- Arrest van 29 mei 2012

29/05/2012 - P.11.2037.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het bij artikel 6.1 E.V.R.M. gewaarborgde recht op een eerlijke behandeling van de zaak houdt in dat de beslissing op de strafvordering tenminste melding maakt van de voornaamste redenen die de rechter van de schuld of de onschuld van de beklaagde hebben overtuigd en hem ertoe hebben gebracht de telastleggingen bewezen te verklaren; hieruit volgt dat om aan die verdragrechtelijke vereiste te voldoen, de beslissingen met redenen moeten worden omkleed, ook al heeft de beklaagde geen conclusie ingediend (1). (1) Cass. 8 juni 2011, AR P.11.0570.F, AC, 2011, nr. 391.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.2037.N

J P M V,

beklaagde,

eiser,

met als raadsman mr. Geert Ampe, advocaat bij de balie te Brugge.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank te Brugge van 2 november 2011.

De eiser voert in een memorie twee middelen aan.

Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Ambtshalve middel

Geschonden wettelijke bepalingen:

- artikel 6.1 EVRM;

- artikel 149 Grondwet.

1. Het bij artikel 6.1 EVRM gewaarborgde recht op een eerlijke behandeling van de zaak houdt in dat de beslissing op de strafvordering tenminste melding maakt van de voornaamste redenen die de rechter van de schuld of de onschuld van de beklaagde hebben overtuigd en hem ertoe hebben gebracht de telastleggingen bewezen te verklaren.

Hieruit volgt dat om aan die verdragrechtelijke vereiste te voldoen, de beslissingen met redenen moet worden omkleed, ook al heeft de beklaagde geen conclusie ingediend.

2. Het bestreden vonnis oordeelt: "[De rechtbank] oordeelt dat er geen enkele aanleiding bestaat om het vonnis a quo te wijzigen. De eerste rechter oordeelde in alle opzichten terecht." Met betrekking tot eisers schuld oordeelde de eerste rechter: "Overwegende dat de betichtingen A en B lastens [de eiser] bewezen zijn. Overwegende dat in hoofde van [de eiser] voor de betichting A herhaling bestaat. Overwegende dat in hoofde van [de eiser] voor de betichting A verzwaring bestaat."

Aldus stelt het bestreden vonnis noch met eigen redenen noch met de redenen van de eerste rechter waarnaar het verwijst, vast dat de eiser de gegrondheid van de strafvervolging zou hebben erkend. Het preciseert evenmin, zij het op beknopte wijze, de concrete redenen waarom het de veroordeling bevestigt. Aldus is het bestreden vonnis niet regelmatig met redenen omkleed en miskent het eisers recht op een eerlijk proces.

Middelen

3. De middelen kunnen niet leiden tot cassatie zonder verwijzing en behoeven geen antwoord.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden vonnis.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde vonnis.

Laat de kosten ten laste van de Staat.

Verwijst de zaak naar de correctionele rechtbank te Veurne, zetelend in hoger beroep.

Bepaalt de kosten op 70,88 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Paul Maffei, als waarnemend voorzitter, en de raadsheren Luc Van hoogenbemt, Filip Van Volsem, Peter Hoet en Antoine Lievens, en op de openbare rechtszitting van 29 mei 2012 uitgesproken door waarnemend voorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

Vrije woorden

  • Beslissing op de strafvordering

  • Motiveringsplicht

  • Recht op een eerlijk proces