- Arrest van 14 juni 2012

14/06/2012 - C110538N-C110544N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Uit de bedoeling van de wetgever om ook aan de eigenaren van binnenschepen de mogelijkheid te bieden hun aansprakelijkheid te beperken overeenkomstig de regels van het LLMC-verdrag en deze bescherming niet te onthouden voor vorderingen wegens schade door olieverontreiniging, zoals ook blijkt uit het ontbreken van een verwijzing in artikel 273 Zeewet naar het bepaalde in artikel 47 Zeewet, volgt dat de beperking van de aansprakelijkheid van de eigenaren van binnenschepen ter zake van olieverontreiniging eveneens onderworpen is aan de regels van het LLMC-verdrag, voor zover de bedoelde verontreiniging niet valt onder het materiële toepassingsgebied van het CLC-verdrag (1). (1) Zie de concl. van het O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.11.0538.N

1. C. BULK nv, met zetel te 2610 Wilrijk, Sneeuwbeslaan 14,

2. COMPAGNIE BELGE D'AFFRETEMENTS (COBELFRET) nv, met zetel te 2610 Wilrijk, Sneeuwbeslaan 14,

3. DARTLINE nv, met zetel te 2610 Wilrijk, Sneeuwbeslaan 14,

4. DART3 Ltd., vennootschap naar vreemd recht, in vereffening, met zetel te GB-W1F 8FY London (Verenigd Koninkrijk), Wardourstreet 180, The

Quadrangle,

5. TERMINALCO nv, met zetel te 2610 Wilrijk, Sneeuwbeslaan 14,

eiseressen,

vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de eiseressen woonplaats kie-zen,

tegen

SAPPHIRE SHIPPING sa, vennootschap naar Luxemburgs recht, met zetel te 1611 Luxemburg (Groot-Hertogdom Luxemburg), avenue de la Gare 63,

verweerster,

in aanwezigheid van

1. AUTONOOM GEMEENTEBEDRIJF MET RECHTS-PERSOONLIJKHEID HAVEN OOSTENDE, met zetel te 8400 Oostende, Slijkensesteenweg 2,

2. VLAAMS GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, in de persoon van de minister-president, Departement Mobiliteit en Openbare Wer-ken, met kantoor te 1000 Brussel, Koning Albert II-laan 20,

3. DREDGING INTERNATIONAL nv, met zetel te 2070 Zwijndrecht,

Scheldedijk 30,

4. Pierre BOGAERTS, met kantoor te 2020 Antwerpen, Jan van Rijswijck

laan 232, in zijn hoedanigheid van vereffenaar van het beperkingsfonds van het ms SAPPHIRE,

5. BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Binnenland-se Zaken, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 2,

6. BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Klimaat en Energie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 9,

7. BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Landsverde-diging, met kantoor te 1000 Brussel, Lambertmontlaan 8,

8. BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van KMO's, Zelfstandigen, Landbouw en Wetenschapsbeleid, met zetel te 1060 Sint-Gillis, Guldenvlieslaan 87,

partijen opgeroepen tot bindendverklaring van het arrest.

II.

Nr. C.11.0544.N

AUTONOOM GEMEENTEBEDRIJF MET RECHTSPERSOONLIJKHEID HAVEN OOSTENDE, met zetel te 8400 Oostende, Slijkensesteenweg 2,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 149, bus 20, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

SAPPHIRE SHIPPING sa, vennootschap naar Luxemburgs recht, met zetel te 1611 Luxemburg (Groot-Hertogdom Luxemburg), avenue de la Gare 63,

verweerster,

vertegenwoordigd door mr. Paul Lefèbvre, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 480, bus 9, waar de verweerster woonplaats kiest,

in aanwezigheid van

1. Pierre BOGAERTS, met kantoor te 2020 Antwerpen, Jan Van Rijswijck-laan 232, in zijn hoedanigheid van vereffenaar van het beperkingfonds van het ms SAPPHIRE,

2. VLAAMS GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, in de persoon van de minister-president, voor wie optreedt de Vlaamse minister van Mobiliteit en Openbare Werken, met kantoor te 1000 Brussel, Koning Albert II-laan 20,

3. DREDGING INTERNATIONAL nv, met zetel te 2070 Zwijndrecht, Scheldedijk 30,

4. C BULK nv, met zetel te 2610 Wilrijk, Sneeuwbeslaan 14,

5. COMPAGNIE BELGE D'AFFRETEMENTS (COBELFRET) nv, met zetel te 2610 Wilrijk, Sneeuwbeslaan 14,

6. DARTLINE nv, met zetel te 2610 Wilrijk, Sneeuwbeslaan 14,

7. DART3 Ltd., vennootschap naar vreemd recht, met zetel te GB-W1F 8 FY Londen (Verenigd Koninkrijk), Wardourstraat 180, The Quadrangle,

8. TERMINALCO nv, met zetel te 2610 Wilrijk, Sneeuwbeslaan 14,

9. BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Binnenland-se Zaken, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 2,

10. BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Klimaat en Energie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 9,

11. BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Landsverde-diging, met kantoor te 1000 Brussel, Lambermontlaan 8,

12. BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van KMO's, Zelfstandigen, Landbouw en Wetenschapsbeleid, met kantoor te 1060 Sint-Gillis, Guldenvlieslaan 87,

partijen opgeroepen tot bindendverklaring van het arrest.

