- Arrest van 15 juni 2012

15/06/2012 - C.11.0682.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Hoewel de rechter krachtens artikel 962, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, mag weigeren om een deskundigenonderzoek te bevelen wanneer de eiser zijn vordering tot deskundigenonderzoek op geen enkel gegeven grondt dat de tot staving van zijn vordering aangevoerde feiten aannemelijk kan maken, kan hij evenwel niet alle deskundigenonderzoeken of onderzoeksmaatregelen weigeren als een dergelijk gegeven voorhanden is, daar hij in dat geval het recht van de eiser om het bewijs te leveren van de door hem aangevoerde feiten miskent (1). (1) Zie Cass. 17 november 1988, AC 1988-89, nr. 160; Cass. 28 juni 2004, AR S.03.0120.F, AC 2004, nr. 365 en 11 mei 2009, AC 2009, AR S.08.0143.F, nr. 311.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.11.0682.F

1. G. C. en

2. J. W.

Mr. Jacqueline Oosterbosch, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

L. S.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van 1 maart 2011 van het hof van be-roep te Luik.

Advocaat-generaal André Henkes heeft op 22 mei 2012 een conclusie neergelegd ter griffie.

Afdelingsvoorzitter Albert Fettweis heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal André Henkes heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

(...)

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste onderdeel

Krachtens artikel 962, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek, kan de rechter, ter oplos-sing van een voor hem gebracht geschil of ingeval een geschil werkelijk en dade-lijk dreigt te ontstaan, deskundigen gelasten vaststellingen te doen of een tech-nisch advies te geven.

Hoewel de rechter, krachtens die bepaling, mag weigeren om een deskundigenon-derzoek te bevelen wanneer de eiser zijn vordering tot deskundigenonderzoek op geen enkel gegeven grondt dat de tot staving van zijn vordering aangevoerde fei-ten aannemelijk kan maken, kan hij evenwel niet alle deskundigenonderzoeken of onderzoeksmaatregelen weigeren als een dergelijk gegeven voorhanden is, daar hij in dat geval het recht van de eiser miskent om het bewijs te leveren van de feiten die hij aanvoert.

Het arrest wijst erop dat de vaststellingen van het tweede verslag van de architect van de eisers "een vochtprobleem betreffen, daar zij betrekking hebben op het af-voerstelsel voor het regenwater van de gebouwen die grenzen aan de voorkant van het huis van de [eisers] (geen afwerking, ontbrekende zinken solins, afgevallen dakpannen, onafgewerkte dakgoten...), op de staat van de onafgewerkte dakgoot aan de linkerkant van de binnenplaats die, zonder afvoerpijp, schuin afloopt naar het metselwerk van de voorgevel, op de helling van de dakgoot onderaan het pannendak aan de rechterkant van de binnenkoer, waardoor er water blijft staan dat infiltreert en een vochtprobleem in het scheidingsmetselwerk veroorzaakt". Het arrest weigert vervolgens om een gerechtelijk deskundigenonderzoek of enige an-dere alternatieve onderzoeksmaatregel te bevelen, op grond dat de eisers "geen enkele foto of reparatiebestek neerleggen waaruit zou blijken welke schade hun pand [door de infiltratie] heeft geleden" en dat "de vaststellingen van hun architect niet volstaan om de gevorderde onderzoeksmaatregel te rechtvaardigen, die de afwikkeling van het reeds lang aanslepende geschil zal vertragen en de proces-kosten zal verhogen".

Het arrest dat om die redenen beslist dat "de vordering van [de eisers], waarvan niet is aangetoond dat ze gegrond is, verworpen moet worden", miskent het recht van de eisers om het bewijs te leveren van de feiten die zij aanvoeren tot staving van hun vordering tot vergoeding van de schade aan hun pand, die veroorzaakt is door waterinfiltratie vanuit het naburige pand van de verweerder.

Het onderdeel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Bergen.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door afde-lingsvoorzitter Albert Fettweis, de raadsheren Didier Batselé, Martine Regout, Mireille Delange en Michel Lemal, en in openbare terechtzitting van 15 juni 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, in aanwezigheid van advo-caat-generaal André Henkes, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Beatrijs Deconinck en over-geschreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Burgerlijke zaken

  • Vordering tot deskundigenonderzoek

  • Rechter

  • Beoordelingsbevoegdheid

  • Weigering