- Arrest van 27 september 2012

27/09/2012 - C.11.0159.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Een schuldvordering die ontstaan is uit verrijking zonder oorzaak is een waardenschuld en geen sommenschuld; artikel 1895 van het Burgerlijk Wetboek is uitsluitend op de sommenschuld van toepassing (1). (1) Zie concl. in Pas. 27 sep. 2012, nr …


Arrest - Integrale tekst

Nr. C.11.0159.F

M. D.,

Mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

G. B.,

Mr. Jacqueline Oosterbosch, advocaat bij het Hof van Cassatie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Luik van 8 november 2010.

Op 3 september 2012 heeft advocaat-generaal André Henkes een schriftelijke conclusie neergelegd.

Raadsheer Sylviane Velu heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal André Henkes heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

In het cassatieverzoekschrift waarvan een eensluidend verklaard afschrift bij dit arrest is gevoegd, voert de eiseres drie middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

(...)

Tweede middel

Zonder te worden bekritiseerd, aanvaardt het arrest dat de verweerder houder is van een schuldvordering tegen de eiseres wegens de uitbreidingswerkzaamheden die hij met zijn eigen geld uitgevoerd heeft in het pand te Housse waarvan de partijen de onverdeelde eigendom hadden, in het raam van de vereffening van hun stelsel van zuivere scheiding van goederen.

Het middel voert niet aan dat het arrest het algemeen rechtsbeginsel dat niemand zich ten koste van een ander mag verrijken, miskent door de erkenning van een schuldvordering van de verweerder op dat beginsel te gronden.

Het verwijt het arrest dat het beslist dat, aangezien de eiseres "zich verrijkt heeft met het bedrag van die werkzaamheden [...], de schuldvordering [van de verweerder] geactualiseerd moet worden, gelet op de verkoopprijs die zij gekregen hebben".

Het middel preciseert niet hoe het arrest aldus de artikelen 1466 tot 1469 van het Burgerlijk Wetboek schendt.

Bovendien is een schuldvordering die ontstaan is uit een verrijking zonder oorzaak een waardenschuld en geen geldschuld; artikel 1895 van het Burgerlijk Wetboek is uitsluitend op een geldschuld van toepassing.

Het arrest dat verweerders schuldvordering opnieuw begroot, schendt daardoor die bepaling niet en het miskent evenmin het voormelde algemeen rechtsbeginsel.

Het middel kan niet worden aangenomen.

(...)

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het de appelkosten bepaalt.

Verwerpt het cassatieberoep voor het overige.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest.

Veroordeelt de eiseres in twee derde van de kosten, houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Bergen.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door voor-zitter Christian Storck, de raadsheren Didier Batselé, Sylviane Velu, Alain Simon en Gustave Steffens, en in openbare terechtzitting van 27 september 2012 uitge-sproken door voorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advocaat-generaal André Henkes, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Geert Jocqué en overge-schreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Waardenschuld

  • Burgerlijk Wetboek

  • Artikel 1895

  • Toepasbaarheid