- Arrest van 20 april 2012

20/04/2012 - C.11.0608.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De rechter, die op grond van de artikelen 1641, 1643 en 1644 van het Burgerlijk Wetboek kennisneemt van een vordering tot prijsvermindering, moet het gedeelte van de prijs bepalen dat aan de koper moet worden teruggegeven en kan, te dien einde, een deskundige gelasten hem een advies over de waarde van het goed te geven, gelet op het gebrek ervan.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.11.0608.F

BARCHON METAL VANNERUM nv,

Mr. Michel Mahieu, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

SOFINTRA nv,

Mr. John Kirkpatrick, advocaat bij het Hof van Cassatie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van 29 juni 2010 van het hof van beroep te Luik.

Raadsheer Michel Lemal heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Thierry Werquin heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert volgend middel aan.

Geschonden wettelijke bepalingen

- de artikelen 11, 962 en, voor zoveel als nodig, 1676 tot 1723 van het Gerechtelijk Wetboek;

- de artikelen 1134 en 1644 van het Burgerlijk Wetboek;

- artikel 149 van de Grondwet;

- algemeen beginsel van het recht van verdediging.

Aangevochten beslissingen en motieven

Het bestreden arrest beslist dat de meerprijs die de eiseres ten onrechte heeft betaald bovenop de juiste prijs van het terrein, 18.000 euro bedraagt, en veroordeelt de verweerster tot de betaling ervan. Het beslist aldus om alle redenen en inzonderheid om de volgende redenen:

"[De] beslissing alvorens recht te doen van 11 juni 2007 oordeelt, om de redenen waarop het beschikkend gedeelte gestoeld is en die gezag van gewijsde hebben tussen de nog litigerende partijen, dat ‘de rechtsvordering die de [eiseres] tegen de [verweerster] heeft ingesteld wegens een verborgen gebrek dat de verkochte zaak zodanig aantast dat zij die zaak niet voor de betaalde prijs zou hebben gekocht, een vordering tot prijsvermindering is; de koper, die niet ervoor kiest "de zaak terug te geven en zich de prijs te doen terugbetalen", kan alleen maar "zich een gedeelte van de prijs doen terugbetalen, welk gedeelte door deskundigen zal worden bepaald" (artikel 1645 [lees : 1644] van het Burgerlijk Wetboek) ; het hof van beroep moet, overeenkomstig de toepasselijke wettelijke bepalingen, een deskundige gelasten : - de juiste prijs, op 30 maart 2000, te bepalen van het verkochte terrein, waarvan de ondergrond vervuild is, waardoor de gronden gevaarlijk afval zijn geworden dat gesaneerd moet worden zoals vereist door de overheid, overeenkomstig de wetgeving van toepassing op de datum van de verkoop: het Waals decreet van 27 juni 1996 en het besluit van 10 juli 1997 van de Waalse regering; - het mogelijke verschil te bepalen tussen de prijs van 9.000.000 frank of 223.104,17 euro, die daadwerkelijk is betaald door de [eiseres], en de juiste prijs op 30 maart 2000' ;

De ‘schattingsdeskundige' heeft een verslag neergelegd waarin de juiste prijs is bepaald en waaruit een meerprijs van 18.000 euro bovenop die juiste prijs blijkt, die [de eiseres] ten onrechte heeft betaald en die zij niet zou hebben betaald indien zij weet had gehad van het gebrek ;

De rechter is gebonden door de schatting van de juiste prijs en van de onterecht betaalde meerprijs - die aan de koper teruggegeven moet worden - zoals zij zijn vastgesteld door de schattingsdeskundige, die op grond van artikel 1644 van het Burgerlijk Wetboek handelt binnen de nauw afgebakende grenzen van zijn opdracht en met eerbiediging van het recht van verdediging van elke procespartij;

De partijen, die noch de aanwijzing noch de bevoegdheid van de schattingsdeskundige betwist hebben, die niet de wraking van die deskundige gevorderd hebben en hem evenmin een miskenning van hun recht van verdediging verwijten, zijn gebonden door die arbitrage van het gedeelte van de daadwerkelijk betaalde prijs die de koper, die een gegronde vordering tot prijsvermindering heeft ingesteld, ‘zich kan doen terugbetalen';

Alleen de schattingsdeskundige, die op grond van artikel 1644 van het Burgerlijk Wetboek wordt aangewezen, kan, door middel van een arbitrage die zowel de rechter als de partijen bindt, definitief ‘het gedeelte van de prijs' bepalen dat de verkoper van het goed, dat is aangetast door een reëel gebrek dat de koper niet als koopvernietigend beschouwt, aan laatstgenoemde moet terugbetalen ;

De [verweerster] moet aan [de eiseres] een gedeelte van de prijs, gelijk aan 18.000 euro, teruggeven, naast de interest op dat bedrag te rekenen van de dag van de betaling van de prijs tot algehele teruggave".

