- Arrest van 11 mei 2012

11/05/2012 - C.10.0705.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Wanneer de voorwaarden van een uitdrukkelijk ontbindend beding niet zijn vervuld, wordt de overeenkomst niet ontbonden zodat zij, in de regel, effect blijft sorteren, met de zekerheden die de uitvoering ervan waarborgen (1). (1) Het O.M. had in zijn (niet-gepubliceerde) schriftelijke conclusie eveneens voor vernietiging geopteerd, maar wel op grond van het tweede onderdeel van het eerste middel (miskenning van het recht van verdediging).

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.10.0705.F

M. D.,

Mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

FORTIS BANK nv,

Mr. Isabelle Heenen, advocaat bij het Hof van Cassatie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Bergen van 3 juni 2010.

Advocaat-generaal André Henkes heeft op 16 april 2012 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Raadsheer Sylviane Velu heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal André Henkes heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

In zijn cassatieverzoekschrift waarvan een eensluidend verklaard afschrift bij dit arrest is gevoegd, voert de eiser twee middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

Eerste onderdeel

Wanneer de voorwaarden van een uitdrukkelijk ontbindend beding niet zijn vervuld, wordt de overeenkomst niet ontbonden zodat zij, in de regel, effect blijft sorteren, met de zekerheden die de uitvoering ervan waarborgen.

Het bestreden arrest stelt vast dat "artikel II, d, van de algemene voorwaarden van de litigieuze lening bepaalt dat ‘het niet-terugbetaalde saldo van de lening en van de interest' onmiddellijk eisbaar wordt zodra de leningverstrekker een aangetekende brief tot ingebrekestelling heeft gestuurd [onder meer in het geval] van niet-betaling van een van de termijnen van de lening", en dat de verweerster, wegens die wanbetaling, op 3 november 2003, een aangetekende brief heeft gestuurd aan de, intussen overleden, ontlener, voor wie de eiser zich als hoofdelijke borg verbonden had om de verbintenissen na te komen.

Het arrest oordeelt dat de verweerster "het hierboven vermelde vereiste met betrekking tot het versturen van een aangetekende brief aan de ontlener niet is nagekomen", op grond dat laatstgenoemde overleden was toen die brief werd verstuurd en dat de in de brief van 3 november 2003 geëiste bedragen "helemaal niet overeen[stemden] met die welke kunnen voortvloeien uit de toepassing van [voormeld] artikel II,d.".

Het arrest dat de eiser veroordeelt om niet alleen de op 3 november 2003 vervallen maandelijkse schijf te betalen, maar ook die welke sinds die datum zijn vervallen, en aldus oordeelt dat de verweerster de lening niet heeft stopgezet, gelet op het onregelmatige karakter van haar aangetekende brief, schendt de artikelen 1134, 1165 en 1184 van het Burgerlijk Wetboek niet.

De schending van de artikelen 2011, 2013 en 2036 van het Burgerlijk Wetboek en de miskenning van de verbindende kracht en de relatieve werking van de borgstellingsovereenkomst zijn volledig afgeleid uit die ten onrechte aangevoerde grieven.

Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

(...)

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door voorzitter Christian Storck, de raadsheren Sylviane Velu, Martine Regout, Mireille Delange et Michel Lemal, en in openbare terechtzitting van 11 mei 2012 uitgesproken door voorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advocaat-generaal André Henkes, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Geert Jocqué en overgeschreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

Vrije woorden

  • Uitdrukkelijk ontbindend beding

  • Niet-vervulde voorwaarden

  • Ontbinding

  • Uitwerking

  • Zekerheid