- Arrest van 10 mei 2012

10/05/2012 - C.11.0452.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Wanneer de rechter de werkelijke betekenis van de termen van een vonnis aan de hand van de context uitlegt, worden de rechten van de partijen zoals zij zijn vastgelegd noch uitgebreid, noch gewijzigd.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.11.0452.N

PANEUROPEAN RETAIL PROPERTIES nv, met zetel te 1210 Sint-Joost-ten-Node, Kunstlaan 10/11,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

ALDI nv, met zetel te 2310 Rijkevorsel, Ambachtsweg 8,

verweerster,

vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Central Plaza, Loksumstraat 25, waar de verweerster woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van koophandel te Antwerpen van 2 december 2010.

Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft op 3 april 2012 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Raadsheer Eric Stassijns heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Wanneer de rechter de werkelijke betekenis van de termen van een vonnis aan de hand van de context uitlegt, worden de rechten van de partijen zoals zij zijn vastgelegd noch uitgebreid, noch gewijzigd.

In werkelijkheid gaat het middel ervan uit dat de appelrechters, in navolging van de vrederechter, de rechten van de eiseres beperken door van het vonnis van 22 november 2007 een uitlegging te geven die niet strookt met de interpretatie die de eiseres zelf ervan geeft.

Het middel kan in zoverre niet worden aangenomen.

2. In zoverre het middel de miskenning van de bewijskracht van het vonnis van 22 november 2007 en de schending van de artikelen 23 tot 28 Gerechtelijk Wetboek aanvoert, is het afgeleid uit de vergeefs aangevoerde schending van artikel 793 Gerechtelijk Wetboek.

Het middel is in zoverre niet ontvankelijk.

3. In zoverre het middel de schending aanvoert van de artikelen 1134 en 1728bis, vijfde lid, Burgerlijk Wetboek en de artikelen 6, 18 en 19 Handelshuurwet, levert het in werkelijkheid kritiek op het vonnis van 22 november 2007, dat niet het voorwerp uitmaakt van het cassatieberoep.

Het middel is, in zoverre, niet ontvankelijk.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres in de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiseres op 503,48 euro en voor de verweerster op 149,04 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Eric Stassijns, Beatrijs Deconinck, Alain Smetryns en Koen Mestdagh, en in openbare rechtszitting van 10 mei 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guy Dubrulle, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

Vrije woorden

  • Uitlegging