Grieven

Arbitrage, zoals vastgelegd in de artikelen 1676 en 1729 van het Gerechtelijk Wetboek, is een manier om geschillen te beslechten die zijn oorsprong vindt in een overeenkomst, die leidt tot een beslissing met gezag van gewijsde en die, door de uitvoerbaarverklaring, uitvoerende kracht kan verkrijgen. Arbitrage heeft tot gevolg dat het geschil onttrokken wordt aan de rechtsmacht van de gerechtelijke rechtscolleges.

Het deskundigenonderzoek, zoals het is vastgelegd in de artikelen 962 tot 991bis van het Gerechtelijk Wetboek, is een technische onderzoeksmaatregel; de deskundige, die aangewezen wordt en niet vrij door de partijen wordt gekozen op grond van een overeenkomst, moet een technisch advies geven dat de partijen en de rechter moet voorlichten. Zij zijn echter niet gebonden door dat advies. Zijn beoordeling, die door de rechter getoetst moet worden, kan immers verworpen worden.

Wat dat betreft bepaalt artikel 962 van het Gerechtelijk Wetboek met name het volgende:

"De rechter kan, ter oplossing van een voor hem gebracht geschil of ingeval een geschil werkelijk en dadelijk dreigt te ontstaan, deskundigen gelasten vaststellingen te doen of een technisch advies te geven.

De rechter kan daarbij de deskundigen aanwijzen waarover partijen het eens zijn. Hij kan van de keuze van de partijen slechts afwijken bij een met redenen omklede beslissing.

Behoudens overeenstemming tussen de partijen, geven de deskundigen alleen advies over de in het vonnis bepaalde opdracht.

Hij is niet verplicht het advies van de deskundigen te volgen, indien het strijdig is met zijn overtuiging".

Artikel 11 van hetzelfde wetboek, dat van openbare orde is, bepaalt wat volgt :

"De rechters kunnen hun rechtsmacht niet overdragen.

Zij kunnen niettemin ambtelijke opdrachten geven aan een andere rechtbank of aan een andere rechter, en zelfs aan vreemde gerechtelijke overheden, om daden van onderzoek te doen verrichten".

De partijen kunnen ten slotte, op grond van artikel 1134 van het Burgerlijk Wetboek, en los van elke arbitrage of elk deskundigenonderzoek zoals zij hiervoor zijn vermeld, bij overeenkomst beslissen om hun beslissingsbevoegdheid betreffende een welbepaald feit of gegeven uit hun verslag over te dragen aan een derde. Die partijen verbinden er zich dan toe om zich te houden aan de beslissing die de voormelde derde, die een deskundige kan zijn, over dat bijzonder aspect van hun rechtsverhouding.

De koper die zich ten aanzien van zijn verkoper beroept op de waarborg tegen verborgen gebreken heeft, volgens artikel 1644 van het Burgerlijk Wetboek, "de keus om ofwel de zaak terug te geven en zich de prijs te doen terugbetalen [in dit geval stelt hij een vordering tot koopvernietiging in], ofwel de zaak te behouden en zich een gedeelte van de prijs te doen terugbetalen, welk gedeelte door deskundigen zal worden bepaald [in dit laatste geval stelt hij een vordering tot prijsvermindering in]". De in die bepaling bedoelde arbitrage door de deskundige mag niet worden verward met de arbitrage bepaald in de artikelen 1676 en volgende van het Gerechtelijk Wetboek.

De eiseres heeft te dezen een vordering tot prijsvermindering ingesteld voor het hof van beroep, die het hof in beginsel gegrond heeft verklaard in zijn arrest 11 december 2007. Het hof van beroep heeft vervolgens, alvorens recht te doen, een gerechtsdeskundige, de heer D., aangewezen teneinde met name, eensdeels, de juiste prijs op 30 maart 2000 te bepalen van het verkochte terrein waarvan de bodem verontreinigd was, waardoor het gevaarlijk afval was geworden dat volgens de Waalse overheid gesaneerd dient te worden, en, anderdeels, het mogelijke verschil te bepalen tussen de prijs van 9.000.000 frank of 223.104,17 euro die de eiseres daadwerkelijk heeft betaald en de juiste prijs op 30 maart 2000.

