- Arrest van 23 mei 2012

23/05/2012 - P.12.0804.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Strafbare poging bestaat, wanneer het voornemen om een misdaad of een wanbedrijf te plegen zich geopenbaard heeft door uitwendige daden die een begin van uitvoering van die misdaad of dat wanbedrijf uitmaken en die alleen ten gevolge van omstandigheden, onafhankelijk van de wil van de dader, zijn gestaakt of hun uitwerking hebben gemist; de appelrechters die alleen vaststellen dat de beklaagde in de voertuigen had ingebroken om er te stelen en, na ze doorzocht te hebben, had geoordeeld dat er niets interessants te vinden was, kunnen daaruit niet naar recht afleiden dat hij vrijwillig van zijn voornemen heeft afgezien.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.0804.F

DE PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE BRUSSEL,

tegen

M. S.-V.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, van 28 maart 2012.

De eiser voert in een verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Pierre Cornelis heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Raymond Loop heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

A. In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de veroordelende beslissing

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

B. In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de beslissing tot vrijspraak van de telastleggingen D.II, E.II en I.II

Het middel dat de schending aanvoert van artikel 51 Strafwetboek, verwijt het arrest dat het de verweerder vrijspreekt van de in de telastleggingen D.II, E.II en I.II bedoelde feiten van poging tot diefstal, zonder naar recht te verantwoorden dat de dader vrijwillig afgezien heeft van zijn voornemen.

Strafbare poging bestaat wanneer het voornemen om een misdaad of een wanbedrijf te plegen zich geopenbaard heeft door uitwendige daden die een begin van uitvoering van die misdaad of dat wanbedrijf uitmaken en die alleen ten gevolge van omstandigheden, onafhankelijk van de wil van de dader, zijn gestaakt of hun uitwerking hebben gemist.

De rechter beoordeelt in feite of de dader al dan niet vrijwillig van zijn voornemen heeft afgezien en het Hof gaat hierbij na of hij uit zijn onaantastbare vaststellingen naar recht het vrijwillig karakter van de afstand van dat voornemen heeft kunnen afleiden.

De appelrechters die alleen vaststellen dat de verweerder, in elk van de bedoelde gevallen, had ingebroken in voertuigen om er te stelen en dat hij, na ze doorzocht te hebben, had geoordeeld dat er niets interressants te vinden was, kunnen daaruit niet naar recht afleiden dat hij vrijwillig van zijn voornemen heeft afgezien.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het de verweerder vrijspreekt van de telastleggingen D.II, E.II en I.II..

Verwerpt het cassatieberoep voor het overige.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest.

Laat de kosten ten laste van de Staat.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Bergen.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare rechtszitting van 23 mei 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Frédéric Close, in aanwezigheid van advocaat-generaal Raymond Loop, met bijstand van griffier Tatiana Fenaux.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Peter Hoet en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

Vrije woorden

  • Vrijwillige afstand