- Arrest van 28 september 2012

28/09/2012 - C.11.0691.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

De nietigverklaring van de verzekeringsovereenkomst maakt in beginsel die overeenkomst met terugwerkende kracht ongedaan waardoor hetgeen de partijen krachtens deze overeenkomst hebben gepresteerd, kan worden teruggevorderd (1). (1) Zie de concl. van het O.M.


Arrest - Integrale tekst

Nr. C.11.0691.N

AXA BELGIUM nv, met zetel te 1170 Watermaal-Bosvoorde, Vorstlaan 25,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Vilain XIIII-straat 17, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

M.D.S.,

verweerster,

vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Central Plaza, Loksumstraat 25, waar de verweerster woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg te Hasselt van 1 juni 2011.

Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft op 28 juni 2012 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Raadsheer Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

Eerste, tweede en derde onderdeel in hun geheel

1. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat de eiseres de vergoedingen die zij heeft betaald aan de nabestaanden van het slachtoffer op grond van artikel 29bis WAM 1989, in hoofdorde terugvorderde van de verweer-ster wegens nietigheid van de verzekeringsovereenkomst ingevolge een opzette-lijke verzwijging bij het aangaan van de overeenkomst.

2. Hieruit volgt dat de omvang van de restitutieplicht van de verweerster inge-val van nietigheid van de verzekeringsovereenkomst in het debat was en de appel-rechters de vordering van de eiseres niet gedeeltelijk afwijzen op grond van een exceptie die de partijen voor hen niet hadden opgeworpen, noch het recht van ver-dediging van de eiseres hebben miskend.

De onderdelen kunnen niet worden aangenomen.

Vierde onderdeel

3. De eiseres heeft haar vordering in terugbetaling van haar uitgaven gesteund op de nietigheid van de verzekeringsovereenkomst wegens een opzettelijke ver-zwijging van de verweerster en miskenning van het algemeen rechtsbeginsel fraus omnia corrumpit.

4. De appelrechters oordelen dat de restitutieplicht ingeval van nietigheid van de verzekeringsovereenkomst wegens opzettelijke verzwijging zich niet uitstrekt tot de uitgaven die de verzekeraar heeft verricht op grond van zijn gehoudenheid als WAM-verzekeraar van een in het ongeval betrokken voertuig, voor zover haar verzekerde of verzekeringnemer geen aansprakelijkheid draagt voor de schade die de benadeelden hebben geleden.

5. Het onderdeel dat enkel aanvoert dat de appelrechters niet hebben geant-woord op de door de eiseres ingeroepen grondslag fraus omnia corrumpit, maar niet aanduiden hoe en waardoor dit algemeen rechtsbeginsel tot een grotere resti-tutieplicht van de verweerster zou kunnen leiden, is bij gebrek aan nauwkeurigheid niet ontvankelijk.

Tweede middel

6. Artikel 6, eerste lid, Wet Landverzekeringsovereenkomst bepaalt dat wan-neer het opzettelijk verzwijgen of het opzettelijk onjuist meedelen van gegevens over het risico de verzekeraar misleidt bij de beoordeling van het risico, de verze-keringsovereenkomst nietig is.

De nietigverklaring van de verzekeringsovereenkomst maakt in beginsel die over-eenkomst met terugwerkende kracht ongedaan waardoor hetgeen de partijen krachtens deze overeenkomst hebben gepresteerd, kan worden teruggevorderd.

7. Overeenkomstig artikel 2, § 1, eerste lid, Wet Landverzekeringsovereen-komst is artikel 6 van deze wet ook van toepassing op de verplichte aansprake-lijkheidsverzekering motorrijtuigen.

8. Krachtens artikel 3, § 1, eerste lid, WAM 1989 moet de verzekering waar-borgen dat benadeelden schadeloos worden gesteld in geval van burgerrechtelijke aansprakelijkheid van onder meer de eigenaar, bestuurder en houder van het ver-zekerde motorrijtuig.

9. Artikel 29bis, § 1, eerste lid, WAM 1989 bepaalt dat bij een verkeersongeval waarbij een of meer motorrijtuigen betrokken zijn, op de plaatsen bedoeld in artikel 2, § 1, met uitzondering van de stoffelijke schade en de schade geleden door de bestuurder van elk van de betrokken motorrijtuigen, alle schade geleden door de slachtoffers en hun rechthebbenden en voortvloeiend uit lichamelijke let-sels of het overlijden, met inbegrip van de kledijschade, hoofdelijk vergoed wordt door de verzekeraars die de aansprakelijkheid van de eigenaar, de bestuurder of de houder van de motorrijtuigen overeenkomstig deze wet dekken.

Hieruit volgt dat:

- de vergoedingsplicht van de verzekeraar op grond van artikel 29bis WAM 1989 rust op een wettelijke verplichting en niet op een contractuele verplichting tot dekking van de aansprakelijkheid van de eigenaar, de bestuurder of de houder van het motorrijtuig;

- deze vergoedingsplicht onder meer het bestaan van een WAM-verzekering voor het betrokken motorrijtuig op het ogenblik van het verkeersongeval vereist.

10. Uit de samenhang van deze wetsbepalingen volgt dat de verzekerde bij nie-tigverklaring van de verzekeringsovereenkomst na het ongeval enkel gehouden is tot restitutie aan de verzekeraar van de uitgaven die deze aan het slachtoffer heeft gedaan op grond van artikel 29bis WAM 1989, voor zover de verzekeraar het slachtoffer eveneens diende te vergoeden op grond van zijn contractuele verplich-ting om aan de verzekerde dekking te verlenen.

11. De appelrechters die vaststellen dat tussen de partijen niet wordt betwist dat de bestuurder van het voertuig geen enkele aansprakelijkheid treft voor het onge-val en die oordelen dat de restitutieplicht van de verzekeringnemer bij nietigver-klaring van de verzekeringsovereenkomst zich niet uitstrekt tot de uitgaven die de verzekeraar heeft verricht op grond van zijn gehoudenheid als WAM-verzekeraar van een in het ongeval betrokken voertuig, indien de verzekerde niet aansprakelijk is voor de schade die het slachtoffer heeft geleden, verantwoorden hun beslissing naar recht.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres in de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiseres op 669,59 euro en voor de verweerster op 180,60 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Eric Stassijns, en de raadsheren Beatrijs Deconinck, Koen Mestdagh en Geert Jocqué, en in openbare rechtszitting van 28 september 2012 uitgesproken door afdelings-voorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bijstand van griffier Johan Pafenols.

J. Pafenols G. Jocqué K. Mestdagh

B. Deconinck E. Stassijns E. Dirix

Vrije woorden

  • Verzekeringsovereenkomst

  • Nietigverklaring