- Arrest van 13 september 2012

13/09/2012 - C.10.0226.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Bewaarder van een zaak is degene die voor eigen rekening ervan gebruik maakt, het genot ervan heeft of ze onder zich houdt, met recht van toezicht, leiding en controle (1). (1) Cass. 9 dec. 2011, AR C.11.0015.F, juridat. Het Hof heeft het begrip 'bewaring' getoetst in het geval van een minderjarig kind dat per vergissing de handrem had losgemaakt van een voertuig waarin het, buiten medeweten van de eigenaar, was binnengedrongen. In zijn conclusie beschouwde het O.M. dat de bewaarder degene is die op zelfstandige wijze over de zaak beschikt. Zo zal degene die het recht heeft om instructies te geven over het gebruik dat van de zaak gemaakt moet worden, als bewaarder beschouwd worden. Dat recht hoeft niet noodzakelijkerwijs daadwerkelijk te worden uitgeoefend op het ogenblik dat de schade zich voordoet: de bewaarder moest op dat ogenblik enkel leiding kunnen blijven voeren over het gebruik dat van de zaak gemaakt moest worden en hij moest dus de leiding over de zaak behouden hebben. Intellectuele leiding vereist het recht om bevel te voeren over de zaak; dat recht kan ook uitgeoefend worden wanneer de titularis de zaak niet daadwerkelijk in zijn bezit heeft; het gaat om een intellectuele leiding over de zaak waardoor zij 'gecontroleerd' kan worden. Hoewel bewaring, die gedefinieerd wordt als het recht van leiding en controle op de zaak, niet in verband wordt gebracht met het onderscheidingsvermogen, veronderstelt zij niettemin het verstandelijke vermogen om op zelfstandige wijze over de zaak te beschikken (Dubuisson, La garde de la chose... pour des prunes, R.C.J.B., 2006, p. 23-24). De Franse rechtsleer heeft het begrip 'minderjarige bewaarder' aanvaard, op grond dat ouderlijk gezag niet verhindert dat de minderjarige leiding en controle heeft over de zaken die hij gebruikt. Het Franse Hof van Cassatie heeft voor die oplossing gekozen in een arrest van 14 maart 1963, door te oordelen dat het hof van beroep terecht had beslist dat een oudere tiener de bewaarder van zijn bromfiets was (Rev.trim.dr. civ., 1964, p. 117). In de Franse rechtspraak wordt de bewaring van de zaak doorgaans toegekend aan de personen die voor het kind verantwoordelijk zijn, op grond dat zij het recht van leiding en controle over de zaak hebben behouden. Zo kan een minderjarig kind van 12 jaar dat zonder begeleiding met de fiets rijdt gerust als de bewaarder van de zaak beschouwd worden, maar hetzelfde geldt niet voor een kind van vier jaar dat onder toezicht van zijn ouders met de fiets leert rijden. In diezelfde zin is een kind dat twee dozen lucifers bemachtigt buiten medeweten van zijn moeder, niet de bewaarder van die doosjes. Slechts één keer, in een arrest van 13 juni 1967 van het hof van beroep te Luik (R.G.A.R., 1968, nr. 8011), schijnt het probleem van het kind als bewaarder van de zaak te zijn gerezen. Toen heeft het hof beslist dat het kind niet de bewaarder van de zaak kon zijn, aangezien het kind het genot van het racket slechts tijdelijk heeft gehad, met name tijdens het spel, en dat de appellant de bewaring niet had overgedragen. De zaak kan trouwens nooit op een dergelijke wijze aan een minderjarige worden overgedragen (Meinertzhagen-Limpens, Subordination et conjugaison verticale en matière de responsabilité quasi délictuelle, R.C.J.B., 1985, p. 223-224).

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.10.0226.F

GENERALI BELGIUM nv,

Mr. John Kirkpatrick, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

1. D. M.,

Mr. Jacqueline Oosterbosch, advocaat bij het Hof van Cassatie,

2. C. P.,

in tegenwoordigheid van

C. M.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis, dat op 26 oktober 2009 door de rechtbank van eerste aanleg te Luik in hoger beroep is gewezen.

