was.

Het middel mist feitelijke grondslag.

Tweede middel

Het middel voert de schending aan van de artikelen 61quinquies en 127, § 1, Wetboek van Strafvordering. In hoofdzaak wordt aangevoerd dat de onderzoeksgerechten een onderzoek niet als voltooid mogen beschouwen zolang een bevolen onderzoekshandeling ofwel niet werd uitgevoerd ofwel niet nietig werd verklaard.

De uitvoering van een door de onderzoeksrechter bevolen onderzoekshandeling kan niet pertinent blijken, met name omdat de beoogde informatie verkregen werd via een andere bron of niet langer noodzakelijk is.

Een onderzoekshandeling die nog vóór de uitvoering ervan niet pertinent is geworden, wordt daarom nog niet onwettig of kan daarom nog niet nietig worden verklaard.

De onderzoeksrechter die een onderzoekshandeling niet uitvoert hoewel hij die zelf heeft bevolen, ontzegt zichzelf het recht niet om zijn onderzoek als voltooid te beschouwen. Het staat aan de raadkamer om, zo zij het daarmee eens is, de rechtspleging te regelen, en zo dit niet het geval is, de zaak niet in staat te verklaren.

Het middel faalt naar recht.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing over de strafvordering

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Pierre Cornelis, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare rechtszitting van 14 maart 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Tatiana Fenaux.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Van Volsem en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

Vrije woorden

  • Aanvullende onderzoekshandelingen

  • Door de onderzoeksrechter bevolen onderzoekshandeling

  • Irrelevant geworden onderzoekshandeling

  • Niet-uitvoering

  • Beëindiging van het gerechtelijk onderzoek

  • Raadkamer

  • Beoordeling of het gerechtelijk onderzoek is afgerond