- Arrest van 16 maart 2012

16/03/2012 - C.11.0382.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De devolutieve werking van het hoger beroep maakt het hele geschil, binnen de perken van het hoger beroep van de partijen, aanhangig bij de appelrechter met inbegrip van de feiten die zich tijdens de rechtspleging in hoger beroep hebben voorgedaan, en hij is, in de regel, verplicht de middelen te onderzoeken die wel in hoger beroep maar niet voor de eerste rechter werden aangevoerd (1). (1) Zie concl. O.M. in Pas. 2012 nr. …

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.11.0382.F

A. H.,

Mr. Paul Alain Foriers, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

M. S.,

verweerster.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg te Dinant van 6 oktober 2010.

Advocaat-generaal Jean Marie Genicot heeft op 16 februari 2012 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Afdelingsvoorzitter Albert Fettweis heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Jean Marie Genicot heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiser voert in het cassatieverzoekschrift waarvan een eensluidend verklaard afschrift bij dit arrest is gevoegd, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste onderdeel

Artikel 1068, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat hoger beroep tegen een eindvonnis of tegen een vonnis alvorens recht te doen het geschil zelf aanhangig maakt bij de rechter in hoger beroep.

De devolutieve werking van het hoger beroep, zoals vastgelegd in voormelde bepaling, maakt het hele geschil, binnen de perken van het hoger beroep van de partijen, aanhangig bij de appelrechter met inbegrip van de feiten die zich tijdens de rechtspleging in hoger beroep hebben voorgedaan, en deze is, in de regel, verplicht de middelen te onderzoeken die in hoger beroep maar niet voor de eerste rechter werden aangevoerd.

Het bestreden vonnis dat oordeelt dat de appelrechter "naast het geschil zelf, het dossier [dient] te onderzoeken op het tijdstip waarop de eerste rechter zijn beslissing heeft gewezen ten einde uit te maken of het deskundigenonderzoek, geheel of ten dele, verantwoord was" en de vordering zelf tot ontbinding van de litigieuze huurovereenkomst enkel onderzoekt in het licht van de processen-verbaal van plaatsbezichtiging van 5 september 1997 en 6 november 1998 die aan de eerste rechter waren voorgelegd en de nieuwe gegevens die de eiser in hoger beroep had aangevoerd, zoals de vaststellingen die zijn technisch raadsman in augustus 1997 heeft gedaan en de overwegingen die laatstgenoemde achteraf heeft gemaakt, van dat onderzoek uitsluit, schendt voormeld artikel 1068, eerste lid.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden vonnis.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde vonnis.

Houdt de kosten aan en laat de uitspraak daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de zaak naar de rechtbank van eerste aanleg te Namen, rechtszitting houdende in hoger beroep.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, de raadsheren Sylviane Velu, Martine Regout, Alain Simon en Michel Lemal, en in openbare terechtzitting van 16 maart 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, in aanwezigheid van advocaat-generaal Jean Marie Genicot, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Beatrijs Deconinck en overgeschreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

Vrije woorden

  • Devolutieve werking

  • Draagwijdte

  • Feiten die zich tijdens de rechtspleging in hoger beroep hebben voorgedaan

  • Bevoegdheid van de rechter