Raadsheer Sylviane Velu heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Thierry Werquin heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiseres voert twee middelen aan.

(...)

Tweede middel (subsidiair)

Geschonden wettelijke bepalingen

- artikel 1384, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek;

- algemeen rechtsbeginsel, beschikkingsbeginsel genaamd, krachtens hetwelk de rechter ambtshalve geen betwisting mag opwerpen die geen verband houdt met de openbare orde en waarvan de partijen in hun conclusie het bestaan hebben uitgesloten.

Aangevochten beslissingen

Het bestreden vonnis stelt de volgende feiten vast: 1. de verweerder heeft bij de eiseres een verzekering burgerrechtelijke aansprakelijkheid buiten overeenkomst "privéleven" gesloten; luidens die polis zijn de minderjarige kinderen van de verzekeringnemer die niet bij hem inwonen, gedurende de tijd dat zij onder zijn bewaring staan bijkomend verzekerd; artikel A.7 van de algemene voorwaarden van de polis "vermeldt de uitgesloten schadegevallen die niet gedekt zijn; daaronder valt ook de schade aan roerende of onroerende goederen en aan dieren die de verzekerde onder zijn bewaking heeft"; 2. op 17 september 2006 bracht de verweerder, samen met zijn zoon G., een jongen van 16 jaar die niet bij hem inwoonde, een bezoek aan de verweerster, die een Ferrari cabrio bezat; dit voertuig werd teruggevonden in een gracht, lager gelegen dan de plaats waar de ver-weerster het had geparkeerd; volgens de verweerster en de ouders van G., zou laatstgenoemde de handrem bij vergissing hebben losgemaakt; 3. de verweerster stelde tegen de ouders van G. en tegen de eiseres een vordering tot vergoeding van haar schade in; de verweerder stelde tegen de eiseres een vordering tot vrijwaring in; laatstgenoemde stelde tegen de moeder van G., hier tot bindendverklaring van het arrest opgeroepen partij, een vordering tot vrijwaring in tot beloop van de helft van de mogelijke veroordelingen.

Het bestreden vonnis beslist vervolgens dat, "om uit te maken of de verzekerde een roerend goed onder zijn bewaring heeft" in de zin van artikel A.7 van de algemene voorwaarden van de door de verweerder ondertekende polis, "verwezen moet worden naar het begrip ‘bewaring' zoals het voortvloeit uit artikel 1384, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek", en erkent dat de eiseres aan de verweerster alle excepties mag tegenwerpen die zij aan de verweerder, haar verzekerde, kan tegenwerpen,

en beslist dat de eiseres de verweerder dekking moet verlenen; veroordeelt de eiseres, in solidum met de verweerder en de tot bindendverklaring van het arrest opgeroepen partij, tot betaling, aan de verweerster, van het bedrag van 26.900,90 euro, vermeerderd met de interest en de kosten; veroordeelt de eiseres in de kosten van de verweerder.

Die beslissing is gegrond op de volgende redenen:

"Bewaarder van een zaak is degene die voor eigen rekening ervan gebruik maakt, het genot ervan heeft of ze onder zich houdt, met recht van toezicht, leiding en controle [...]. De enige omstandigheid dat de zaak, op het ogenblik van het schadelijke feit, in het bezit van de schadeverwekker was of door hem gebruikt werd, volstaat niet om hem als bewaarder van die zaak te beschouwen. Er moet sprake zijn van intellectuele leiding over de zaak, waardoor hij de werking en het gebruik ervan heeft kunnen beheersen, al was het maar op een abstracte manier, en zelfs zonder dat hij de zaak daadwerkelijk in zijn bezit had [...]. Dit is te dezen niet het geval. Het enkele feit dat G., zoals zijn ouders en de verweerster aanvoeren, zonder met goed gevolg te worden tegengesproken, de handrem heeft losgemaakt, maakt van hem niet de bewaarder van het voertuig. Aangezien G. de Ferrari op het ogenblik van het schadegeval niet in bewaring had, kan de eiseres niet worden gevolgd in haar argument dat zij, met toepassing van artikel A.7, geen dekking hoeft te verlenen".

