- Arrest van 10 mei 2012

10/05/2012 - C.11.0132.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Wanneer de politierechtbank, inzake de geschillen bedoeld in artikel 601bis, Gerechtelijk Wetboek uitspraak doet over een vordering waarvan het bedrag 1.240 euro niet overschrijdt, worden deze vonnissen krachtens artikel 617 Gerechtelijk Wetboek gewezen in laatste aanleg.


Arrest - Integrale tekst

Nr. C.11.0132.N

GEMEENSCHAPPELIJK MOTORWAARBORGFONDS, met zetel te 1210 Brussel, Liefdadigheidsstraat 33/1,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Central Plaza, Loksumstraat 25, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

VLAAMS GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering, voor wie optreedt de Vlaamse Minister van Mobiliteit en Openbare Werken, met kantoor te 1000 Brussel, Koning Albert II-laan 20/1,

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de verweerder woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de politierechtbank te Vilvoorde van 29 april 2010.

Raadsheer Beatrijs Deconinck heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Ontvankelijkheid van het cassatieberoep

1. De verweerder werpt de niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep op omdat het bestreden vonnis uitspraak doet over een vordering tot veroordeling van de eiser tot betaling van een hoofdsom, vermeerderd met de vergoedende rente, maar zonder de rentevoet, noch de looptijd van deze interest te preciseren, waardoor de grondslagen voor de bepaling van de waarde van het geschil niet voorhanden zijn. Het vonnis is aldus overeenkomstig artikel 619 Gerechtelijk Wetboek in eerste aanleg gewezen en niet voor cassatieberoep vatbaar.

2. Krachtens artikel 608 Gerechtelijk Wetboek neemt het Hof kennis van de beslissingen in laatste aanleg.

Krachtens artikel 618, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek gelden de regels gesteld bij de artikelen 557 tot 562 voor het bepalen van de aanleg.

Artikel 557 Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat hierbij rekening wordt gehouden met de som die in de inleidende akte wordt geëist, met uitsluiting van de gerechtelijke interest en van alle gerechtskosten alsook van de dwangsommen.

Wanneer de politierechtbank, inzake de geschillen bedoeld in artikel 601bis, Gerechtelijk Wetboek uitspraak doet over een vordering waarvan het bedrag 1.240 euro niet overschrijdt, worden deze vonnissen krachtens artikel 617 Gerechtelijk Wetboek gewezen in laatste aanleg.

Krachtens artikel 619 Gerechtelijk Wetboek wordt het geschil in eerste aanleg berecht "bij gebreke van grondslagen voor de bepaling van de waarde van het geschil, zoals zij omschreven zijn in de artikelen 557 tot 562."

3. Bij ontstentenis van daartoe strekkende conclusie moet de rechter niet uitdrukkelijk de rentevoet van de vergoedende rente bepalen. Indien hij dat niet uitdrukkelijk doet, geldt de wettelijke rentevoet.

Hieruit volgt dat wanneer de eisende partij de rentevoet van de gevorderde vergoedende rente niet heeft bepaald, moet worden aangenomen dat zij de wettelijke rentevoet vordert.

4. Voorts blijkt uit de vaststellingen van het bestreden vonnis dat de vordering van de verweerder werd ingesteld bij dagvaarding van 9 april 2009 en "strekte tot regeling van de materiële gevolgen van een verkeersongeval dat gebeurde op 19 februari 2004."

5. Het middel van niet-ontvankelijkheid dat ervan uitgaat dat de grondslagen voor de bepaling van de waarde van het geschil niet voorhanden zijn, dient te worden verworpen.

Middel

Eerste onderdeel

6. De rechter oordeelt dat de schade in hoofde van de eiser veroorzaakt werd door V. B. die tegen de vangrail botste "door de raak met het onbekend gebleven vrachtwagen" en dat het klaar en duidelijk is dat de maneuvrerende vrachtwagen voor V. B. een toevallig feit uitmaakte en in zijn hoofde overmacht was.

7. Gelet op dit oordeel werd het hiermee strijdige verweer verworpen, en diende de rechter niet verder in te gaan op het verweer inzake de uitwijkende vrachtwagen.

Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

Tweede onderdeel

8. Uit het antwoord op het eerste onderdeel volgt dat de rechter, anders dan waarvan het onderdeel uitgaat, wel te kennen geeft dat V. B. de bestuurder was van het voertuig dat het ongeval veroorzaakte.

Het onderdeel mist feitelijke grondslag.

Derde onderdeel

9. Het bestreden vonnis stelt niet vast dat het ongeval werd veroorzaakt door een fout van de uitwijkende niet-geïdentificeerde vrachtwagen.

Het onderdeel dat volledig van de hypothese uitgaat dat dit wel het geval is, mist feitelijke grondslag.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiser op 596,24 euro en voor de verweerder op 109,69 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Eric Stassijns, Beatrijs Deconinck, Alain Smetryns en Koen Mestdagh, en in openbare rechtszitting van 10 mei 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guy Dubrulle, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

Vrije woorden

  • Vonnis van de politierechtbank

  • Cassatieberoep

  • Ontvankelijkheid