- Arrest van 10 juli 2012

10/07/2012 - P.12.1160.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Uit de artikelen 11, eerste lid, en 31, eerste en tweede lid, Taalwet Gerechtszaken volgt niet dat bij de bespreking in een proces-verbaal van een op het internet geplaatst filmpje, dat als overtuigingsstuk wordt neergelegd, de in dat filmpje in een vreemde taal voorkomende gezegdes moeten worden vertaald door een beëdigd vertaler.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.1160.N

F.B.,

inverdenkinggestelde, aangehouden,

eiser,

met als raadslieden mr. Walter Damen, advocaat bij de balie te Antwerpen, en mr. Sven Mary, advocaat bij de balie te Brussel.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwer-pen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 26 juni 2012.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal met opdracht Michel Palumbo heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

Eerste onderdeel

1. Het onderdeel voert miskenning van de bewijskracht van een akte aan, afge-leid uit de artikelen 1319, 1320 en 1322 Burgerlijk Wetboek: met het oordeel dat de ernstige aanwijzingen van schuld niet onregelmatig zijn bekomen door de en-kele omstandigheid dat de uitgeschreven tekst van het you tube-filmpje niet werd vertaald door een beëdigde vertaler, miskent het arrest de bewijskracht van het aanvankelijk proces-verbaal; aangezien het aanvankelijk proces-verbaal enkel een vertaling in het Nederlands bevat, werd de tekst van de gezegdes in het filmpje niet uitgeschreven en vertaald; aldus geeft het arrest aan het aanvankelijk proces-verbaal een uitlegging die niet overeenstemt met de inhoud ervan.

2. Met de zinsnede "dat de uitgeschreven tekst van het kwestieuze you tube filmpje werd vertaald zonder een beëdigde vertaler", geven de appelrechters te kennen dat de vertaling van het filmpje, zoals die werd uitgeschreven, gebeurde door een niet-beëdigde vertaler en geven zij een uitlegging die met de bewoordin-gen van de akte niet onverenigbaar is.

Het onderdeel mist feitelijke grondslag.

Tweede onderdeel

3. Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 11, eerste lid, en 31, tweede lid, Taalwet Gerechtszaken en miskenning van de motiveringsverplichting zoals voorgeschreven door de artikelen 16, § 5, 21, §§ 1 en 4, en 30, § 4, Voorlo-pige Hechteniswet: het arrest oordeelt ten onrechte dat de ernstige aanwijzingen van schuld niet onregelmatig zijn verkregen door de enkele omstandigheid dat de uitgeschreven tekst van het you tube-filmpje niet werd vertaald door een beëdigde vertaler; de verbalisanten moeten gezegdes in een vreemde taal hetzij opnemen in die vreemde taal hetzij de inhoud ervan bij wijze van inlichting zakelijk weerge-ven; dat geldt niet enkel bij het opnemen van een verhoor, maar ook voor andere gezegdes waarvan de verbalisanten buiten de context van een verhoor, kennis ne-men; het arrest kon dan ook niet oordelen dat de door een niet-beëdigde vertaling verkregen ernstige aanwijzingen van schuld niet onregelmatig zijn verkregen.

4. Artikel 11, eerste lid, Taalwet Gerechtszaken bepaalt dat de processen-verbaal betreffende de opsporing en de vaststelling van misdaden, wanbedrijven en overtredingen in het Nederlands taalgebied in het Nederlands worden gesteld.

Artikel 31, eerste lid, Taalwet Gerechtszaken bepaalt dat in al de ondervragingen van het opsporingsonderzoek en van het gerechtelijk onderzoek, de partijen die persoonlijk verschijnen de taal van hun keuze gebruiken voor al hun mondelinge verklaringen. Volgens het tweede lid van die bepaling doen de agenten die met het opsporingsonderzoek zijn belast, het parket en de onderzoeksrechter een beroep op de medewerking van een beëdigd tolk indien zij de door de partijen gebruikte taal niet kennen.

Uit deze bepalingen volgt niet dat bij de bespreking in een proces-verbaal van een op het internet geplaatst filmpje, dat als overtuigingstuk wordt neergelegd, de in dat filmpje in een vreemde taal voorkomende gezegdes moeten worden vertaald door een beëdigd vertaler.

Het onderdeel dat schending van die bepalingen aanvoert, faalt in zoverre naar recht.

5. De appelrechters konden dan ook wettig oordelen dat de ernstige aanwijzin-gen van schuld niet onregelmatig zijn verkregen door de enkele omstandigheid dat de uitgeschreven tekst van het you tube-filmpje niet werd vertaald door een be-edigde vertaler.

Het onderdeel kan in zoverre niet worden aangenomen.

Derde onderdeel

6. Het onderdeel voert tegenstrijdigheid aan in de motivering en derhalve miskenning van de in de artikelen 16, § 5, 21, §§ 1 en 4, en 30, § 4, Voorlopige Hechteniswet opgenomen motiveringsverplichting: het arrest is tegenstrijdig door enerzijds het oordeel van de eerste rechter te hernemen dat een beëdigde vertaling niet noodzakelijk is en anderzijds te oordelen dat aan het strafdossier inmiddels de vereiste beëdigde vertalingen werden toegevoegd.

7. Het arrest neemt enkel de redenen over van de beroepen beschikking waar die oordeelt dat het in de huidige stand van de procedure niet noodzakelijk is dat alle anderstalige stukken reeds werden vertaald in het Nederlands. De aangevoer-de tegenstrijdigheid bestaat bijgevolg niet.

Het onderdeel mist feitelijke grondslag.

Vierde onderdeel

8. Het onderdeel voert schending aan van artikel 40 Taalwet Gerechtszaken: het arrest oordeelt ten onrechte dat er geen stukken behept zijn met een onregel-matigheid omdat waar nodig in beëdigde vertaling is voorzien en de vereiste be-edigde vertalingen van het filmpje inmiddels aan het dossier zijn toegevoegd; de door artikel 40 Taalwet Gerechtszaken bepaalde nietigheid kan niet worden gere-gulariseerd of ongedaan gemaakt door het a posteriori uitvoeren van een beëdigde vertaling.

9. Het onderdeel is geheel afgeleid uit de tevergeefs met het tweede onderdeel aangevoerde wetsschending.

Het onderdeel is niet ontvankelijk.

Vijfde onderdeel

10. Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 11 en 30 [lees 31] Taal-wet Gerechtszaken: spijts de vaststelling dat enkele Arabische woorden niet zijn vertaald, oordeelt het arrest ten onrechte dat er geen sprake is van een onregelma-tigheid door een gebrek aan beëdigde vertaling en dat in huidige stand van de pro-cedure die vertaling nog niet noodzakelijk is; een beëdigde vertaling dient volledig te zijn en indien dit niet het geval is, dienen de niet-vertaalde gezegdes zonder vertaling te worden weergegeven.

11. Het onderdeel is geheel afgeleid uit de tevergeefs met het tweede onderdeel aangevoerde wetsschending.

Het onderdeel is niet ontvankelijk.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing

12. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Bepaalt de kosten op 54,78 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, vakantiekamer, sa-mengesteld uit afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, als voorzitter, afdelings-voorzitter Eric Dirix, en de raadsheren Geert Jocqué, Mireille Delange en Filip Van Volsem, en op de openbare rechtszitting van 10 juli 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Michel Palumbo, met bijstand van griffier Johan Pafenols.

Vrije woorden

  • Op internet geplaatst filmpje

  • Overtuigingsstuk

  • Gezegdes in een vreemde taal

  • Bespreking in een proces-verbaal