Grieven

Eerste onderdeel

Bewaarder van een zaak, in de zin van artikel 1384, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek, is degene die voor eigen rekening ervan gebruik maakt, het genot ervan heeft of ze onder zich houdt, met recht van toezicht, leiding en controle. Het ontlenen van een zaak buiten medeweten en tegen de wil van de eigenaar van die zaak leidt tot overdracht van de bewaring van die zaak. De eigenaar van een zaak die buiten zijn medeweten en tegen zijn wil wordt ontleend, is immers niet meer in staat zijn recht van toezicht, leiding en controle over die zaak uit te oefenen. Dat recht wordt de facto door de ontlener uitgeoefend, ook al maakt hij slechts beperkt gebruik van de zaak.

Te dezen hebben alle partijen erkend dat G. buiten medeweten en tegen de wil van de verweerster in haar voertuig heeft plaatsgenomen, dat hij de handrem heeft losgemaakt zodat het voertuig, zoals het bestreden vonnis vaststelt, in een gracht is terechtgekomen, lager dan waar de verweerster het had geparkeerd. Uit geen enkele reden van het bestreden vonnis blijkt dat G. de toestemming van de verweerster zou hebben gekregen om in het voertuig plaats te nemen en dat hij dit niet buiten haar medeweten zou hebben gedaan.

Het bestreden vonnis, dat niettemin beslist dat G. niet de bewaarder van het voertuig was in de zin van artikel 1384, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek, omdat hij alleen de handrem had losgemaakt en bijgevolg niet "de intellectuele leiding over de zaak had, waardoor hij de werking en het gebruik ervan heeft kunnen beheersen", en dat daarom beslist dat de eiseres niet kan weigeren haar dekking te verlenen, zoals bepaald in artikel A.7 van de algemene voorwaarden van de polis die de verweerder heeft ondertekend voor de schade aan de roerende goederen die een verzekerde onder zijn bewaring heeft, het bestreden vonnis miskent het begrip bewaring van een zaak in de zin van artikel 1384, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek, en schendt bijgevolg die wetsbepaling.

(...)

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

(...)

Tweede middel

(...)

Eerste onderdeel

Bewaarder van een zaak, in de zin van artikel 1384, eerste lid, Burgerlijk Wet-boek, is degene die voor eigen rekening ervan gebruik maakt, het genot ervan heeft of ze onder zich houdt, met recht van toezicht, leiding en controle.

Het bestreden vonnis, dat vermeldt dat "De enige omstandigheid dat de zaak, op het ogenblik van het schadelijke feit, in het bezit van de schadeverwekker was of door hem gebruikt werd, volstaat niet om hem als bewaarder van die zaak te be-schouwen. Er moet sprake zijn van intellectuele leiding over de zaak, waardoor hij de werking en het gebruik ervan heeft kunnen beheersen, al was het maar op een abstracte manier, en zelfs zonder dat hij de zaak daadwerkelijk in zijn bezit had [...]. Dit is te dezen niet het geval", daar G. alleen per vergissing de handrem had losgemaakt van verweersters voertuig, waarin hij zonder medeweten van laatstge-noemde en zonder haar toestemming was binnengedrongen.

Het bestreden vonnis heeft op grond van die vaststelling naar recht kunnen beslis-sen dat de bewaring van het voertuig, op het ogenblik dat de schade zich heeft voorgedaan, niet was overgedragen aan G.

Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

Dictum

Het Hof

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door voor-zitter Christian Storck, raadsheer Didier Batselé, afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, de raadsheren Sylviane Velu en Michel Lemal, en in openbare terecht-zitting van 13 september 2012 uitgesproken door voorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Thierry Werquin, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Geert Jocqué en overge-schreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Minderjarig kind

  • Bewaarder