- Arrest van 10 mei 2012

10/05/2012 - C.10.0707.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

De nietigverklaring van de overeenkomst houdt in dat de partijen, zo mogelijk, in dezelfde toestand worden geplaatst als die waarin zij zich zouden bevinden indien zij niet hadden gecontracteerd (1). (1) Het OM concludeerde tot verwerping, mede op grond van de niet-ontvankelijkheid van het eerste middel.


Arrest - Integrale tekst

Nr. C.10.0707.N

S. D. G.,

eiser,

aan wie rechtsbijstand werd verleend op 24 november 2010 onder nummer

G.10.0234.N,

vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

W. B.,

verweerder.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen de vonnissen in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde van 22 oktober 2009 en 6 mei 2010.

Raadsheer Eric Stassijns heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

1. Krachtens het artikel 1131 Burgerlijk Wetboek kan een verbintenis, aangegaan zonder oorzaak of uit een valse oorzaak of uit een ongeoorloofde oorzaak, geen gevolg hebben.

2. De nietigverklaring van de overeenkomst houdt in dat de partijen, zo mogelijk, in dezelfde toestand worden geplaatst als die waarin zij zich zouden bevinden indien zij niet hadden gecontracteerd.

3. De appelrechters die oordelen dat de door de eiser betaalde huurwaarborg niet dient te worden terugbetaald daar hem aldus een hogere vergoeding zou worden toegekend dan de voorziene terugbetaling van de huur, verantwoorden hun beslissing niet naar recht.

Het middel is gegrond.

Tweede middel

4. Een vermogensverschuiving is zonder oorzaak wanneer er geen rechtsgrond is voor de verarming van de ene partij en de verrijking van de andere.

5. De nietigheid van een overeenkomst van woninghuur staat niet eraan in de weg dat de eigenaar die tot de restitutie van de huurgelden is gehouden, op grond van ongegronde verrijking aanspraak kan maken op een vergoeding voor de bezetting van het verhuurde goed. De omstandigheid dat de nietigheid van de overeenkomst het gevolg is van de overtreding van de woonkwaliteitsnormen neergelegd in de Vlaamse Wooncode die de openbare orde raken, sluit niet uit dat de rechter kan oordelen dat de bezetting van het onroerend goed een ongegronde verrijking oplevert.

6. Het onderdeel dat in die omstandigheid iedere vordering tot vergoeding van de bezetting uitsluit, faalt naar recht.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden vonnis van 22 oktober 2009 in zoverre het oordeelt over de huurwaarborg en vernietigt het bestreden vonnis van 6 mei 2010 in zoverre het oordeelt over de kosten.

Verwerpt het cassatieberoep voor het overige.

Veroordeelt de eiser in de helft van de kosten en laat de beslissing over de overige kosten aan de feitenrechter over.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van de gedeeltelijk vernietigde vonnissen van 22 oktober 2009 en 6 mei 2010.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar de rechtbank van eerste aanleg te Gent, zitting houdende in hoger beroep.

Bepaalt de kosten voor de eiser op 520,25 euro in debet.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Eric Stassijns, Beatrijs Deconinck, Alain Smetryns en Koen Mestdagh, en in openbare rechtszitting van 10 mei 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

Vrije woorden

  • Nietigverklaring van de overeenkomst

  • Gevolg t.a.v de partijen