- Arrest van 18 september 2012

18/09/2012 - P.12.0389.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Wanneer de rechter in hoger beroep voor de feiten die hij bewezen verklaart, dezelfde straf uitspreekt als deze opgelegd door de eerste rechter, ook al oordeelt hij dat een verzwarende omstandigheid die de eerste rechter bewezen verklaard heeft, niet bewezen is, dan spreekt hij geen zwaardere straf uit zodat geen eenstemmigheid is vereist (1). (1) Zie: Cass. 4 jan. 2011, AR P.10.1411.N, AC 2011, nr. 4.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.0389.N

R. M.,

beklaagde,

eiser,

met als raadsman mr. Luk Delbrouck, advocaat bij de balie te Hasselt,

tegen

F. S.,

burgerlijke partij,

eiser.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, van 1 februari 2012.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Afdelingsvoorzitter Paul Maffei heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Ontvankelijkheid van het cassatieberoep

1. Wat betreft de burgerlijke rechtsvordering, beveelt het arrest de heropening van het debat en stelt het de behandeling van de zaak onbepaald uit. Dit is geen eindbeslissing noch een uitspraak als bedoeld in artikel 416, tweede lid, Wetboek van Strafvordering.

In zoverre ook tegen die beslissing gericht, is het cassatieberoep voorbarig, mits-dien niet ontvankelijk.

Middel

2. Het middel voert schending aan van artikel 211bis Wetboek van Strafvorde-ring: het arrest spreekt dezelfde straf uit als deze opgelegd door het beroepen von-nis, maar spreekt de eiser vrij voor de verzwarende omstandigheid dat het misdrijf gepleegd werd ten aanzien van een minderjarige; het arrest is evenwel niet met eenparigheid gewezen.

3. Artikel 211bis Wetboek van Strafvordering bepaalt onder meer dat een-stemmigheid vereist is voor het gerecht in hoger beroep om de tegen de beklaagde uitgesproken straffen te verzwaren.

4. Wanneer de rechter in hoger beroep voor de feiten die hij bewezen verklaart, dezelfde straf uitspreekt als deze opgelegd door de eerste rechter, ook al oordeelt hij dat een verzwarende omstandigheid die de eerste rechter bewezen verklaard heeft, niet bewezen is, dan spreekt hij geen zwaardere straf uit.

Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht.

Ambtshalve onderzoek

5. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Onmiddellijke aanhouding

6. Gelet op de verwerping van het cassatieberoep, heeft het arrest kracht van gewijsde. Hieruit volgt dat in zoverre ingesteld tegen de beslissing over eisers onmiddellijke aanhouding, het cassatieberoep geen bestaansreden meer heeft.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Bepaalt de kosten op 70,46 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, en de raadsheren Luc Van hoogenbemt, Filip Van Volsem, Alain Bloch en Peter Hoet, en op de openba-re rechtszitting van 18 september 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

Vrije woorden

  • Eenstemmigheid

  • Bevestiging van de schuldigverklaring aan het basismisdrijf

  • Geen bevestiging van de verzwarende omstandigheid

  • Bevestiging van de opgelegde straf