- Arrest van 7 mei 2012

07/05/2012 - S.11.0080.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Of een bepaling van bijzonder dwingend recht uit het recht van het land van de rechter ingevolge artikel 7.2 van het EVO dient te worden toegepast ongeacht het op de overeenkomst toepasselijke recht, wordt bepaald door de lex fori en niet door voormelde verdragsbepaling, zodat het cassatiemiddel dat enkel de schending aanvoert van artikel 7.2. EVO zonder ook schending aan te voeren van de bepalingen van bijzonder dwingend Belgisch recht die beweerdelijk ten onrechte niet werden toegepast, niet ontvankelijk is.

Arrest - Integrale tekst

Nr. S.11.0080.N

R.H.,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

1. LOCKHEED MARTIN AIRPORT GROUP INTERNATIONAL Inc., vennootschap naar het recht van de staat California, met zetel te Glendale, California 91203.2308 (Verenigde Staten van Amerika), North Brand Boulevard 300,

2. LOCKHEED MARTIN INTERNATIONAL sa, vennootschap naar Zwitsers recht, met zetel te 1204 Genève (Zwitserland), Place de Longemalle 1,

verweersters,

vertegenwoordigd door mr. Pierre Van Ommeslaghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 106, waar de verweersters woonplaats kiezen.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het arbeidshof te Antwerpen van 19 november 2001.

Raadsheer Koen Mestdagh heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

1. Artikel 7.2 van het verdrag van Rome van 19 juni 1980 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (EVO) bepaalt dat dit verdrag de toepassing onverlet laat van de bepalingen van het recht van het land van de rechter die ongeacht het op de overeenkomst toepasselijke recht, het geval dwingend beheersen.

Of een bepaling van bijzonder dwingend recht uit het recht van het land van de rechter ingevolge voormelde verdragsbepaling dient te worden toegepast ongeacht het op de overeenkomst toepasselijke recht, wordt bepaald door de lex fori en niet door voormelde verdragsbepaling.

Het middel dat schending aanvoert van artikel 7.2 EVO doordat de appelrechters beslissen dat de bijzonder dwingende bepalingen van Belgisch recht op grond van die verdragsbepaling slechts moeten worden toegepast wanneer de werknemer gewoonlijk zijn arbeid in België verricht, zonder ook schending aan te voeren van de bepalingen van bijzonder dwingend Belgisch recht die beweerdelijk ten onrechte niet werden toegepast, is niet ontvankelijk.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiser op 218,02 euro en voor de verweersters op 746,82 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Alain Smetryns, Koen Mestdagh, Mireille Delange en Antoine Lievens, en op de openbare rechtszitting van 7 mei 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Johan Pafenols.

Vrije woorden

  • EVO

  • Artikel 7.2

  • Bepaling van bijzonder dwingend recht

  • Toepassing

  • Rechtsgrond