- Arrest van 28 juni 2012

28/06/2012 - C.11.0744.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De veroordeling om iets te doen, waaraan voor het geval aan die hoofdveroordeling niet wordt voldaan, de verbeurte van een dwangsom wordt gekoppeld, moet voldoende nauwkeurig moet worden geformuleerd; wanneer de dwangsomrechter aldus de uitvoering van maatregelen volgens bepaalde modaliteiten gelast, dient hij de hierbij in acht te nemen richtlijnen desgevallend zelf te preciseren.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.11.0744.N

FISCRO bvba, met zetel te 9220 Hamme (Moerzeke), Bootdijkstraat 68D,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Central Plaza, Loksumstraat 25, waar de eiseres woon-plaats kiest,

tegen

1. BUSINESS & TAX CONSULTANTS bvba, met zetel te 1730 Asse, Kalk-oven 50/A,

2. IDEKO CONSULT bvba, met zetel te 1000 Brussel, Oude Graanmarkt 17, lokaal 1.2,

verweersters,

vertegenwoordigd door mr. Michel Mahieu, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Watermaal-Bosvoorde, Vorstlaan 36, waar de verweersters woonplaats kiezen.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 27 juni 2011.

Afdelingsvoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Krachtens artikel 1385bis Gerechtelijk Wetboek, kan de rechter op vorde-ring van een der partijen de wederpartij veroordelen tot betaling van een geldsom, dwangsom genaamd, voor het geval dat aan de hoofdveroordeling niet wordt vol-daan, onverminderd het recht op schadevergoeding indien daartoe gronden zijn.

Krachtens artikel 1385quater van hetzelfde wetboek, komt de dwangsom, een-maal verbeurd, ten volle toe aan de partij die de veroordeling heeft verkregen en kan deze partij de dwangsom ten uitvoer leggen krachtens de titel waarbij zij is vastgesteld.

2. Uit deze bepalingen volgt dat de veroordeling om iets te doen, waaraan voor het geval aan die hoofdveroordeling niet wordt voldaan, de verbeurte van een dwangsom wordt gekoppeld, voldoende nauwkeurig moet worden geformuleerd. Wanneer de dwangsomrechter aldus de uitvoering van maatregelen volgens be-paalde modaliteiten gelast, hij de hierbij in acht te nemen richtlijnen desgevallend zelf dient te preciseren.

3. De appelrechters die oordelen dat de omschrijving van "alle vennootschaps-documenten - en boeken" en van "alle nuttige documenten en stukken met het oog op de uitoefening van de onderzoeksbevoegdheden van (de eiseres)" te vaag zijn omdat deze noch de verweersters noch de beslagrechter toelaten na te gaan of de opgelegde verplichtingen werden nageleefd, deze het doel en strekking van het vonnis van de dwangsomrechter ver te buiten gaan en bovendien de verweersters blootstellen aan mogelijke willekeur van de eiseres en op die gronden beslissen dat de dwangsom niet kon worden verbeurd, verantwoorden hun beslissing naar recht.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres in de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiseres op 724,87 euro en voor de verweersters op 313,36 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Eric Dirix, en de raadsheren Eric Stassijns, Beatrijs Deconinck en Koen

Mestdagh, en in openbare rechtszitting van 28 juni 2012 uitgesproken door afde-lingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bijstand van griffier Johan Pafenols.

Vrije woorden

  • Veroordeling om iets te doen

  • Formulering

  • Vereiste

  • Taak van de rechter