- Arrest van 4 september 2012

04/09/2012 - P.11.1906.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

De omstandigheid dat de procureur des Konings zijn door artikel 46bis Wetboek van Strafvordering bedoelde schriftelijke vordering, waarbij de medewerking wordt gevorderd van een buiten het Belgisch grondgebied gevestigde operator van een elektronisch communicatienetwerk of van de verstrekker van een elektronische communicatiedienst, verstuurt vanuit België aan een in het buitenland gelegen adres maakt die vordering niet ongeldig (1). (1) Cass. 18 jan. 2011, AR P.10.1347.N, AC 2011, nr. 52 met concl. eerste adv.-gen. De Swaef.


Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.1906.N

PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE BRUSSEL,

eiser,

tegen

YAHOO ! Inc, met zetel te CA 94089 Sunnyvale (Verenigde Staten van Ameri-ka), First Avenue 701,

beklaagde,

verweerster,

met als raadslieden mr. Jan Dhont en mr. Bertold Theeuwes, advocaten bij de ba-lie te Brussel.

I. RECHTSPLEGING VOOR VAN HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, van 12 oktober 2011, gewezen op verwijzing na arrest van het Hof van 18 januari 2011.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, vier middelen aan.

Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Tweede middel

Eerste onderdeel

1. Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 1319, 1320 en 1322 Burgerlijk Wetboek en artikel 46bis Wetboek van Strafvordering: de appelrechters oordelen ten onrechte dat geen bewijs voorligt van een geldige door de procureur des Konings aan de verweerster gerichte vordering in de zin van artikel 46bis Wetboek van Strafvordering; uit de bewijskrachtige akten waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt het tegendeel; de procureur des Konings heeft wel degelijk op het Belgisch grondgebied rechtsgeldig een vordering genomen en die vanop het Belgisch grondgebied gericht aan een entiteit aan wie een dergelijke vordering mocht worden gericht.

2. Artikel 46bis, § 1, eerste lid, Wetboek van Strafvordering bepaalt dat de procureur des Konings bij het opsporen van misdaden en wanbedrijven bij een gemotiveerde en schriftelijke beslissing de medewerking kan vorderen van de operator van een elektronisch communicatienetwerk of van de verstrekker van een elektronische communcatiedienst teneinde de in die bepaling vermelde gegevens te verkrijgen.

Artikel 46bis, § 2, eerste lid, Wetboek van Strafvordering bepaalt dat iedere ope-rator van een elektronisch communicatienetwerk en iedere verstrekker van een elektronische communicatiedienst van wie wordt gevorderd de in paragraaf 1 be-doelde gegevens mede te delen, deze verstrekt aan de procureur des Konings.

Volgens artikel 46bis, § 2, vierde lid, Wetboek van Strafvordering wordt de wei-gering de gegevens mee te delen gestraft met een geldboete van 26 tot 10.000 eu-ro.

3. De omstandigheid dat de procureur des Konings zijn door artikel 46bis Wetboek van Strafvordering bedoelde schriftelijke vordering, waarbij de mede-werking wordt gevorderd van een buiten het Belgisch grondgebied gevestigde operator van een elektronisch communicatienetwerk of van de verstrekker van een elektronische communicatiedienst, verstuurt vanuit België aan een in het buiten-land gelegen adres, maakt die vordering niet ongeldig.

4. Het arrest oordeelt dat:

- de Belgische overheid haar soevereine macht in beginsel uitoefent op en binnen het Belgisch grondgebied;

- het openbaar ministerie principieel geen rechtsmacht heeft om ambtsverrich-tingen uit te oefenen en met name daden van opsporing te verrichten of te ge-lasten buiten het Belgische grondgebied;

- er geen bewijs voorligt van een geldig door de procureur des Konings binnen het Belgisch grondgebied aan de verweerster gerichte vordering tot mededeling van de gegevens in de zin van artikel 46bis, § 2, Wetboek van Strafvordering;

- daartoe het enkele gegeven niet volstaat dat het technisch mogelijk is, onder meer ook voor de procureur des Konings, om de verweerster vanop het Bel-gisch grondgebied te bereiken bij wege van elektronische of andere communi-catiemiddelen.

Met die redenen oordeelt het arrest dat de verweerster geen inbreuk heeft ge-pleegd op artikel 46bis, § 2, Wetboek van Strafvordering. Aldus is de beslissing niet naar recht verantwoord.

Het onderdeel is in zoverre gegrond.

Overige grieven

5. De overige grieven, die niet kunnen leiden tot cassatie zonder verwijzing, behoeven geen antwoord.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest.

Laat de kosten ten laste van de Staat.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen.

Bepaalt de kosten op 275,67 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, en de raadsheren Luc Van hoogenbemt, Filip Van Volsem, Antoine Lievens en Erwin Francis, en op de openbare rechtszitting van 4 september 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzit-ter Paul Maffei, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

Vrije woorden

  • Operator van een elektronisch communicatienetwerk of verstrekker van een elektronische communicatiedienst

  • In het buitenland gevestigde operator of verstrekker

  • Vordering tot medewerking

  • Vordering verstuurd aan een in het buitenland gelegen adres

  • Geldigheid