III.

Nr. C.11.0547.N

1. BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken, met kantoor te 1000 Brussel, Leuvenseweg 1, de minis-ter bevoegd voor Klimaat en Energie, met kantoor te 1210 Brussel, Kunstlaan 7, de minister bevoegd voor Landsverdediging, met kantoor te 1000 Brussel, Lambermontstraat 8, en de minister bevoegd voor Economie, Zelfstandigen en Landbouw, met kantoor te 1200 Brussel, Gulledelle 100,

2. DREDGING INTERNATIONAL nv, met zetel te 2070 Zwijndrecht,

Scheldedijk 30,

eisers,

vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Central Plaza, Loksumstraat 25, waar de eisers woon-plaats kiezen,

tegen

SAPPHIRE SHIPPING, vennootschap naar Luxemburgs recht, met zetel te

L-1611 Luxemburg (Groot-Hertogdom Luxemburg), avenue de la Gare 63,

verweerster,

in aanwezigheid van

1. AUTONOOM GEMEENTEBEDRIJF MET RECHTS-PERSOONLIJKHEID AG - RCA, met zetel te 8400 Oostende, Slij-kensesteenweg 8,

2. VLAAMS GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, in de persoon van de minister-president, met kantoor te 1000 Brussel, Koning

Albert II-laan 20,

3. C BULK nv, met zetel te 2610 Wilrijk, Sneeuwbeslaan 14,

4. COMPAGNIE BELGE D'AFFRÈTEMENTS (COBELFRET) nv, met zetel te 2610 Wilrijk, Sneeuwbeslaan 14,

5. DART LINE nv, met zetel te 2610 Wilrijk, Sneeuwbeslaan 14,

6. DART3 Ltd., vennootschap naar vreemd recht, met zetel te GB-W1F 8 FY Londen (Verenigd Koninkrijk), Wardourstraat 180, The Quadrangle,

7. TERMINALCO nv, met zetel te 2610 Wilrijk, Sneeuwbeslaan 14,

8. Pierre BOGAERTS, in zijn hoedanigheid van vereffenaar van het beper-kingsfonds van het ms SAPPHIRE, reeds vermeld,

partijen opgeroepen tot bindendverklaring van het arrest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te

Antwerpen van 31 januari 2011.

In de zaken C.11.0538.N, C.11.0544.N en C.11.0547.N werd op 14 mei 2012 door advocaat-generaal Guy Dubrulle een schriftelijke conclusie neergelegd.

Afdelingsvoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

In de zaak C.11.0538.N voeren de eiseressen in hun verzoekschrift dat aan dit ar-rest is gehecht, een middel aan.

In de zaak C.11.0544.N voert de eiser in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

In de zaak C.11.0547.N voeren de eisers in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Voeging

1. De cassatieberoepen zijn gericht tegen hetzelfde arrest. De zaken worden gevoegd.

Middel in de zaak C. 11.0538.N

Eerste onderdeel

2. Artikel 47, § 1, van boek II (Titel X) Wetboek van Koophandel (hierna: Zeewet) bepaalt dat onder voorbehoud van het bepaalde in de §§ 2 en 3, de scheepseigenaar zijn aansprakelijkheid kan beperken overeenkomstig de bepa-lingen van het Verdrag betreffende de beperking van de aansprakelijkheid inzake zeevorderingen, opgemaakt te Londen op 19 november 1976 (hierna: LLMC-Verdrag).

Luidens artikel 47, § 2, Zeewet kan de scheepseigenaar zijn aansprakelijkheid voor schade door olieverontreiniging beperken overeenkomstig de bepalingen van het Internationaal Verdrag inzake de burgerlijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 29 november 1969 (hierna: CLC-verdrag), van de wet van 20 juli 1976 houdende goedkeuring en uitvoering van dit Verdrag, en van het Protocol bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 19 november 1976, in zoverre het oliën betreft die omschreven staan in dit Ver-drag.

3. Krachtens artikel 1, § 1, LLMC-verdrag, kunnen scheepseigenaren hun aan-sprakelijkheid beperken voor de in artikel 2 genoemde vorderingen overeenkom-stig de regels van dit Verdrag.

Krachtens artikel 1, § 2, LLMC-verdrag wordt onder scheepseigenaar verstaan de eigenaar, de bevrachter en de beheerder van een zeeschip, alsmede degene in wiens handen de exploitatie van een zeeschip is gelegd.

