- Arrest van 29 maart 2012

29/03/2012 - C.11.0075.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Een erfdienstbaarheid kan bestaan uit het dulden van een bepaald gebruik van het lijdende erf (1). (1) Zie de (andersluidende) concl. van het O.M.


Arrest - Integrale tekst

Nr. C.11.0075.N

1. S.B.,

2. W.K.,

eisers,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de eisers woonplaats kiezen,

tegen

INTERCOMMUNALE MAATSCHAPPIJ VOOR ENERGIEVOORZIENING ANTWERPEN (IMEA) burgerlijke vennootschap onder de vorm van een opdrachthoudende vereniging, met zetel te 2000 Antwerpen, Stadhuis, Grote Markt 1,

verweerster,

vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Central Plaza, Loksumstraat 25, waar de verweerster woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen van 9 maart 2010.

Advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem heeft op 19 januari 2012 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Raadsheer Eric Stassijns heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste onderdeel

1. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat krachtens de overeenkomst van 18 oktober 1973, de rechtsvoorgangers van de eisers aan de verweerster, een intercommunale voor energievoorziening, het recht verlenen om een lokaal ingericht als transformatiepost "te benuttigen" volgens de in deze overeenkomst bepaalde modaliteiten (o.m. de vrije toegang personeel, het plaatsen van onderaardse kabels en de onbeschikbaarheid van de strook tussen de openbare weg en de post waar de kabels zich bevinden). Artikel 4 van deze overeenkomst bepaalt dat deze rechten gelden "zolang de (verweerster) en haar eventuele rechtsopvolgers de voorziening van elektriciteit op het grondgebied der gemeente zullen verzekeren".

2. De appelrechters die oordelen dat de bepalingen van de overeenkomst een last leggen op het erf van de eisers "tot het gebruik en tot nut van de gebouwen in de buurt van de Bisschoppenhoflaan", geven van de overeenkomst van 18 oktober 1973 een uitleg die met de bewoordingen ervan niet onverenigbaar is.

Het onderdeel mist feitelijke grondslag.

Tweede onderdeel

3. Het onderdeel komt op tegen de feitelijke beoordeling van de appelrechters dat de lasten gelegd op het erf van de eisers strekken tot het gebruik en tot nut van de gebouwen in de buurt van de Bisschoppenhoflaan.

Het onderdeel is niet ontvankelijk.

Derde onderdeel

4. Een erfdienstbaarheid kan bestaan uit het dulden van een bepaald gebruik van het lijdende erf.

5. Inzoverre het onderdeel aanvoert dat een erfdienstbaarheid niet kan bestaan uit activiteiten die op het lijdende erf worden uitgeoefend, faalt het naar recht.

6. In zoverre het onderdeel aanvoert dat de last op het erf van de eisers niet strekt "tot vergemakkelijking van het gebruik en de exploitatie van de gebouwen in de Bisschoppenhoflaan" komt het op tegen de feitelijke beoordeling van de appelrechters en is het niet ontvankelijk.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eisers in de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eisers op 581,09 euro en voor de verweerster op 149,04 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Eric Stassijns, Beatrijs Deconinck, Alain Smetryns en Koen Mestdagh, en in openbare rechtszitting van 29 maart 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

Vrije woorden

  • Gebruik van het lijdende erf