De aanwijzing van de gerechtsdeskundige heeft impliciet maar zeker plaatsgevonden op grond van de artikelen 962 en volgende van het Gerechtelijk Wetboek en niet op grond van de artikelen 1676 en volgende van datzelfde wetboek. Het beschikkend gedeelte van het arrest van 11 december 2007 maakt immers, overeenkomstig artikel 972 van het Gerechtelijk Wetboek, melding van een aantal inlichtingen betreffende het deskundigenonderzoek en het verloop ervan.

In haar conclusie heeft de eiseres verschillende grieven aangevoerd tegen het deskundigenonderzoek van de deskundige, de heer D.

Zij heeft allereerst kritiek uitgeoefend op de door de deskundige geschatte waarde van het terrein, op de datum van verkoop, vergeleken met de toenmalige marktprijs. Met betrekking tot de vergelijkingspunten die de deskundige in aanmerking had genomen, was ze van oordeel dat zij "niet weet of de aangewende referentiecriteria geschikt zijn om een echte vergelijking te maken tussen de als referentie genomen terreinen en het litigieuze terrein" en wees zij erop dat de deskundige "geen enkel document heeft medegedeeld aan de hand waarvan de vooropgestelde cijfers getoetst kunnen worden, zodat zijn argumentatie onmogelijk weerlegd kan worden". Zij heeft vervolgens gepreciseerd dat uit de briefwisseling met de belastingadministratie, waarnaar de deskundige verwees, kon worden geconcludeerd dat de prijs van het terrein, los van de verontreiniging, redelijkerwijs niet kon schommelen tussen 400.000 en 500.000 euro, hoewel de deskundige, in zijn analyse van de vergelijkingspunten, dergelijke bedragen nochtans in aanmerking had genomen.

De eiseres heeft ook kritiek uitgeoefend op de bepaling van de minderwaarde van het terrein, te wijten aan de verontreiniging. Zij preciseerde dat de deskundige, na de prijs van het terrein te hebben geraamd op 294.889,52 euro, zonder gebouwen, op grond van de vergelijkingspunten die hij in aanmerking had genomen, dat bedrag door drie heeft gedeeld, "teneinde, op forfaitaire wijze, met de verontreiniging te pogen rekening te houden", en aldus op een afgerond bedrag van 100.000 euro uitkwam. De eiseres wijst er vervolgens op dat de deskundige, door hier de prijs van de gebouwen bij te tellen, op een bedrag van 205.000 euro uitkomt. Op basis hiervan komt hij tot de conclusie dat er aan de eiseres een bedrag van 18.000 euro verschuldigd is, aangezien zij 223.000 euro voor het terrein betaald heeft. Volgens haar heeft de deskundige de minderwaarde zodoende op een volkomen abstracte en willekeurige wijze bepaald, terwijl dat bedrag aan de hand van objectieve criteria moet worden bepaald. Zij stelt evenwel vast dat de deskundige weigert om rekening te houden met het bedrag van de werken die zij heeft uitgevoerd om een gedeelte van de site te saneren en zij wijst, bij wijze van vergelijking, op de prijs die de sanering volgens la Spaque en SBS Environnement zou kosten.

Het bestreden arrest antwoordt op geen enkele grief die de eiseres tegen het deskundigenverslag had aangevoerd. Het arrest beslist alleen maar dat zowel de partijen als de rechter die hem heeft aangewezen gebonden zijn door de arbitrage van de schattingsdeskundige en dat hij alleen "door middel van een arbitrage [...] definitief ‘het gedeelte van de prijs' kan bepalen dat de verkoper moet terugbetalen aan de koper van het door een gebrek aangetaste goed".

Het bestreden arrest kent zodoende onwettig aan de deskundige, die is aangewezen op grond van de artikelen 962 en volgende van het Gerechtelijk Wetboek, bevoegdheden toe die hij niet heeft, zoals de bevoegdheid om een voor de rechter en de partijen bindend besluit te nemen. Het bestreden arrest ontzegt de partijen bijgevolg niet alleen elke mogelijkheid om het deskundigenverslag van de deskundige te betwisten maar staat hem zelfs zijn rechtsmacht af. Het bestreden arrest, dat niet vaststelt dat de partijen overeengekomen zijn om zich gebonden te achten door het besluit van de deskundige over het gedeelte van de prijs dat aan de eiseres moest worden teruggegeven, schendt immers de artikelen 1134 en 1644 van het Burgerlijk Wetboek, 11, 962 en, voor zoveel als nodig, de artikelen 1676 tot 1723 van het Gerechtelijk Wetboek, door aan het voormelde besluit verbindende kracht te verlenen.

