- Arrest van 19 september 2012

19/09/2012 - P.12.1377.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Wanneer de laattijdige oproeping voor de rechtszitting van het Hof een eiser belet zijn memorie neer te leggen binnen de termijn die bij artikel 420bis, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering is bepaald, is de memorie die wegens overmacht minder dan acht vrije dagen voor de rechtszitting is neergelegd, toch ontvankelijk.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.1377.F

Y. B.,

Mrs. Karina Ganeeva en Didier de Quévy, advocaten bij de balie te Brussel.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen arrest nummer 882 van het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, van 27 juni 2012.

De eiser voert in een memorie die op 14 september 2012 op de griffie van het Hof is neergelegd en die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

Afdelingsvoorzitter Frédéric Close heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

De eiser voert aan dat de oproeping voor de rechtszitting van het Hof, die laattij-dig is geschied, met name op 11 september 2012, hem belet zijn memorie neer te leggen binnen de termijn die bij artikel 420bis, eerste lid, Wetboek van Strafvor-dering is bepaald.

De memorie die wegens overmacht minder dan acht vrije dagen voor de rechtszit-ting is neergelegd, is toch ontvankelijk.

Aangezien de eiser zijn grieven heeft kunnen aanvoeren, kan hij zich niet beklagen over het feit dat zijn recht van verdediging en inzonderheid zijn recht op een eerlijke behandeling van de zaak voor het Hof zouden zijn miskend.

Eerste middel

Het middel oordeelt dat de redelijke termijn voor de berechting van de eiser over-schreden is en dat een schuldigverklaring zich opdringt.

Uit het proces-verbaal van de rechtszitting blijkt dat de eiser dat verweer niet heeft gevoerd en zich ertoe beperkt heeft om de vrijspraak te pleiten.

Nadat het arrest de wisselvalligheden van de rechtspleging in herinnering heeft gebracht, stelt het niet vast dat de redelijke termijn is overschreden en omkleedt het zowel de aard van de straf als de strafmaat met redenen.

Het middel dat kritiek uitoefent op de feitelijke beoordeling van de appelrechters is niet ontvankelijk.

Tweede middel

Het middel voert aan dat de eiser niet werd ondervraagd, wat een miskenning is van zijn recht van verdediging.

Het middel dat niet voor het eerst voor het Hof kan worden aangevoerd, is niet ontvankelijk.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing over de strafvordering

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Pierre Cornelis, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 19 september 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Tatiana Fenaux.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Luc Van hoogenbemt en over-geschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Ontvankelijkheid van de memorie

  • Laattijdige oproeping voor de rechtszitting van het Hof

  • Overmacht