- Arrest van 21 maart 2012

21/03/2012 - P.10.2017.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De borgtocht die door de advocaat van een gedetineerde inverdenkinggestelde, voor en namens die gedetineerde, aan de Deposito- en Consignatiekas is gestort, behoort, in de regel, de gedetineerde toe (1). (1) Zie de concl. van het O.M. in Pas. 2012, nr ...

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.10.2017.F

1. T. T. T. N. e.a.,

optredend in de hoedanigheid van erfgenamen van M. L. D.,

Mr. Michèle Grégoire, advocaat bij het Hof van Cassatie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, van 1 december 2010.

De eisers voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

Procureur-generaal Jean-François Leclercq heeft op 6 januari 2012 een conclusie neergelegd op de griffie.

Op de rechtszitting van 22 februari 2012 heeft raadsheer Pierre Cornelis verslag uitgebracht en heeft de voornoemde procureur-generaal geconcludeerd.

II. FEITEN

De rechtsvoorganger van de eisers werd onder aanhoudingsbevel geplaatst wegens oplichting en wederrechtelijke uitoefening van de geneeskunde, en vervolgens vrijgelaten na storting van een borgsom van vijftig miljoen Belgische frank.

Bij vonnis van 19 april 2006 werd hij veroordeeld tot een gevangenisstraf en een geldboete. Zijn onmiddellijke aanhouding werd bevolen. Zijn verzoek tot teruggave van de borgsom werd afgewezen omdat het voorbarig was.

Het hof van beroep dat kennisneemt van het door de beklaagde ingestelde hoger beroep, heeft bij arrest van 21 oktober 2009 vastgesteld dat de strafvordering vervallen is door diens overlijden op 12 augustus 2007.

De eisers verzoeken om de teruggave van de borgtocht. Het bestreden arrest wijst hun vordering af.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Tweede middel

Eerste onderdeel

Wanneer de advocaat van de inverdenkinggestelde de borgsom betaalt die is bepaald bij artikel 35, § 4, Voorlopige Hechteniswet, stelt hij een handeling die noodzakelijk is ter verdediging van de belangen van zijn cliënt en wordt hij verondersteld te handelen in de hoedanigheid van diens lasthebber ad litem.

Door de bevoegdheid tot vertegenwoordiging, als bedoeld in artikel 1984 Burgerlijk Wetboek, kan de lastgever de door de lasthebber ingestelde procedure tot inning van de schuldvordering tot teruggave van een borgsom voortzetten. Krachtens artikel 724, eerste lid, van hetzelfde wetboek treden de erfgenamen van de lastgever van rechtswege in die schuldvordering.

Het hof van beroep beslist dat de door de rechtsopvolgers van de inverdenkinggestelde ingestelde vordering tot teruggave niet ontvankelijk was bij gebrek aan hoedanigheid en bij gebrek aan belang, op grond dat de gelden die gebruikt zijn voor de borgsom die aan deze inverdenkinggestelde was opgelegd, door een vennootschap aan de advocaat van die inverdenkinggestelde waren gestort. Het verantwoordt aldus zijn beslissing niet naar recht.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest.

Laat de kosten ten laste van de Staat.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Bergen.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis en Gustave Steffens, en in openbare rechtszitting van 21 maart 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van procureur-generaal Jean-François Leclercq, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Peter Hoet en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

Vrije woorden

  • Borgtocht

  • Storting

  • Inverdenkinggestelde

  • Gedetineerde

  • Advocaat

  • Lastgeving