Luidens artikel 3, aanhef en b), zijn de verdragsbepalingen niet van toepassing op vorderingen ter zake van schade door verontreiniging door olie in de zin van het CLC-Verdrag.

Volgens artikel 15.2 LLMC-verdrag kan een Staat, die Partij is bij dit Verdrag, door middel van uitdrukkelijke bepalingen in zijn nationale wet het stelsel van be-perking van aansprakelijkheid regelen dat moet worden toegepast op schepen, die a. volgens de wet van die Staat schepen zijn welke zijn bestemd voor de vaart op de binnenwateren; b. schepen zijn van een geringere inhoud dan 300 ton.

4. Voor de toepassing van het CLC-verdrag wordt krachtens artikel I, lid 1, van dat verdrag, onder "schip" verstaan: alle zeeschepen en andere zeegaande var-tuigen van welk type ook, gebouwd of aangepast voor het vervoer van olie in bulk als lading. Krachtens artikel II CLC-verdrag is het verdrag uitsluitend van toepas-sing, op schade door verontreiniging veroorzaakt op het gebied, de territoriale zee daaronder begrepen, van een Verdragsluitende Staat en op preventieve maatrege-len, genomen ter voorkoming of ter beperking van zodanige schade.

Het materiële toepassingsgebied van het CLC-verdrag wordt bepaald door de ver-dragsautonome definities van olie, vervuiling, schade en schip.

5. Artikel 273, § 1, aanhef en 1°, Zeewet bepaalt dat, onder voorbehoud van de §§ 2 tot 4, de artikelen 1 tot en met 15, behalve artikel 6, § 5, LLMC-verdrag van toepassing zijn op de binnenvaartuigen. Volgens §2 wordt voor de toepassing van § 1, het begrip schip, waar het voorkomt in de aangeduide artikelen, vervan-gen door "binnenvaartuig".

6. Uit de bedoeling van de wetgever om ook aan de eigenaren van binnensche-pen de mogelijkheid te bieden om hun aansprakelijkheid te beperken overeen-komstig de regels van het LLMC-verdrag en deze bescherming niet te onthouden voor vorderingen wegens schade door olieverontreiniging, zoals ook blijkt uit het ontbreken van een verwijzing in artikel 273 Zeewet naar het bepaalde in artikel 47 Zeewet, volgt dat de beperking van de aansprakelijkheid van de eigenaren van binnenschepen ter zake van olieverontreiniging eveneens onderworpen is aan de regels van het LLMC-verdrag, voor zover de bedoelde verontreiniging niet valt onder het materiële toepassingsgebied van het CLC-verdrag.

7. De appelrechters, die oordelen dat de olieverontreiniging veroorzaakt door het ms. SAPPHIRE onder de toepassing van het LLMC-verdrag valt op grond van de vaststelling dat dit schip een binnenschip is en geen zeeschip in de zin van het LLMC-verdrag, doch zonder te hebben nagegaan of bedoeld schip geen zee-schip of zeegaand vaartuig, van welk type ook, in de zin van het CLC-verdrag is, verantwoorden hun beslissing niet naar recht.

Het onderdeel is in zoverre gegrond.

Overige grieven

8. De overige grieven kunnen niet tot een ruimere cassatie leiden.

Middel in de zaak C.11.0544.N

Tweede onderdeel

9. Uit het antwoord op het eerste onderdeel in de zaak C.11.0538.N volgt dat het onderdeel gegrond is.

Overige grieven

10. De overige grieven kunnen niet tot ruimere cassatie leiden.

Middel in de zaak C.11.0547.N

Eerste onderdeel

11. Uit het antwoord op het eerste onderdeel in de zaak C.11.0538.N volgt dat het onderdeel gegrond is.

Overige grieven

12. De overige grieven kunnen niet tot ruimere cassatie leiden.

Dictum

Het Hof,

Voegt de zaken C.11.0538.N, C.11.0544.N en C.11.0547.N.

Vernietigt het bestreden arrest, behalve in zoverre dit het hoger beroep en de ver-zetten tegen het bevel van 11 december 2007, respectievelijk de beschikking van 14 december 2007 van de voorzitter van de rechtbank van koophandel te Antwer-pen toelaatbaar verklaart.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing hieromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Eric Stassijns, Beatrijs Deconinck, Alain Smetryns en Koen Mestdagh, en op de open-bare rechtszitting van 14 juni 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Di-rix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guy Dubrulle, met bijstand van grif-fier Frank Adriaensen.

Vrije woorden

  • Schade door olieverontreiniging

  • Vordering

  • Aansprakelijkheid

  • Beperking

  • Binnenschepen

  • LLMC-verdrag

  • CLC-verdrag

  • Toepasselijkheid