- Arrest van 28 september 2012

28/09/2012 - C.12.0020.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

De eigenaar van een onroerend goed is gerechtigd op vergoeding voor de aantasting van zijn eigendomsrecht ingevolge het aanbrengen van een gasvervoerinstallatie op zijn erf dat de erfdienstbaarheid bedoeld in artikel 11, eerste lid, van de Gaswet vestigt.


Arrest - Integrale tekst

Nr. C.12.0020.N

1. E.J.,

2. M.B.,

3. J.R.,

eisers,

vertegenwoordigd door mr. Paul Lefèbvre, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 480, bus 9, waar de eisers woonplaats kiezen,

tegen

AQUAFIN nv, met zetel te 2630 Aartselaar, Dijkstraat 8,

verweerster,

vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de verweerster woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 27 juni 2011.

Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft op 28 juni 2012 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Raadsheer Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

Tweede onderdeel

1. Artikel 11, eerste lid, van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen (hierna: Gaswet) bepaalt dat het gebruik waartoe het openbaar of het privaat domein dat gedeelte-lijk wordt bezet, is bestemd, moet worden geëerbiedigd. Deze bezetting brengt generlei bezitsberoving mee, maar vormt een wettelijke erfdienstbaarheid van openbaar nut die elke daad verbiedt welke de gasvervoerinstallatie of de exploita-tie ervan kan schaden.

Artikel 13, eerste lid, Gaswet bepaalt dat de gerechtigde op de erfdienstbaarheid, bepaald in artikel 11 van deze wet, verplicht is een vergoeding te betalen aan de eigenaar van het erf dat met deze erfdienstbaarheid bezwaard is of aan hen die de werkelijke rechten bezitten die aan dit erf verbonden zijn.

Hieruit volgt dat de eigenaar van een onroerend goed gerechtigd is op vergoeding voor de aantasting van zijn eigendomsrecht ingevolge het aanbrengen van een gasvervoerinstallatie op zijn erf dat de erfdienstbaarheid bedoeld in artikel 11, eerste lid, Gaswet, vestigt.

2. Krachtens artikel 2262bis, § 1, tweede lid, Burgerlijk Wetboek verjaren alle rechtsvorderingen tot vergoeding van schade op grond van buitencontractuele aansprakelijkheid door verloop van vijf jaar vanaf de dag volgend op die waarop de benadeelde kennis heeft gekregen van de schade of van de verzwaring ervan en van de identiteit van de daarvoor aansprakelijke persoon.

Uit de parlementaire voorbereiding van de wet van 10 juni 1998 die aan die bepa-ling ten grondslag ligt, volgt dat zij van toepassing is op alle gevallen van buiten-contractuele aansprakelijkheid, zowel die op grond van een fout, als die op grond van buitencontractuele en foutloze aansprakelijkheid.

3. De rechtsvordering die strekt tot vergoeding voor de vestiging van de erf-dienstbaarheid bedoeld in de artikelen 11, eerste lid, en 13, eerste lid, Gaswet, is geen vordering op grond van een foutloze aansprakelijkheid en valt bijgevolg niet onder de toepassing van artikel 2262bis, § 1, tweede lid, Burgerlijk Wetboek.

4. De appelrechters die de vordering van de eisers verjaard verklaren op grond van artikel 2262bis, § 1, tweede lid, Burgerlijk Wetboek, verantwoorden hun beslissing niet naar recht.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van het arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Eric Stassijns, en de raadsheren Beatrijs Deconinck, Koen Mestdagh en Geert Jocqué, en in openbare rechtszitting van 28 september 2012 uitgesproken door afdelings-voorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bijstand van griffier Johan Pafenols.

J. Pafenols

G. Jocqué K. Mestdagh

B. Deconinck E. Stassijns E. Dirix

Vrije woorden

  • Gaswet

  • Onroerend goed

  • Eigenaar

  • Erfdienstbaarheid

  • Vestiging

  • Recht op vergoeding