Artikel 962, derde lid, van het Gerechtelijk Wetboek, bepaalt immers dat de deskundigen, bij gebrek aan overeenstemming tussen de partijen, alleen advies geven en dat de rechter, volgens de laatste zin van dat artikel, "niet verplicht is het advies van de deskundigen te volgen, indien het strijdig is met zijn overtuiging" (bepaling ingevoegd bij de wet van 15 mei 2007 en dus van toepassing op het bestreden arrest, uitgesproken op 29 juni 2010).

Het bestreden arrest, dat weigert te antwoorden op de grieven die de eiseres tegen het deskundigenverslag had aangevoerd, op de bekritiseerde grond dat de rechter in elk geval gebonden is door dat verslag, schendt bijgevolg ook nog artikel 149 van de Grondwet en miskent tevens het algemeen beginsel van het recht van verdediging.

III. BESLISSING VAN HET HOF

De door de verweerster tegen het middel opgeworpen grond van niet-ontvankelijkheid: het middel heeft geen belang:

Uit het bestreden arrest kan niet worden afgeleid dat het arrest, door erop te wijzen dat de redenen van het arrest van 11 december 2007, die het overneemt, "gezag van gewijsde [hebben] tussen de nog litigerende partijen", en dat het uitspraak doet "binnen de grenzen van de zaak zoals ze nog bij de rechter aanhangig is", beslist dat het hof van beroep zijn rechtsmacht reeds volledig had uitgeoefend wegens de dwingende kracht van de arbitrage van de op grond van artikel 1644 Burgerlijk Wetboek aangewezen deskundige.

De grond van niet-ontvankelijkheid kan niet worden aangenomen.

Gegrondheid van het middel

Krachtens artikel 11, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek, kunnen de rechters hun rechtsmacht niet overdragen.

Volgens artikel 962 van datzelfde wetboek kan de rechter, ter oplossing van een voor hem gebracht geschil of ingeval een geschil werkelijk en dadelijk dreigt te ontstaan, deskundigen gelasten vaststellingen te doen of een technisch advies te geven. Hij is niet verplicht het advies van de deskundigen te volgen, indien het strijdig is met zijn overtuiging.

Artikel 1644 Burgerlijk Wetboek bepaalt dat de koper, in het geval van de artikelen 1641 en 1643, de keus heeft om ofwel de zaak terug te geven en zich de prijs te doen terugbetalen, ofwel de zaak te behouden en zich een gedeelte van de prijs te doen terugbetalen, welk gedeelte door deskundigen zal worden bepaald.

Uit die bepalingen volgt dat de rechter, die op grond van de artikelen 1641, 1643 en 1644 Burgerlijk Wetboek kennisneemt van een vordering tot prijsvermindering, het gedeelte van de prijs moet bepalen dat aan de koper moet worden teruggegeven en dat de rechter, te dien einde, een deskundige kan gelasten hem een advies over de waarde van het goed te geven, gelet op het gebrek waardoor het is aangetast.

Het hof van beroep heeft in zijn niet bestreden arrest van 11 december 2007 beslist dat het terrein dat de verweerster aan de eiseres heeft verkocht, aangetast was door een verborgen gebrek in de zin van artikel 1641 Burgerlijk Wetboek en het heeft, na de vordering tot prijsvermindering van de eiseres in beginsel gegrond te hebben verklaard, een "schattingsdeskundige" aangewezen teneinde de bodem te onderzoeken, de juiste prijs van dat terrein op 30 maart 2000 te bepalen en het mogelijk verschil tussen de door de eiseres daadwerkelijk betaalde prijs en die juiste prijs te bepalen.

Het arrest, dat beslist dat "alleen de schattingsdeskundige, die op grond van artikel 1644 Burgerlijk Wetboek wordt aangewezen, door middel van een arbitrage die zowel de rechter als de partijen bindt, definitief ‘het gedeelte van de prijs' kan bepalen dat de verkoper van het goed, dat is aangetast door een reëel gebrek dat de koper niet als koopvernietigend beschouwt, aan laatstgenoemde moet terugbetalen", schendt de voormelde wettelijke bepalingen.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Bergen.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door voorzitter Christian Storck, de raadsheren Didier Batselé, Sylviane Velu, Alain Simon en Michel Lemal, en in openbare terechtzitting van 20 april 2012 uitgesproken door voorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Thierry Werquin, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Antoine Lievens en overgeschreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

Vrije woorden

  • Verborgen gebrek

  • Vordering tot prijsvermindering

  • Prijs die aan de koper teruggegeven moet worden

  • Bevoegdheid van de rechter

  • Deskundige

  • Opdracht